In memoriam Jone Bos

*20 mei 1932 Stompetoren,       † 23 juli 2019 Amersfoort
Uit een bericht van Govaert Kok aan relaties uit het oecumenisch netwerk
en een reactie van Karel Blei daarop

Wat een droevig bericht dat Jone Bos – de “grand old man” van ICCO en SOH - afgelopen dinsdag op 87-jarige leeftijd overleden is!
Een enkel woord ter zijn nagedachtenis (waarbij ik mij realiseer dat er onder jullie een aantal zijn die langer en intensiever met Jone samengewerkt hebben dan ik, schroom daarom niet mijn tekst aan te vullen en zo nodig te verbeteren).
Jone had - zoals meer functionarissen uit de kring van zending en werelddiakonaat - een verleden in de zending in het buitenland. Hij werkte een aantal jaren in Nieuw Guinea. Bij de soevereiniteits-overdracht in 1962/63 keerde hij terug naar Nederland, en trad als adjunct-secretaris in dienst van de Stichting Oecumenische Hulp SOH. Voorzitter was toen de hervormde secretaris-generaal dr. Egbert Emmen en algemeen secretaris ir. Rein Kylstra. Het bureau van SOH (na de oorlog begonnen op een kamer bij de toenmalige Oecumenische Raad op de zolderverdieping van een bankgebouw aan het Janskerkhof 11 samen met de Oecumenische Jeugdraad) was toen gevestigd Achter de St. Pieter en verhuisde kort daarop naar de Cornelis Houtmanstraat in een buitenwijk in Utrecht.

Naast zijn gewone werk bij SOH was Jone een van de organisatoren van de grote geldwervingsacties “Kom over de Brug” I en II in 1968 en 1972. Jone schreef hierover een bijdrage voor het gedenkboekje van SOH “40 jaar in de woestijn” van 1992 alsook een bijdrage over het van start gaan van ICCO in 1964.

SOH was de broedplaats van verschillende nadien zelfstandig geworden organisaties/projecten, zoals Dienst over de Grenzen (DOG) in 1962, Wilde Ganzen van IKOR en ICCO eind 1964. Promotor van ICCO was de algemeen secretaris van de Ned. Zendingsraad prof. Jo Verkuyl (die ook de eerste voorzitter van ICCO zou worden), die meende dat gebruik gemaakt moest worden van de door de regering getoond bereidheid om een deel van de door overheid te besteden gelden voor ontwikkelingshulp te besteden via particuliere organisaties. Verkuyl wist hiervoor een uniek samenwerkingsverband van zending, werelddiakonaat en christelijk sociale organisatie te creëren in ICCO, als bundeling van protestantse (incl. mijn eigen kerk de oud-katholieke) organisaties als kompaan van het rk Cebemo. Dit ging niet zonder slag of stoot, in verschillende kringen bestond aarzeling of het op grote schaal financieren van projecten in de derde wereld van zending en werelddiakonaat niet tot nieuwe bevoogding kon leiden. Met hulp van de Wereldraad van Kerken werden spelregels hiervoor geformuleerd.
Jone verteld zelf in zijn artikel dat hij eind dec. 1964 gevraagd werd om een eerste bijeenkomst van de partners te notuleren, alsook een volgende vergadering voor te bereiden. Daar werd hem gevraagd om maar vast secretaris te worden, wat zich later zou ontwikkelen tot een directeurschap van ICCO. Voorlopig was dit secretariaat niet meer dan een nevenfunctie naast zijn werk voor SOH, maar na verloop van tijd ontwikkelde het zich tot een fulltime-functie. ICCO kreeg een eigen bureautje in een kamer bij SOH met naast Jone twee administratieve medewerkers.
Het door de regering beschikbaar gestelde jaarlijkse bedrag steeg snel, in 1972 ruim 20 miljoen en in 1976 40 miljoen. In 1976 had ICCO 36 medewerkers. Zowel het budget als het medewerkersbestand was aanzienlijk groter geworden dan dat van de participerende organisaties ! De kamer bij SOH was natuurlijk te klein, in 1975 kreeg ICCO een groot pand aan de Stadhouderslaan en in 1980 verhuisde ICCO naar een monumentaal gebouw van de Broedergemeente aan het Zusterplein in Zeist, allemaal geïnitieerd door Jone.

Ik leerde Jone kennen bij mij aantreden als voorzitter van SOH en bestuurslid van ICCO in 1979. Het klikte meteen goed tussen ons, Jone wist op een prettige en zakelijke manier ICCO met zijn bevlogen en niet altijd gemakkelijke medewerkers te leiden! Veel respect had ik er ook voor dat Jone in deze tijd ook nog een studie politicologie in Amsterdam wist af te ronden. Helaas duurde onze samenwerking maar een paar jaar omdat Jone in 1984 overstapte naar het ministerie als directeur particuliere organisaties (
chef DPO, Directie Particuliere activiteiten, Onderwijs- en Onderzoekprogramma’s). Een uitdagende nieuwe functie, zei hij, en ook goed dat ICCO na 20 jaar nieuwe leiding kreeg.

Het zal voor Jone wel even wennen geweest zijn nu op het ministerie ineens aan de andere kant van de tafel te zitten bij het overleg met de medefinancieringsorganisaties. Toen zich in 1989 de mogelijkheid voordeed (in het kader van meer uitwisseling tussen hogere functionarissen van het ministerie en de buitenlandse dienst) om een diplomatieke functie in het buitenland te krijgen, zei Jone ja. Hij werd tijdelijk zaakgelastigde (waarnemend ambassadeur) in Soedan, later in Ethiopië. Dit vertrek naar het buitenland betekende voor Jone wel dat hij afscheid moest nemen van zijn functie van voorzitter van de Commissie Werelddiakonaat van zijn eigen Hervormde Kerk, dat hij bijna 20 jaar vervuld had.

Kort na 1984 werd Jone gepensioneerd en zagen we hem weer terug in Nederland. Hij bleef de ontwikkelingen bij zijn oude organisaties goed volgen. Bij een jubileum van ICCO enkele jaren geleden was hij een van de sprekers, enthousiast als altijd, en bij een reünie van oud-medewerkers van SOH vorig najaar liet hij hetzelfde zien.

Niet alleen in onze kring, maar ook in de derde wereld zal men in dankbaarheid terugdenken aan het vele werk voor de minder bevoorrechten in de derde wereld dat Jone jarenlang gedaan heeft. Jone ruste in vrede !

Govaert Kok

 

Beste Govaert

Dank je wel, voor je uitvoerige in memoriam, bij het bericht over het overlijden van Jone Bos.

Ik zag vanmorgen ook het bericht in Trouw. - Zelf heb ik Jone Bos leren kennen toen ik, in 1987, was aangetreden als secretaris-generaal van de Hervormder Kerk. Hij was toen voorzitter van de Commissie Werelddiakonaat van de NHK, nauw verbonden met, maar destijds nog niet onderdeel van de Generale Diacoinale Raad.
Ik herinner me hem als een bevlogen voorvechter van de inbreng vanuit de kerken inzake sociaal-politieke kwesties, zoals het racisme in Zuid-Afrika.
Na mijn afscheid (in 1997) ben ik enige tijd nogal bezig geweest (met veel plezier, trouwens) met het vraagstuk van de godsdienstvrijheid. Op verzoek van Eimert van Herwijnen, destijds voorzitter van de International Association for
Religious Freedom (IARF) schreef ik een beknopt overzicht van de geschiedenis van Europa, ten behoeve van de deelnemers aan de algemene vergadering van de IARF die in de zomer van 2002 (in Boedapest) zou worden gehouden. Het overzicht verscheen als boek en werd aan de Boedapest-gangers bij het conferentiemateriaal ter beschikking gesteld.
Jone Bos had daar kennelijk lucht van gekregen, want niet veel later nodigde hij me uit, over het thema te komen spreken op één van de (toen nog) reguliere bijeenkomsten van de Protestantse Werkgemeenschap van de Partij van de Arbeid. Zo heb ik Jone ook (een beetje) meegemaakt in zijn rol van voorzitter van die Protestantse Werkgemeenschap van de PvdA.
Nog weer later kwam ik hem, toen als medekerkganger, tegen in kerkdiensten in de Ontmoetingskerk in Haarlem-Schalkwijk. Daar was dan samen met Christa (die ik, toen als predikant van Haarlem-Schalkwijk als gemeentelid, wel langer had gekend, Het was dan goed, bij de koffie na kerktijd nog wat herinneringen en actuele beschouwingen met Jone uit te wisselen.
Dat soort dingen komt onvermijdelijk weer in herinnering, bij het vernemen van het verdrietige bericht van Jone's overlijden. Nogmaals dank, Govaert,  voor je uitvoerige in memoriam. Het bevat kostbare informatie!

Karel Blei