GEDRAGSCODE

voor de internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maan Beweging en

Niet-Gouvernementele Organisaties

bij

hulpverlening in noodsituaties

Mede onderschreven door  

de Stichting Oecumenische Hulp (SOH)

 en door vele andere organisaties, waaronder
de Wereldraad van Kerken, de Lutherse Wereld Federatie, Caritas International


 Vertaald uit het engels:

Code of Conduct for the International Red Cross and Red Crescent Movement

and Non-Governmental Organisations (NGOs) in Disaster Relief.

Sponsored by Caritas Internationalis, Catholic Relief Services, The International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies, The International Save The Children Alliance, The Lutheran World Federation, Oxfam, and the World Council of Churches (members of the Steering Committee for Humanitarian Response), together with the International Committee of the Red Cross (ICRC).



 

Gedragsregels voor

de Internationale Rode Kruis_ en Rode Halve Maan Beweging

en NGO's bij hulpverlening in noodsituaties

 

1.       Het humanitaire belang gaat voor.

Het recht om humanitaire bijstand te ontvangen, maar ook te verlenen, is een fundamenteel humanitair beginsel waarop alle burgers in alle landen zich moeten kunnen beroepen. Als lid van de internationale gemeenschap, erkennen wij onze plicht humanitaire bijstand te verlenen waar nodig. Het is noodzakelijk om zonder belemmering toegang te krijgen tot de getroffen bevolking, dat is van fundamenteel belang voor het dragen van deze verantwoordelijkheid.

De voornaamste beweegreden voor hulpverlening in noodsituaties is het verlichten van het lijden van hen die het minst bestand zijn tegen de belasting veroorzaakt door noodsituaties.

Wanneer wij humanitaire hulp verlenen is dit geen partijdige of politieke daad en dit mag ook niet als zodanig worden beschouwd.

2.       Hulp wordt verleend zonder onderscheid van ras, geloof, nationaliteit of enig ander onderscheid van de getroffenen. De prioriteiten bij de hulpverlening worden enkel bepaald op basis van de behoefte.

Waar mogelijk, zullen wij ons bij het verstrekken van de noodhulp baseren op een grondige analyse van de behoefte van de slachtoffers en het reeds aanwezige plaatselijke potentieel om aan de noden tegemoet te komen.

Binnen het geheel van onze programma's zal de overweging van evenredigheid worden weerspiegeld. Menselijk leed moet worden verlicht wanneer het wordt aangetroffen; het leven is even kostbaar in het ene deel van een land als in het andere. Dus, de hulpverlening zal in overeenstemming zijn met het leed dat wij willen verzachten. Bij de uitvoering van deze aanpak, erkennen wij de belangrijke rol die vrouwen vervullen in gebieden die veelvuldig onderhevig zijn aan noodsituaties en wij zullen ervoor instaan dat deze rol wordt ondersteund, en niet ondermijnd, door onze hulpprogramma's.

Het uitvoeren van zo'n universele, onpartijdige en onafhankelijke politiek kan enkel doeltreffend zijn indien wij en onze partners beschikken over de noodzakelijke middelen voor het verlenen van dergelijke onpartijdige hulp, en indien wij op evenwaardige basis toegang hebben tot alle slachtoffers.

3.       Hulp zal niet worden aangewend voor het bevorderen van specifieke politieke of religieuze standpunten.

Humanitaire hulp wordt verleend op basis van de behoeften van enkelingen, families en gemeenschappen. Niettegenstaande het recht van niet-gouvernementele humanitaire organisaties (NGHO's) met bepaalde politieke of religieuze bewegingen te stellen, bevestigen wij dat aanvaarding van de overtuiging geen voorwaarde is voor het ontvangen van hulp.

Wij zullen de belofte, de levering of de verdeling van hulp niet koppelen aan het aanvaarden van een bepaalde politieke of religieuze overtuiging.

4.       Wij willen niet handelen als een instrument van de buitenlandse politiek van een overheid.

NGHO's zijn organisaties die onafhankelijk van regeringen werken. Daarom bepalen wij ons eigen beleid en implementaties-strategie en willen wij niet de politiek van een regering uitvoeren, tenzij deze overeenstemt met ons eigen onafhankelijk beleid.

Wij zullen nooit bewust _ of door onachtzaamheid _ Toestaan ons zelf ot onze medewerkers te laten gebruiken om informatie, van politieke, militaire, of economisch gevoelige aard te winnen voor de overheid of andere organisaties die andere dan strikt humanitaire doeleinden dienen, noch zullen wij optreden als instrumenten van het buitenlands beleid van donorregeringen.

Wij zullen de middelen die wij ontvangen aanwenden om aan de behoeften tegemoet te komen. Deze hulpverlening mag niet worden bepaald door de noodzaak om zich te ontdoen van goederenoverschotten van donoren, noch door de politieke belangstelling van ťťn bepaalde donor.

Wij waarderen en bevorderen het vrijwillig verlenen van arbeid en financiŽle middelen, door hen die het belangrijk vinden ons werk te ondersteunen, en erkennen de onafhankelijkheid van acties ingegeven door een dergelijke vrijwillige motivering. Om onze onafhankelijkheid te vrijwaren vermijden wij afhankelijkheid van ťťn enkele inkomstenbron.

5.       Wij zullen culturen en gewoontes respecteren.

Wij streven ernaar cultuur, structuren en gewoonten van gemeenschappen en landen waar wij werken te respecteren.

6.       Wij proberen de hulpverlening uit te bouwen met behulp van plaatselijke aanwezige capaciteiten.

Alle volkeren en gemeenschappen bezitten _ zelfs in noodsituaties _ zowel een aantal bekwaamheden als kwetsbaarheden. Waar mogelijk zullen wij deze bekwaamheden ondersteunen door een beroep te doen op lokale medewerkers, door ter plaatse materiaal aan te kopen en zaken te doen met plaatselijke bedrijven. Waar mogelijk zullen wij werken via plaatselijke NGHO's, als partners in planning en uitvoering, en indien van toepassing binnen de plaatselijke overheidsstructuren.

Een goede coŲrdinatie tijdens hulpverleningsacties heeft hoge prioriteit. Dit kan, binnen de getroffen landen, het best gebeuren door diegenen die direct betrokken zijn bij de hulpoperatie, en moet vertegenwoordigers van de relevante VN-organisaties bevatten.

7.       Er zullen mogelijkheden worden gecreŽerd om de slachtoffers te betrekken bij het managen van de hulpverlening.

Hulpverlening in noodsituaties moet nooit worden opgelegd aan de slachtoffers. Doeltreffende hulpverlening en duurzame rehabilitatie kunnen het best worden bereikt wanneer de hulpbehoevenden worden betrokken bij het ontwerp, het beheer en de uitvoering van het hulpverleningsprogramma. Wij zullen streven naar volledige gemeenschapsparticipatie bij onze hulp_ en rehabilitatie-programma's.

8.       Noodhulp heeft tot doel de kwetsbaarheid ten gevolge van noodsituaties te verminderen als ook te voorzien in de basisbehoeften.

Alle hulpacties beÔnvloeden de lange_termijn-ontwikkeling, hetzij positief, hetzij negatief. Hiervan uitgaand streven wij naar de uitvoering van hulpprogramma's die de kwetsbaarheid van de hulpbehoevenden in toekomstige noodsituaties aanzienlijk verminderen en tegelijk een duurzame levensstijl helpen ontwikkelen. Bij het ontwerpen en beheren van hulpprogramma's zullen wij bijzondere aandacht besteden aan milieu_aspecten. Wij zullen er ook naar streven om de negatieve gevolgen van humanitaire bijstand te minimaliseren en aldus te verhinderen dat de hulpbehoevenden langdurig afhankelijk worden van hulp van buitenaf.

9.       Wij zijn verantwoording verschuldigd zowel aan hen die wij hulp verlenen als aan hen van wie wij middelen aanvaarden.

Wij treden vaak op als een institutionele schakel tussen hen die hulp wensen te verlenen en hen die hulp behoeven in een noodsituatie. Wij zijn verantwoording verschuldigd aan beide betrokkenen.

Al onze handelingen met donors en hulpbehoevenden zullen openheid en inzichtelijkheid weerspiegelen.

Wij erkennen het belang verslag uit te brengen van onze activiteiten, zowel wat betreft de financiŽle aspecten als de doeltreffendheid.

Wij erkennen de verplichting om op verantwoorde wijze toezicht te houden op de verdeling van de hulp en regelmatig het resultaat van de hulpverlening na te gaan.

Wij streven er eveneens naar openlijk verslag uit te brengen over de invloed van ons werk, en de factoren die deze invloed beperken of versterken.

Onze programma's zijn gebaseerd op een hoge mate van professionalisme en ervaring om het verlies van kostbare middelen tot een minimum te beperken.

10.     In onze informatieverstrekking, publiciteit en advertenties erkennen wij slachtoffers van rampen als waardige menselijke wezens en niet als objecten van medelijden.

Erkenning van slachtoffers als gelijkwaardige partners bij hulpverlening mag nooit uit het oog worden verloren. In onze informatie aan het publiek zullen wij een objectief beeld geven van de noodsituatie. Daarbij zullen wij de bekwaamheden en verwachtingen van de slachtoffers belichten, en niet enkel hun kwetsbaarheid en angst.

Wij werken samen met de media, ten bate van publieke betrokkenheid voor de hulpverlening. Toch zullen wij niet toelaten dat een externe of interne roep voor publiciteit voorrang krijgt boven het principe van de maximale, algemene hulpverlening aan de slachtoffers van een noodsituatie.

Wij zullen vermijden te wedijveren met andere hulporganisaties inzake mediaberichtgeving in situaties waar dergelijke publiciteit een nadelige invloed kan uitoefenen op de hulpverlening ten behoeve van de slachtoffers of op de veiligheid van onze medewerkers of de slachtoffers.

 

Bijlage 1:

Aanbevelingen voor de overheid van landen, die door een noodsituatie zijn getroffen.

1.       Regeringen moeten de onafhankelijke, humanitaire en onpartijdige acties van NGHO's respecteren.

NGHO's zijn onafhankelijke organisaties. Deze onafhankelijkheid en onpartijdigheid moet worden erkend door de ontvangende overheden.  

2.       De ontvangende overheden moeten een snelle toegang tot slachtoffers van noodsituaties bevorderen voor NGHO's

Om overeenkomstig hun humanitaire principes te kunnen werken moet aan NGHO's een snelle en onpartijdige toegang tot de slachtoffers worden verleend, met het doel humanitaire bijstand te verlenen. Het is de plicht van de overheid, in de uitoefening van haar soevereine verantwoordelijkheid, een dergelijke hulpverlening niet te verhinderen en de onpartijdige, a_politieke actie van NGHO's te aanvaarden.

Ontvangende overheden moeten de snelle toegang van hulpverleners bevorderen, in het bijzonder door af te zien van vereisten inzake transit en visa, of door erop toe te zien dat deze snel worden verleend.

Regeringen moeten vlucht_ en landingsrechten verlenen tbv het internationale transport voor hulpgoederen en personeel voor de duur van de hulpverleningsfase.

3.       Regeringen moeten de snelle doorvoer van hulpgoederen en informatie gedurende noodsituaties bevorderen

Hulpgoederen en materiaal worden enkel in een land binnengebracht voor het verlichten van menselijk lijden, niet voor commerciŽle doeleinden of winst. Dergelijke goederen zouden normaal een vrije en ongehinderde doorgang moeten krijgen en mogen niet worden onderworpen aan beperkingen inzake consulaire verklarings-certificaat, facturen, import_ en exportlicenties of andere beperkingen zoals importbelasting, landings_ of havenbelastingen.

De tijdelijke invoer van noodzakelijk hulpmateriaal, inclusief voertuigen, lichte vliegtuigen en telecommunicatie-materiaal, moet worden vergemakkelijkt door de ontvangende overheden door het tijdelijk opschorten van licentie_ of registratie-vereisten. De overheid zou evenmin het opnieuw uitvoeren van deze hulpgoederen aan het einde van de hulpoperatie mogen beperken.

Om de communicatie in noodsituaties te vergemakkelijken worden de overheden ertoe aangespoord om bepaalde radiofrequenties toe te wijzen, die hulporganisaties zowel binnen het land als internationaal kunnen aanwenden voor communicatiedoeleinden die verband houden met de noodtoestand. Ze moeten ervoor zorgen dat deze frequenties bij de hulpverleners bekend zijn voor het uitbreken van een noodsituatie. Zij moeten toelaten dat hulpverleners alle communicatiemiddelen, noodzakelijk voor de hulpverlening, kunnen gebruiken.  

4.       Regeringen moeten streven naar een gecoŲrdineerde ondersteuning voor rampeninformatie en planning.

De algemene planning en coŲrdinatie bij hulpverlening is de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de overheid.

Planning en coŲrdinatie kan worden bevorderd indien NGHO's de nodige informatie ontvangen over de behoeften en de overheidssystemen voor planning en uitvoering van hulpverleningsactiviteiten evenals informatie inzake de mogelijke veiligheidsrisico's waarmee zij kunnen worden geconfronteerd. Er wordt bij regeringen op aangedrongen dergelijke informatie door te geven aan NGHO's.

Om de samenwerking en het doeltreffend aanwenden van inspanningen voor hulpverlening te bevorderen wordt er bij de regeringen op aangedrongen om, reeds voor het ontstaan van een noodsituatie, een centraalpunt aan te wijzen voor NGHO's en de nationale overheden.  

5.       Hulpverlening in gewapende conflicten

Tijdens gewapende conflicten zijn de hulpacties onderhevig aan de relevante bepalingen van het Internationaal Humanitair Recht.

 

Bijlage 2:

Aanbevelingen aan donor_regeringen

1.       Donor_regeringen moeten de onafhankelijke, humanitaire en onpartijdige acties van NGHO's erkennen en respecteren. 

NGHO's zijn onafhankelijke organisaties. Hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid moeten worden gerespecteerd door donor_regeringen. Donor_regeringen mogen NGHO's niet gebruiken om politieke of ideologische doeleinden na te streven. 

2.       Financiering van donor_regeringen moet eveneens de nodige garantie bieden voor operationele  onafhankelijkheid. 

Fondsen en materiŽle bijstand van donor_regeringen worden door NGHO's aanvaard in dezelfde geest als de hulp die zij bieden aan slachtoffers van noodsituaties: een geest van menselijkheid en onafhankelijke actie. De uitvoering van hulpverlening is de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de NGHO's en zal worden uitgevoerd overeenkomstig het beleid van deze NGHO's.

 3.       Donor-regeringen moeten hun goede diensten aanwenden om NGHO's te ondersteunen om
            toegang te krijgen tot slachtoffers.

Overheden moeten het belang erkennen van het aanvaarden van een zekere verantwoordelijkheid voor de veiligheid en vrijheid van toegang van hulpverleners tot noodgebieden. Zij moeten bereid zijn, indien nodig daartoe hun diplomatieke contacten aan te wenden bij de overheid van het betrokken


Bijlage 3:

 Aanbevelingen aan intergouvernementele organisaties (IGO'sj

 1.       IGO's moeten NGHO's, zowel plaatselijke als buitenlandse, erkennen als waardevolle partners.

NGHO's zijn bereid met de VN en andere intergouvernementele organisaties  samen te werken voor een betere hulpverlening. Zij doen dit in een geest van partnerschap die de integriteit en onafhankelijkheid van alle partners respecteert. IGO's moeten de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van NGHO's respecteren. NGHO's moeten door de VN_agentschappen worden geraadpleegd bij de voorbereiding van hulpoperaties.

2.       IGO's moeten de overheid bijstaan in de algemene coŲrdinatie voor internationale en plaatselijke  hulpverlening.

NGHO's hebben meestal geen mandaat voor de algemene coŲrdinatie in noodsituaties wanneer deze een internationale aanpak vereisen. Deze verantwoordelijkheid komt de overheid van het getroffen land en de betrokken VN_autoriteiten toe. Er wordt bij hen op aangedrongen deze dienstverlening tijdig en doeltreffend te verlenen, in het belang van de getroffen staat, en de nationale en internationale gemeenschap die de nood beantwoordt. In elk geval, moeten NGHO's al het mogelijke doen om een doeltreffende coŲrdinatie van hun eigen diensten te verzekeren.

 3.       IGO's moeten de bescherming voor VN_agentschappen uitbreiden tot NGHO's. 

Wanneer er veiligheidsdiensten zijn voor IGO's moeten deze diensten, indien gevraagd, worden uitgebreid tot de operationele NGHO_partners. 

4.       IGO's moeten NGHO's toegang verlenen tot dezelfde informatie als wordt verleend aan VN agentschappen.

IGO's worden dringend verzocht alle informatie, belangrijk voor de uitvoering van een doeltreffende hulpverlening in noodsituaties, te delen met hun operationele NGHO_partners.