De oorsprong van de familienaam Acda

Genealogie | HOME | Fotografie

Enkele artikelen die iets met de naam Acda van doen zouden kunnen hebben:
De oorsprong van de familienaam Acda
Turkeye in Zeeuws Vlaanderen
400 jaar betrekkingen met Turkije
Vierde eeuwfeest Turks-Nederlandse betrekkingen

Leve onze Turkse bevrijders!
 

De oorsprong van de familienaam Acda

De oorsprong van de familienaam Acda, die voor 1813 diverse spellingsvarianten kende, is onbekend. Er zijn diverse suggesties onderzocht, tot nu toe tevergeefs.
In Zeeland wordt de H aan het begin van een woord vaak niet uitgesproken, soms worden h en g verwisseld, en de c kan een k, q of zelfs een g geweest zijn.
Er is gezocht op woorden in diverse talen: Haq (arabisch voor waarheid), in het Malthees komt het woor gh'akda voor als "verbinding" of "knokkel" (vingergewricht) en in het arabische erfrecht komt de term "akda riyyah" voor, gebruikt voor vrouwelijke erfgenamen.
Verder is er gezocht op plaatsnamen: Agde is een plaats in Zuid Frankrijk, Agda was een plaats in Noord Noorwegen, in Marokko is een dorp Akda, in Turkije een plaats Akdag, in Armenië is ook een plaats met de naam Agda te vinden, in Azerbeidjan zijn de plaatsnamen Agdas en Agdam te vinden en in Iran diverse plaatnamen zoals Aqda, Aqdagh en Aqdash. In 506 vond het kerkelijk concilie van Agda plaats, waar magie in de kerk werd verboden.
Ook is er gezocht op persoonsnamen, zoals Joodse namen in Spanje en Portugal, Hugenoten uit Frankrijk, enz., maar er is geen aannemelijke oorsprong van de familienaam Acda gevonden.
Zou het iets te maken hebben met de komst van "Turken" in Zeeland? Zie de artikelen hieronder


uit Wikipedia

Turkeye in Zeeuws Vlaanderen

Turkeye in Zeeuws Vlaanderen

Turkeye is een gehucht in de gemeente Sluis, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het plaatsje heeft ongeveer 20-30 inwoners. Het grootste gedeelte van de woningen in het gehucht doet echter dienst als vakantiewoning.

Het gehucht Turkeye was deel van de gemeente Waterlandkerkje van 1796 tot 1970. Deze gemeente ging in 1970 op in de gemeente Oostburg, die op haar beurt in 2003 weer opging in de gemeente Sluis.

Na de verovering van Sluis door het Staatse leger trokken de Spaanse troepen weg. Zij lieten 1500 galeislaven achter onder wie een groot aantal moslims uit het Ottomaanse Rijk, die kortweg werden aangeduid als Turcken. De Staten-Generaal besloten de slaven vrij te laten en de Turken terug te sturen naar hun vaderland. Zo hoopte men de steun van het Ottomaanse Rijk te verwerven in de strijd tegen Spanje. Mogelijk heeft Prins Maurits als extra eerbetoon de naam Turkeye verbonden aan de Schans Turkeye die in hetzelfde jaar 1604 werd aangelegd en waarnaar later de nabijgelegen buurtschap werd vernoemd.



Zo af en toe komt er een verrassend bericht dat er ergens in Europa mensen zijn die zich ‘Turk’ noemen en hun dorp uitdossen als een modern Turks dorpje. Elk dorp heeft een verhaal en de belangrijkste gaan enkele honderden jaren terug. Naar de tijd dat Turkije nog het Osmaanse Rijk (1299-1923) was.

Wellicht het meest bekende dorp ligt in de Nederlandse provincie Zeeland, vlakbij de Belgische grens. Daar is namelijk het dorpje Turkeye te bewonderen.

Het ontstaan van dit dorp zou te maken hebben met Turkse zeevaarders die de Nederlanders geholpen zouden hebben om de Spanjaarden terug te dringen uit Zeeland en omgeving tijdens de Tachtig Jarige Oorlog (1568-1648). Erkentelijk om de Turkse hulp en bewust van het feit dat het juist de Turkse inmenging was die de Slag om Zeeland (1599-1604) in het voordeel van de Nederlanders besliste, noemde de zoon van Willem van Oranje: Prins Maurits van Nassau het gebied ‘Turkeye’. Het dorp ligt in de Gemeente Sluis van de provincie Zeeland.

Het dorp is slechts één van de dorpen in de omgeving met een Turks achtergrond die erg ongewis is. Volgens lokale bewoners kregen ook vele omringende dorpen Turks-gerelateerde namen, zoals het ooit verderop gelegen ‘Constantinopel’, maar overleefde alleen Turkeye de grote migratie naar de steden. Dertien kilometer verderop kan men echter wel het dorp Sint-Anna Ter Muijden, met een Turks stadswapen en waterpomp, bewonderen. En over de Belgische grens vindt men het dorp Faymonville waar de Belgische inwoners zich trots ‘Turks’ noemen en jaarlijks een Turks carnaval vieren.

Over de oorsprong van deze dorpen gaan verschillende verhalen de ronde; zo zou Faymonville ooit geweigerd hebben mee te gaan op een kruistocht tegen de Turken en thans de bijnaam ‘vriend van de Turk’ verdiend hebben. Sint-Anna zou een uithongerend Turks schip van voedsel voorzien hebben en Turkeye zou Turkse zeeliederen bevrijd hebben uit Spaanse handen. Een ander rode lijn is het mythische verhaal dat de Osmaanse sultan enkele schepen met enkele honderden soldaten en duizenden Osmaanse wapens, legerkledij en vlaggen stuurde als ondersteuning tegen de Spaanse agressor. Bij het zien van dit ‘Osmaans leger’, dat in werkelijk slechts enkele honderden Osmaanse soldaten had en voor de rest bestond uit lokale inwoners gestoken in Osmaanse wapen- en legerkledij, keerde het Spaanse leger in paniek rechtsom. Omdat dit verhaal zowel in Turkeye en Sint-Anna als Faymonville verteld wordt door de lokale inwoners, zou het wel eens waar kunnen zijn.

Het feit dat het protestante Frankrijk ook ooit de hulp van de Osmanen inriep tegen de katholieke Spanjaarden en Italianen, maakt dat het inroepen van Osmaanse hulp geen wereldvreemd iets was voor de protestanten in hun strijd tegen de katholieken. Tenslotte waren de Nederlanden in die tijd ook deels protestants en hadden ze in het Spaanse Rijk een katholieke vijand. Frankrijk vroeg in 1544 de steun van Hayrettin Paşa, die met zijn voltallige Osmaanse vloot naar de Zuid-Franse havens Marseille, Nice en Toulon kwam en daar maandenlang overwinterde in afwachting van een Spaans-Italiaans aanval. Ook daar gaat het verhaal rond dat enkele tientallen Turkse soldaten na hun overwintering lokale schoonheden zwanger achtergelaten hebben. Het zou dus kunnen dat daar ook enkele ‘Turkse’ dorpen bestaan.

Een ander eeuwenoud dorp is te vinden in İtalië, vlakbij de Alpen ligt het dorpje Moena dat bijgenaamd ‘Turchaia’ (oftewel ‘Turkije’) heet. Over dit dorp gaat het verhaal dat terugtrekkende Osmaanse soldaten, na hun belegering van de Oostenrijkse keizerlijke hoofdstad Wenen, de lokale afperser in het gebied rond de Alpen verjaagd hebben. Hiermee zouden ze Moena bevrijd hebben van een jarenlange juk die de tiran ze jarenlang opgelegd door het eisen van torenhoge belastingsommen. Een standbeeld van de Osmaanse officier die dit bewerkstelligde is dan ook te bewonderden in Moena en ook daar viert men jaarlijks het ‘Turken-festival’, wat een eerbetoon en ode is aan de Osmaanse officier die hun bevrijdde.

Het kan zomaar zijn dat er ook in İtalië meer Turkse dorpen zijn, gezien het feit dat de Turkse Osmanen van 29 juli 1480 tot aan de dood van Fatih Sultan Mehmet in 1481 grote delen van Italië hadden veroverd, zoals de oost-Italiaanse havenstad Otranto en omgeving.


De diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije gaan terug tot het jaar 1612, waarin een officiële relatie werd gevestigd met het machtige Ottomaanse rijk. In de jaren twintig van de vorige eeuw werden de betrekkingen voortgezet met het huidige Turkije. De viering van vierhonderd jaar relaties tussen Nederland en Turkije is aanleiding voor verschillende evenementen. Eén daarvan is een tentoonstelling in de Verdieping van Nederland, georganiseerd door het Nationaal Archief.

Het begin

Eind zestiende eeuw trachtte de kleine protestantse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich aan het katholieke Spanje te ontworstelen. Tegelijkertijd was het Ottomaanse Rijk eveneens in oorlog met Spanje. Door de toename van de Nederlandse handel op de Levant groeide de belangstelling van de Turkse sultans voor de opkomende zeemogendheid aan de Noordzee. Wellicht konden de Nederlanders bondgenoot worden in de strijd tegen Spanje.

Liever Turks dan paaps

Door toedoen van de Watergeuzen was in Nederland het negatieve beeld van de islamitische Ottomanen veranderd. De Geuzen droegen al omstreeks 1570 zilveren Turkse halve manen op hun kleding en riepen dat zij ‘liever Turks dan paaps’ waren. De ‘Grote Turk’ was misschien dan wel een barbaars, maar toch ook een tolerant heerser die christenen en joden niet vervolgde. Erger dan de inquisitie van de paus in Rome kon hij in ieder geval niet zijn.

Nuttige betrekkingen

In 1611 kwam in Den Haag een brief aan van de kaputan pasja, de opperbevelhebber van de Ottomaanse vloot, waarin deze aanbood onderhandelingen te voeren en de Republiek handelsprivileges in het vooruitzicht stelde. Johan van Oldenbarneveldt slaagde erin de Staten-Generaal van het nut hiervan te overtuigen. Vanwege de spreekwoordelijke Hollandse zuinigheid werd een relatief bescheiden delegatie samengesteld. Vanzelfsprekend stond het handelsbelang voorop, maar men hoopte ook op hulp van de Turken om de vele Nederlandse slaven uit handen van Algerijnse en Tunesische kapers vrij te krijgen. Door de toegenomen handel in het Mediterrane gebied kregen Nederlandse schepen steeds vaker te maken met de Barbarijse zeerovers die onder Ottomaanse vlag opereerden.

Delegatie naar Constantinopel

Eind 1611 kon de uit Schiedam afkomstige diplomaat Cornelis Haga (1578-1654) met een gevolg van vier man vertrekken. Op 14 maart 1612, na een reis van vier maanden, arriveerde het gezelschap veilig en wel in Constantinopel. Het zou nog tot mei duren eer Haga door sultan Ahmed I in het Topkapipaleis ter audiëntie werd ontvangen. Na een betrekkelijk korte serie onderhandelingen kreeg Haga op 6 juli 1612 het verdrag, een ongeveer drie meter lang sultansdecreet, of Ahdahne, in handen. Deze Ahdahne bevindt zich in het Nationaal Archief en is vanaf 22 maart te zien op de tentoonstelling de ‘Prins en de Pasja’ in de Verdieping van Nederland.

Ambassade van de Republiek

De eerste Nederlandse ambassade werd gevestigd in Constantinopel in de wijk Pera naast de Franse ambassade, aan wat in de 19e eeuw de Grande Rue de Pera heette en thans de Istiklal Caddesi. Ongeveer op dezelfde plaats staat het prachtige uit 1830 stammende Palais de Hollande waarin zich nu het Nederlandse consulaat bevindt. De naam Palais de Hollande werd steeds opnieuw gebruikt voor de verschillende gebouwen die in de loop van vier eeuwen op die plaats verrezen.

Juridische complicaties

Volgens het islamitisch recht kon een gebied waar de islam heerste (Dar ul-Islam, huis van de islam) geen duurzame vreedzame betrekkingen onderhouden met het deel van de wereld dat nog niet onder islamitisch recht viel. (Dar ul-harb, huis van de oorlog). De Ottomaanse overheid, die toch streefde naar betrekkingen met christelijke Europese staten als Venetië, Frankrijk en De Republiek, moest dat op subtiele wijze zien te rijmen met de ‘heilige’ wet. Men paste daarom een stelregel toe, dat men in het belang van de islam een wapenstilstand voor bepaalde duur kon sluiten met niet-islamitische mogendheden. De buitenlanders moesten de superioriteit van de islam en de Ottomaanse sultan wel erkennen, door zelf om een wapenstilstand te komen vragen. De Ottomanen stelden zelf geen ambassadeurs aan.

De Ottomaanse capitulaties

De voorwaarden waarop buitenlanders konden verblijven en handeldrijven in de landen van de Sultan werden vastgelegd in zogenaamde ‘capitulaties’. Die capitulaties bepaalden dat buitenlanders waren vrijgesteld van een aantal heersende wetten en regels (vooral op het gebied van het civiele recht, strafrecht en belastingen). De expats mochten volgens het recht van hun eigen staat worden berecht. Deze situatie heeft zo’n drie eeuwen bestaan. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden de capitulaties door de Ottomaanse regering eenzijdig opgezegd. Pas in 1925, na het ontstaan van het nieuwe Turkije van Atatürk, kwam een gewoon handelsverdrag tussen Nederland en Turkije tot stand. Bij de instelling van de Turkse republiek werd Constantinopel officieel hernoemd tot Istanbul. De hoofdstad bleef de stad niet, dat werd Ankara.

Begin van Nederlandse Levanthandel

Ambassadeur Haga heeft met zijn missie naar Constantinopel de Nederlandse Levanthandel meer fundament gegeven. Dankzij de capitulaties van 1612 was het mogelijk een handelsnetwerk op te zetten met consulaten in onder meer Aleppo, Patras, Athene en Smyrna. In de inleidende passage van de capitulaties was tevens opgenomen dat ambassadeur Haga in Constantinopel zou blijven. Pas in 1639 zou hij terugkeren naar de Republiek, waar hij in 1645 president werd van de Hoge Raad van Holland. Zo heeft zijn tijdelijke missie ten slotte 27 jaar geduurd.


van de website http://www.mevlana800.info/400yil.htm

Vierde eeuwfeest Turks-Nederlandse betrekkingen

1612 - 2012
4de eeuwfeest Turks-Nederlandse betrekkingen, Republiek der Nederlanden-Turks Keizerrijk

400 yilTijdens een korte plechtigheid onthulde drs. Veyis Gungor het logo van het 4de eeuwfeest van de Turks-Nederlandse betrekkingen, dat in 2012 op grootse wijze in beide landen gevierd zal worden.

Het voorspel tot deze relatie had al in 1582 plaats, toen in Antwerpen een Osmaanse handelsvestiging, de zgn. “Turkse Stapel” werd geopend.
Toen de stad in 1585 weer door de Spanjaarden werd heroverd, verplaatste zich de Levanthandel naar Noord-Nederland, naar handelscentra als Amsterdam, Enkhuizen, Vlissingen, Middelburg en Hoorn en werd het Osmaanse Rijk in het Midden Oosten en Noord-Afrika een directe handelspartner voor de Nederlanders. Naast Turken waren ook Griekse, Joodse en Armeense kooplieden uit het Osmaanse Rijk vanaf de 17e eeuw in Amsterdam te vinden. Ze werden allemaal "Turken" genoemd.

Het conflict van Hervorming en Contra-Reformatie en de strijd van de Nederlandse opstand tegen Rooms Spanje, leidde tot een nieuw Turkenbeeld. Van “gesel Gods” evolueerde de Turk tot een denkbare bondgenoot als zijnde de meest geduchte vijand van de eigen vijand. De leus “Liever Turks dan Paaps” kan zo verstaan worden. De Watergeuzen lieten “Turkse” wimpels waaien aan hun scheepsmasten als symbool van de verschrikking, die stond voor alles wat Turks uitstraalde. Ook preekstoelen in Protestantse kerken werden bekroond door een Turkse halve maan.

De eerste politieke verbindingen tussen de Nederlandse Staat en het Osmaanse Rijk kwamen tot stand onder leiding van Willem van Oranje. Bij het zoeken naar financiële en militaire steun in de strijd tegen Spanje wendde de Prins zich tot een internationaal bankier, een oude studievriend uit Leuven, van Spaanse huize, die te Antwerpen bij een bankiersfirma werkzaam was geweest en zich toen Don Juan Miguez noemde. Inmiddels had deze bankier een gedaanteverwisseling ondergaan. Hij was vertrokken uit het door de Spaanse inquisitie meer en meer geplaagde Antwerpen om weer op te duiken in Istanbul, waar hij zich vestigde onder zijn werkelijke naam van Josef Nasi. Als Spaanse Jood was hij evenals zijn 100.000 geloofsgenoten welkom in het rijk van de Sultan. Te Istanbul en te Saloniki ontstonden welvarende Spaans-Joodse gemeenten, die, wat Istanbul betreft (dat vrij bleef van Duitse bezetting), tot op de dag van vandaag voortbestaan.

In de zeventiende eeuw vormden deze Sefardische bankiers en kooplieden in het Osmaanse Rijk, in de Levant en in Noord-Afrika, door middel van hun familievertakkingen met vestigingen in Nederland, een belangrijke schakel in de betrekkingen met Turkije. Willem van Oranje was de eerste, die er profijt van had. Na hem kwamen de Nederlandse kooplieden en zeevaarders, die vanaf de jaren 1590 in concurrentie met Spanjaarden en Portugezen hun handel uitbreidden naar de kusten van Afrika en de Middellandse Zee. De Nederlanders namen al snel een belangrijke plaats in, in de hele mediterrane wereld van Spanje tot Turkije, al was dit zelden de eerste plaats naast de rivalen, t.w. Venetianen, Fransen en Engelsen.

De zogenaamde “Straatvaart” d.w.z. de vaart door de Straat van Gibraltar begon met de verscheping van grote hoeveelheden graan van de Oostzeelanden naar Italië. Naast zuiver commerciële belangen speelde de oorlogstoestand met Spanje een belangrijke rol. Er groeide belangstelling aan de hoven van de Sultans van Marokko en van Turkije voor de opkomende Europese zeemogendheden, die vóór Gibraltar in 1607 de Spanjaarden in eigen wateren opzochten en versloegen. De Osmaanse regering begon te denken aan de mogelijkheid Nederland te winnen als bondgenoot in de gemeenschappelijke strijd tegen de Habsburgsemacht.

Om een idee te krijgen van de omvang van deze Nederlandse handelsexpansie in de richting van de Levant, moet men bedenken dat bijvoorbeeld in 1591 zo’n honderd schepen uitvoeren alleen al uit Amsterdam.

1599

In 1599 kwam het eerste Nederlandse schip in de Levant aan om voor de meegebrachte 100.000 zilveren ducaten zijde, specerijen en katoen te kopen. De handelscontacten breidden zich steeds meer uit. Veel van de contacten werden met veel plechtigheden, pracht en praal omringd. Slecht weinig Europese staten kenden een diplomatieke vertegenwoordiging in Istanbul, zodat de positie van de Hollanders tamelijk bijzonder was. Zelf wilden ze vooral hun handelsbelangen zeker stellen, maar ook de Osmaanse cultuur werd bewonderd. Collecties van musea in Turkije en Nederland getuigen daarvan. In het Museum Turkije-Nederland zijn de voorwerpen en de vaak prachtig gedecoreerde contracten bijeengebracht die het verhaal van de relaties tussen Turkije en Nederland in beeld brengen.

1612

In 1612 besloten Nederland en Turkije vriendschappelijke relaties aan te gaan. Sedert die tijd zijn er talloze Nederlandse ambassadeurs naar Turkije gegaan waar zij, eerst bij de ‘Osmaanse Porte’ in Istanbul en later bij de regering van de Republiek Turkije in Ankara, de belangen van de Nederlandse natie behartigd hebben. In de 17e en 18e eeuw vormde de handel op de Levant een belangrijke bron van inkomsten voor de Nederlanders.

Ook de geschiedenis van de bestudering van de Turkse taal en cultuur in Nederland gaat terug tot het begin van de 17e eeuw. Middels portretten van beroemde Nederlandse oriëntalisten, hun publicaties en voorbeelden uit de belangrijke collecties van Oosterse handschriften die zij in Nederland aangelegd hebben, ontstond de Nederlandse turkologie. Een andere wetenschappelijke link tussen Nederland en Turkije wordt gevormd door de botanie. In de loop der tijd zijn er veel Nederlandse reizigers en botanici naar Turkije gegaan, zij bestudeerden daar vaak de lokale flora en brachten tal van nieuwe planten met zich mee naar Europa. Zo is ook de tulp, nu de Nederlandse bloem bij uitstek, in de 16e eeuw in Nederland beland. Ook andere planten afkomstig uit Turkije zoals de hyacint en de paardenkastanje zijn op die manier in ons land gekomen. Ook nu nog bestaan er uitgebreide ‘botanische’ betrekkingen tussen Nederland en Turkije.
En niet te vergeten de tulipomanie, de windhandel in tulpen in de eerste helft van de 17e eeuw.


 
Leve onze Turkse bevrijders!

Drie Osmaanse schepen brengen wapens, vlaggen en kleren voor een verkleedpartij
… er [zijn] mythe-achtige verhalen over drie Osmaanse schepen die als steun naar de Watergeuzen gestuurd werden. De schepen zouden volgeladen zijn met Osmaanse vlaggen, vaandels, kledij en wapens, en zelfs enkele honderden Osmaanse zeelieden uit Barbarije. Bij aankomst in Zeeland zouden de Watergeuzen zich tezamen met de Barbarijse Osmanen, verkleed hebben als Osmaanse strijders waardoor de Spanjaarden zich in 1599-1604 gedeeltelijk zouden hebben teruggetrokken uit Zeeland met de gedachte dat het voltallige Osmaanse leger de Nederlanden te hulp gekomen zou zijn. Alhoewel meerdere Turkse bronnen reppen over dit verhaal, komt dit niet terug in de Nederlandse bronnen en blijft het een mysterie.

Turkse galeislaven bevrijd door Maurits, vechten mee in de slag bij Sluis, 1604
Wat echter wel duidelijk naar voren komt, is dat de Watergeuzen in 1599 per toeval een groep van ongeveer 1500 Osmaanse galeilieden bevrijdden uit Spaanse handen. Naar alle waarschijnlijk waren het Noord-Afrikaanse Osmanen, allen ervaren zeevaarders, die in de Middellandse Zee gevangengenomen waren door Spaanse zeevaarders, waarna ze als galeislaven ingezet waren in de onderste rangen van de Spaanse vloot die onderweg was naar de Nederlanden. Hier zouden ze ingezet worden als galeislaven, maar dankzij een tijdige redding door de Watergeuzen blijft dit ze bespaard.

Desondanks besluiten de Osmaanse galeiliederen de Watergeuzen te helpen in de daarop volgende zee- en landstrijd die later bekend zou worden als de Slag om Zeeland. Dit kwam waarschijnlijk door een combinatie van wraakgevoelens tegenover de Spanjaarden als gevoelens van schuld, dankbaarheid en sympathie (vooral na het zien van de vlaggen op de Nederlandse schepen) jegens de Watergeuzen van de Osmaanse galeilieden.

Zeelands dorpje vernoemd naar Turkse hulp: Turkeye
De Slag om Zeeland werd uiteindelijk door de Watergeuzen gewonnen in 1604, maar de rol van de Osmaanse galeilieden bleek zo cruciaal dat zij alle lof kregen bij de laatste overgave van de Spaanse Habsburgers in het belegerde Sluis. Na de overgave van Sluis kreeg het slagveld een speciale naam van prins Maurits; als dankbaarheid en eerbetoon aan de Osmaanse galeiliederen kreeg het in 1604 de naam ‘Turkeye’. De zeelui zelf werden een paar jaar later op Nederlandse schepen naar Algerije, toen een provincie van het Osmaanse Rijk, verscheept.

Osmaanse Rijk erkent als eerste de onafhankelijke Nederlandse Republiek
Met deze vrij spontane samenwerking tussen de Watergeuzen en de Osmanen, wordt de weg geopend voor een duurzaam overleg tussen beide landen. Als tegenprestatie voor de thuisbezorgde Osmaanse galeilieden en de, volgens Turkse bronnen, geleverde drie Osmaanse schepen, nodigt de Osmaanse minister van Marine een Nederlandse diplomaat uit om naar İstanbul te komen. Deze minister Halil Paşa nodigt in 1610 een ambassadeur uit, waarna Cornelis Haga de eer krijgt om per 1612 de eerste ambassadeur van de Nederlanden in het Osmaanse Rijk te zijn. Dit terwijl de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op dat moment officieel nog niet uitgeroepen was, hiermee valt het Osmaanse Rijk de eer als eerst de opstandige Hollanders te accepteren als een onafhankelijk land en tegelijk de diplomatieke betrekkingen aan te halen.

Willem van Oranje symbolisch afgebeeld onder Osmaanse vlag
Dit komt ook goed naar voren in het vergaderzaal van de Staten van Holland (destijds het hoogste orgaan in Holland), waar er een groot portret van Willem van Oranje is opgehangen. Op het plafond staan alle landen geschilderd die betrekkingen aanknoopten met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in hun moeizame periode van 1566-1648. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de makers van het plafond, de twee leerlingen van Rubens genaamd Nicolaas Wielingh en Andries de Haen, het Osmaanse Rijk en de bijbehorende vlag direct boven het immens grote portret van Willem van Oranje hebben geschilderd. Het Osmaanse Rijk was tenslotte de eerste die de Watergeuzen hulp aanbood en via de uitgenodigde ambassadeur als eerst diplomatieke betrekkingen onderhield met de Nederlanden.
 

Home