Dagboek Palestina, Henk Zomer

Reis naar Palestina als lid van het eerste UCP-team
UCP = United Civilians for Peace

Donderdag 11-10-2001

Voor ons vertrek hadden al heel wat mensen me gevraagd waarom ik mijn rustig VUTters-leven onderbrak voor een verblijf van 3 maanden in een toch niet zo veilig gebied, de vraag werd me niet alleen in de kring van familie en vrienden gesteld maar ook voor radio en TV. Het antwoord is complex, ik houd het hier maar simpel: het conflict in dit gebied heeft me in mijn loopbaan regelmatig bezig gehouden en ik ben een groot voorstander van mensenrechten en internationaal recht, trouwens wie niet, en ik hoop nu op deze manier daaraan wat te kunnen bijdragen. Maar a.u.b. geen te hoog gespannen verwachtingen.

Op de verjaardag van mijn dochter vertrokken we met enkele uren vertraging. We mochten aan boord van het vliegtuig op een tijdstip waarop we al aardig onderweg hadden moeten zijn, en eenmaal aan boord werd aangekondigd dat de vertraging nog langer zou duren. Er was een grappenmaker die bij de veiligheidscontrole meldde dat hij in zijn bagage een handgranaat had, hij er dus uit, maar ook zijn bagage, en dat kostte wat tijd.

Vrijdag 12-10-2001, Bethlehem, Beit Sahour en Beit Jala

Na aankomst werden we naar het YWCA-hotel in Oost-Jeruzalem gebracht waar we ons slaaptekort wat konden wegwerken. Na de middagmaaltijd gingen we onder leiding van Ayman Abu Zulof, een gids van ATG, de ďAlternative Tourism GroupĒ, naar Bethlehem en de omliggende dorpen Beit Sahour en Beit Jala. In Beit Sahour zal ik worden gestationeerd, ik kon alvast even een kijkje nemen in het huis waarin ik de komende weken zal worden ondergebracht. Zowel in Beit Sahour als in Beit Jala bekeken we recent kapotgeschoten huizen, vanuit de militaire kampementen bij de joodse nederzettingen die door de legereenheden worden bewaakt. De afstand tussen nederzettingen en de dorpen zijn voor militaire middelen geen probleem, voor stenengooiers zijn ze echter niet te overbruggen, terwijl daarin de argumentatie voor de schietpartijen zou liggen. De eerste verwarring treedt op: waarom dit geweld?

We bezoeken in Beit Jala een Palestijnse familie, met familie overzee, in dit dorp blijken veel families relaties op het Amerikaanse continent en in Europa te hebben, en sommigen uit ons geselschap grijpen dat aan om naast Engels ook Frans of Spaans te spreken. De heer des huizes maakt kistjes van olijfhot, voor de toeristenmarkt, maar die is nu geheel stil komen te liggen. Voor deze familie is vrede de eerste prioriteit, en dat betekent voor hen dat er een einde aan de bezetting moet komen, aan de vrijheidsbeperkingen, het vernielen van huizen, de bureaucratie die hen en dorpsgenoten belemmert hun werk te doen en huizen te bouwen terwijl nota bene in hun gezichtsveld hele steden verrijzen.

Aan het eind van de dag bezoeken we een vluchtelingenkamp in Bethlehem, Deisha, het kleinste kamp in Palestina. Het is na zoveel jaar geen echt kamp (tenten) meer, inmiddels is het een zeer dicht bevolkte wijk, maar iedereen spreekt toch van een kamp. We gaan op bezoek bij een familie die enige jaren geleden een zoon verloren in het verzet tegen de bezetting, doodgeschoten. In de woonkamer is een muur geheel volgehangen met portretten en posters. De moeder vertelt haar verhaal, hoe ze verdreven werden in 1948 uit hun huis, hun dorp en er sindsdien niet meer geweest zijn. Voor haar is er pas echt vrede als ze terug kan naar haar huis, ze zegt dat ze de sleutel nog heeft. Aan een van de al wat oudere zonen vragen we wat hij liever zou willen: leven in een zelfstandig en vrij Palestina of terug in hun dorp, dat hij nooit zag, en onder IsraŽlisch bestuur? Hij beweerde het laatste, maar dan zou hij in IsraŽl toch verder vechten voor gelijke rechten voor joden en Palestijnen. Als we vertrekken blijkt er op straat een demonstratie te zijn, de weg wordt met vuurtjes geblokkeerd, opgeschoten jongelui en jongere jongens vermaken zich met het aanslepen van vuil en brandbare spullen. Het is een demonstratie omdat er geen water is in het kamp. Er staat een wagen met gasflessen vlak bij een van de vuren, ik maak me daarom maar snel uit de voeten.

Zaterdag 13-10-2001 West Bank, Jeruzalem

Dit wordt een dag van de settlements, met een introductie en een tour onder leiding van Jeff Halper, een Jood, IsraŽliŽr en Amerikaan (dubbele nationaliteit) en antropoloog werkend voor het ďIsraŽl Committee Against House DemolitionĒ. Het feit dat er een joodse groep bestaat tegen huisvernietiging betekent dat er op dit gebied toch wel wat aan de hand is. En inderdaad, als je eenmaal weet hoe je naar het landschap moet kijken en iets aan kaarten bij de hand hebt dan is al snel vast te stellen dat er nog al wat huizen zijn verdwenen, volkomen weggevaagd. Daarnaast is er ook heel veel aan huizen vernietigd zonder de moeite te nemen om de boel op te ruimen of zelfs maar de wijze van vernieling - licht en zwaar geschut - te camoufleren. Overigens wordt er door de IsraŽlische bezetter op de West Bank meer gebouwd dan vernietigd, met echter een cynisch verschil, de huisvernietiging betreft huizen van Palestijnen, de nieuwbouw betreft nederzettingen van joden op bezet gebied. Inzake de ontwikkeling van de West Bank is het zaak goed op te letten hoe iets wordt verteld, hetzelfde geldt voor de stad Jeruzalem, ik kom daarop terug.

De nederzettingen.

Ik maak eerst even een uitstapje: in de jaren vijftig had ik een vriend die op sabbat het licht bij de joodse buren aan moest doen, die buren hielden zich aan de wet door een ander in te schakelen; een slimme oplossing, maar het was handelen naar de letter van de wet, niet naar de geest. Er zijn Joodse vrouwen, die zich aan de regel willen houden die voorschrijft dat zij het hoofd bedekt moeten hebben, die dat doen met een pruik; weer zoiets, de letter van de wet en niet de geest ervan. Dat zelfde verschijnsel doet zich voor inzake nederzettingen.
Bij de Oslo-akkoorden was ook de toezegging dat er geen nederzettingen meer zouden worden gebouwd, er zou hoogstens sprake zijn van natuurlijke groei. Wat is nu het geval: bij elke nederzetting hoorde een zogenaamd bestemmingsplan, betreffende een gebied dat veel groter is dan het bebouwde deel en die zogenaamde natuurlijke aanwas is de realisatie van het oorspronkelijke plan, zo kan het gebeuren dat er na Oslo vele tientallen nieuwe nederzettingen werden gebouwd Ė en er wordt nog steeds in rap tempo gebouwd Ė en dat een nederzetting van 4000 mensen in enkele jaren werd uitgebouwd tot een stad van 40000 inwoners. Dat die bestemmingsplannen door een bezetter gemaakt zijn, zonder enige inspraakprocedure, dat is kennelijk niet belangrijk. De volgende dag zou ik via de radio een verklaring horen van de IsraŽlische overheid waarin ronduit werd gezegd dat alle bouwactiviteiten in settlements passen bij de gemaakte afspraken omdat het gaat om de concretisering van vastgestelde bestemmingsplannen! Overigens zijn de kaarten van die  ďbestemmingsplannenĒ niet zo gemakkelijk te krijgen, het is het bovengenoemd comitť wel gelukt. En uit die kaarten blijkt dat de plannen kennelijk uitgaan van de volgende principes: de nederzettingen moeten een zo groot mogelijke oppervlakte hebben en zo weinig mogelijk Palestijnse huizen/dorpen omvatten. Dat leidt soms tot wat vreemde grenzen en soms tot het verwijderen van Palestijnse huizen. Dat dit alles tegen internationaal recht is wordt door menigeen lastig gevonden, maar daar blijft het dan bij. Om met Europees Commissaris van der Broek te spreken: het blijft bij ďdeclaratoire politiekĒ en ook de EU maakt zich daaraan schuldig.
Bestudering van de kaart, met de door IsraŽl gewenste grenzen van de stad Jeruzalem en van de (overige) nederzettingen leidt tot een duidelijke conclusie: De West Bank wordt min of meer in tweeŽn gedeeld, een noordelijk deel en een zuidelijk deel. Rond de Oslo akkoorden was sprake van een verdeling van de West Bank, 95% Palestijns, 5% IsraŽlisch, maar die 5% is wel een uiterst strategisch deel en daar zit Jeruzalem nog niet bij.

De autowegen:

Sinds ďOsloĒ zijn er veel snelwegen aangelegd in de West Bank, het is een kostbare zaak geweest, met de nodige kunstwerken, viaducten en tunnels. Ook hier is bestudering van de kaart zinvol. Het zijn de verbindingswegen vanuit Jeruzalem naar de nederzettingen en tussen de nederzettingen. Zonder op- en afritten naar Palestijnse dorpen, en voor zover die er al waren zijn ze sinds mei van dit jaar afgesloten. Sinds mei mogen Palestijnse autoís niet meer op de snelwegen komen, en dat betekent niet alleen dat de tocht van A naar B langer duurt, hij is veelal niet te maken. Palestijnen reizen van roadblock naar roadblock per taxi, de eventuele eigen auto is alleen nog maar in de eigen woonplaats te gebruiken, en gaan te voet door de checkpoints, om aan de andere kant een andere taxi te nemen. Het is onvoorstelbaar hoeveel economische schade dit alles oplevert.
Op een van de snelwegen, ook ďbypasswegenĒ genoemd, omdat je langs de Palestijnse dorpen gaat, gingen we langs een heuvel. De chauffeur had de Palestijnse hoofddoek vergeten en dus werd onze auto aangezien voor de wagen van een settler, immers alleen settlers en taxiís rijden over deze wegen. En dat leidde tot een steen door de zijruit: glassplinters in de wang van Cees Otto en een blauwe plek op zijn arm. Gelukkig vielen de verwondingen mee.

De stad Jeruzalem:

Met de naam Jeruzalem is niet voldoende duidelijk wat bedoeld wordt. Er hoort een bijvoeglijk naamwoord bij. Ook de term Oost-Jeruzalem volstaat niet meer, omdat dit begrip door de IsraŽlische overheid fors is opgerekt. Dus als het over Jeruzalem gaat dan kan het zijn over de oude stad, over West Jeruzalem, over Oost Jeruzalem met de grens van de Jordaanse tijd, of met de grens die de IsraŽlische regering voor ďgeheel JeruzalemĒ bedacht (ďMunicipal JerusalemĒ), of ďGreater JerusalemĒ  een planningconcept dat in een vredessituatie zeker noodzakelijk is, of een nog groter gebied ďMetropolitan JerusalemĒ, een regionale planning die zeker op zijn plaats is ware er geen sprake van bezetting en eenzijdige vastgestelde plannen. Maar de ruimtelijke ordening waaraan IsraŽl nu werkt in de regio rond oostelijk Jeruzalem bevat ook zogenaamde groene zones, en daartoe worden nogal wat huizen geruimd, toevallig allemaal huizen van Palestijnen.
Van oudsher kent de oude stad, het door de turken ommuurde gedeelte, vier wijken, een Joodse, een Armeense, een Christelijke en een moslim wijk. Door allerlei ďmanipulatieĒ zijn er in de laatste jaren steeds meer Joodse / IsraŽlische bezettingen / bezittingen gekomen in de niet-joodse wijken. Het huis van Shaíaron is daar het meest sprekende voorbeeld van, demonstratief hangt er een grote IsraŽlische vlag aan dat huis in de moslimwijk.

Er is nog een aspect inzake Jeruzalem, de nederzettingen in ďGroot JeruzalemĒ worden door de IsraŽlische overheid ďneighbourhoodsĒ, wijken genoemd, waarmee geprobeerd wordt een zekere vanzelfsprekendheid aan de nieuwbouw in de buitenwijken van de stad, aan de eenzijdige uitbreiding van de stad op bezet gebied te geven. 

Zondag 14 oktober, Hebron en ďdemonstratieĒ

Hebron

We vertrekken naar Hebron, om te zien hoe de leefomstandigheden zijn in een stad waarin een beperkt aantal zeer conservatieve, fanatieke joden woont en die daarom in twee delen is verdeeld, H1 en H2. We gaan via een bypass weg, bij die uitdrukking denk ik steeds aan een omweggetje, maar het is de autoweg, de ďfreewayĒ langs de Arabische dorpen, de weg van de kolonisten, de settlers. Vlak voor we in Hebron zijn krijgen we van een teugkerende vrachtwagenchauffeur te horen dat we vanaf die weg de stad niet in kunnen, de afslag is geblokkeerd, maar hem volgend komen we via een eigenlijk niet bestaande afrit op wat wij de provinciale weg naar Hebron zouden noemen. Maar helaas we komen weer voor een barricade. Achter ons verschijnt een auto van het tijdelijke internationale waarnemers team in Hebron, begeleid door hen komen we in het geweldig drukke centrum van wat ik hier maar zal noemen ďhet Arabische deelĒ van de stad, let wel de hele stad is Palestijns. Met moeite komen we door het marktverkeer heen, jammer dat we geen tijd hadden om er wat rond te lopen, we kwamen voor het andere deel. Via een controlepost en een voor ons onnavolgbare discussie met de militairen komen we het deel van de stad in dat Joods genoemd wordt omdat er 400 Joodse gezinnen wonen, als in een fort, beschermd door een veelvoud van soldaten en een groot aantal cameraís. We gaan eerst naar dat deel van de overdekte markt dat nog open is, maar eigenlijk tegen beter weten in, er zijn geen klanten en de kooplieden zijn verbaasd ons te zien. Boven de winkels wonen de Joden, een merkwaardige situatie, bedreigend voor beide partijen. Bij de Moskee van Abrahams graf, waarin een Joodse arts een moordpartij aanrichtte, staat nu een forse controle, compleet met detectiepoortjes. Merkwaardig, het was een jood die er zijn geweer leeg schoot en nu worden de Palestijnen gecontroleerd. 

Een deel van de markt is geheel gesloten, een jonge vrouwelijke soldaat vraagt verlegen wat we willen en weet zich al helemaal geen houding te geven als we zeggen dat we haar willen fotograferen. De arme meid staat er ook maar haar taak te doen. Het is een onwezenlijke situatie, een lamgelegde stad, mensen veroordeeld tot niets doen, een kleine groep Joodse fanaten in een fortachtige situatie, zichzelf opofferend voor wat zij als een heilige zaak zien, immers hier is het graf van voorvader Abram en daar willen zij wonen, en in 1929 werden hier Joden gedood, nu zullen zij aantonen dat er Joden zullen leven. Het is ons ten zeerste afgeraden met de Joden hier in discussie te gaan. Ik ga een winkel met ďJudaicaĒ in, waar ook kaarten te koop zijn, dat had ik niet hoeven doen, ik werd door de Joodse winkelier, zo te zien een westerling, volkomen genegeerd. Janny probeert het na mijn ervaring ook een keer, zij werd wel geholpen. We lopen verder door de wijk, overal lege straten, met zandzakken versterkte huizen en militaire uitkijkposten, waar je ook loopt, je wordt gezien. Ergens schalt een radio uit een raam, er komt een militaire patrouille aan en een kind dat uit het raam kijkt wordt gesommeerd de radio uit te doen, een doodse stad moet kennelijk ook stil zijn. Op een heuvel waar door Joden aan een huis gebouwd wordt is een militaire post gevestigd, hun embleem is Simson die twee pilaren uit elkaar drukt. Zouden ze die zelfmoord actie van Simson echt als hun voorbeeld zien? Een poging tot gesprek met de soldaten komt niet verder dan wat heen en weertjes over Simson, ik mag het embleem fotograferen, maar verder vermijd ik problemen door de camera op te bergen. Vlak voordat we weer bij de controle post naar de andere wijk zijn komen een tank en een pantservoertuig aanrijden, bangmakerij? We verlaten de stad naar de autoweg en via een keurige afrit komen we bij een nieuw settlement, Kiryat Arbu, voor zoín 5.000 inwoners. Naast een van de oudste steden ter wereld verschijnt een gloednieuwe stad. Waar het begrip settlement toch iets suggereert van ďklein en tijdelijkĒ, tenminste dat was bij mij het geval, sta ik steeds weer verbaasd over de omvang van deze nieuwe steden, compleet met alle denkbare voorzieningen en mooie parken, een schril contrast met de oude dorpen, waarvan vaak nog de resten in de directe omgeving te zien zijn, zij het soms met moeite, vaak heb je iemand die de omgeving kent nodig om die sporen aan te wijzen.

Tekoa

Tekoa (of Teqoía) is een klein dorp ergens tussen Bethlehem en Hebron. De dorpsraad organiseert af en toe een demonstratie tegen de doorsnijding van het dorp door een ďsettlersroadĒ waarvan de bewoners geen gebruik mogen maken. De demonstratie wordt ondersteund door een groep die zich ďInternationals voor PalestineĒ noemen, mensen van diverse nationaliteiten die in IsraŽl of West Bank wonen. Ook vandaag zal er een rustige demonstratie zijn en zal er een groepje ďInternationals for PalestineĒ  bij zijn. We willen er nu ook bij zijn, er was een ontmoetingspunt afgesproken en we volgen de auto en het busje van de ďInternationals met ons busje. Echter, na de afslag van de autoweg is er een roadblock waar we niet doormogen, de militairen zeggen dat het gebied tot militair gebied is verklaard, omdat er die morgen een incident was in Bethlehem. De ďInternationalsĒ willen de betreffende verklaring zien, daartoe moeten we eerst naar de autoweg terug, daar wordt gewacht op de verklaring. In weinig tijd staan er driemaal zoveel politiemannen en militairen om ons heen als ons gezelschap groot is. We krijgen de verklaring na enig wachten te zien. Overleg helpt niet, evenmin de uitnodiging die de groep heeft van de burgermeester van Tekoa. Het wordt dus een aftocht. Onze autoís worden begeleid door militaire wagens en politieautoís tot we in Jeruzalem zijn. We gaan na vertrek van de begeleiders terug. Geprobeerd wordt Bethlehem in te gaan om via binnenwegen een nieuwe poging te doen om in Tekoa te komen, maar in de wachttijd voor de controlepost bij Bethlehem wordt besloten maar op te geven, omdat een tweede poging misschien tot arrestatie leidt.  

Maandag 15, Dinsdag 16 en Woensdag 17 Oktober

We beginnen aan een trainingsweek, dat wordt zitten. 
Naast ontmoetingen met allerlei personen besteden we tijd aan logistieke zaken en doen we wat aan trainingen zoals gesprekstechniek in conflictsituaties. De diverse ontmoetingen vat ik samen in deze verslaggeving, alleen van die met Barbara Schmutzler geef ik een apart verslag.

Recht en onrecht

We krijgen in meerdere sessies uitleg over wetgeving, mensenrechten, positie van de vrouw, Palestijnse samenleving en organisatie, enz. van Dianne Luping. (LAW, een Palestijnse organisatie voor mensenrechten en milieubescherming), van Maha Abu Dayyeh (Palestijnse NGO-koepel),van Jeff Halper (IsraŽl Committee Against House Demolition), van Abla Nasir (YWCA en PNGO), van Huwaida Arraf (Internationals for Palestine), Hannah Friedman (Public Committee Against Torture) en van Judeh Majaj (YMCA en PNGO).

Er is door Palestijnse organisaties, en ook door IsraŽlische organisaties, aangedrongen op internationale waarnemers, een dergelijk voorstel aan veiligheidsraad werd getroffen door een veto van de Verenigde Staten, en dat terwijl ter ondersteuning van dat voorstel gebruik was gemaakt van Amerikaanse rapporten over de situatie in de West Bank. Steeds weer is het argument ďveiligheidĒ, dat gaat voor rechtvaardigheid, security prevails over justice. Internationaal recht staat gewapend verzet tegen bezetting toe. Hieromtrent zat er in de Oslo - akkoorden een addertje onder het gras: Men begon te spreken over ďdisputed areasĒ in plaats van ďoccupied territoriesĒ om de Conventies van Geneve buiten werking te stellen voor Jeruzalem, Gazastrook en West Bank. De Verenigde Staten van Amerika spreken in dit verband over ďConstructive AmbiguityĒ. Maar zelfs zonder de Geneefse Akkoorden is voldoende aangetoond dat de mensenrechten en andere internationaal erkende regelingen, ook door IsraŽl aanvaard, worden geschonden. Het eenvoudigste voorbeeld daarvan is het met scherp schieten op stenengooiende jongeren door zwaar beschermde soldaten, vanuit beveiligde posities op afstand. Het recht staat schieten toe alleen in levensbedreigende situaties en dan nog moet de reactie proportioneel zijn aan de actie. Stel je ook in zulke situaties de vraag hoe Nederlandse politie zou optreden in vergelijkbare gevallen (demonstraties of zelfs voetbalhooligans) en voorts wat er zou gebeuren als een demonstrant of hooligan zou worden doodgeschoten door de politie.

Ander voorbeelden van onrecht, volgens internationaal erkend recht, zijn de collectieve straffen, die soms zelfs ridicuul zijn. Zo worden olijfboomgaarden geveld omdat stenengooiers achter die bomen zich kunnen verstoppen. Er is geen geval bekend van enige compensatie voor dit soort vernielingen. Het zal je inkomstenbron zijn. Als vermoed wordt dat een zelfmoordterrorist uit jouw dorp of buurt komt kan je beter vertrekken, het huis van de vermoedelijke dader wordt mogelijk vernietigd.
Voor de betreffende uitspraak van het hooggerechtshof in 1999 was marteling bij verhoor standaard praktijk (Meerdere Palestijnen met meervoudige gevangeniservaring bevestigden mij dat later). In het 1999-vonnis zit trouwens toch nog ruimte voor marteling, ten eerste omdat de martelmethoden die verboden zijn met name genoemd worden en ten tweede schijnt er een uitzondering te zijn voor het geval er ergens een tijdbom zou liggen.

Naar aanleiding van wat er rond de conferentie over racisme in Durban gebeurde hebben we een discussie over racisme en apartheid. Om definitieproblemen te vermijden houd ik het bij het begrip discriminatie. In de korte tijd dat ik hier nu ben heb ik op dit punt al het een en ander gezien, en niet alleen als attitude, discriminerend gedrag, maar systematische discriminatie. Je ziet het bij de roadblocks: op de autowegen mogen kolonisten doorrijden, Palestijnen mogen er niet komen. Er bestaat een veelvoud aan ďidentiteitenĒ, formeel met identiteitskaarten vastgelegd. Een Palestijn kan ďJeruzalemietĒ zijn, of ďWestBankerĒ, in het tweede geval nog inwoner van zone A, B of C (ik laat Gaza maar buiten beschouwing, of buitenlander als JordaniŽr. Elke identiteit heeft zijn beperkingen, zo kan de Palestijnse medewerker van Toine, die in Bethlehem woont  niet zondermeer naar Jeruzalem komen. Een IsraŽliŽr heeft geen reisbeperkingen al zal die zich liever niet in bepaalde Palestijnse gebieden vertonen, maar dat is dan zijn eigen keuze. Er zijn ook verschillende soorten IsraŽliís, in het paspoort wordt dat ook vermeld, Joods, Moslim, Christen, Druus, etc. En hoewel IsraŽl een democratische staat wil zijn, en het ook voor de ďechteĒ IsraŽliís is, zit er toch een onoplosbaar probleem in het gegeven dat het ook en vooral een Joodse staat wil zijn. De Palestijnse identiteitskaarten moesten na ďOsloĒ aan de IsraŽlische eisen voldoen en vermelden dus ook de godsdienst. Na wat er inzake persoonsbewijzen in de tweede wereldoorlog is gebeurd vind ik het onbegrijpelijk dat dit systeem nu door joden is ingevoerd.

Ik geef nog een voorbeeld van de wijze waarop het recht gebogen wordt en waar formeel allerlei ontkenningen mogelijk zijn maar waarvan de praktijk uitwijst dat die formele ontkenningen onterecht zijn. In de onder militaire controle van IsraŽl staande delen van de Westbank, let wel dat is het grootste deel, moeten veel zaken voor de militaire rechtbank worden afgehandeld. IsraŽl heeft nu een aantal van die rechtbanken verplaatst naar zogenaamd IsraŽlisch gebied, naar ďGroot JeruzalemĒ, en dat heeft tot consequentie dat een eigen advocaat niet naar de rechtbank kan komen, gezien zijn Palestijnse identiteitskaart. Natuurlijk kan er dan weer ergens een vergunning aangevraagd worden, maar die kan niet alleen geweigerd worden zonder nadere toelichting, het verkrijgen ervan is al een heel gedoe van wachttijden en vernederende behandelingen. Het gevolg is dat mensen zonder rechtshulp lange tijd in detentie zitten, een soort ďincommunicadoĒ. Overigens is er eigenlijk al door het voortdurend uitvaardigen van nieuwe regels, vaak niet eens op papier, door de militaire bezetters, een voortdurende situatie van onzekerheid, van rechtsonduidelijkheid zo niet van expliciet onrecht ontstaan, zelfs de advocatuur is niet op de hoogte van nieuwe regels, waarop geen enkele democratische controle is, men overweegt ook daarover een rechtszaak aan te gaan. Zo zijn er idiote situaties, een voorbeeld: een advocaat met Palestijns paspoort, gesteld in het Arabisch, en met een vergunning om Jeruzalem in te gaan, in het Hebreeuws, komt toch Jeruzalem niet in omdat het paspoort ďniet te lezen isĒ.

Kolonisten in de ďsettlementsĒ komen overal mee weg, in het jaarverslag van wat wij in Nederland de nationale ombudsman zouden noemen wordt geen enkele veroordeling van kolonisten genoemd, terwijl er wel klachten gemeld zijn. Er zijn gedocumenteerde gevallen van huisvernietiging, autobranden, oogstvernieling en schietpartijen van kolonisten, er wordt niets  aangedaan. Hannah Friedman (Public Committee Against Torture) is van mening dat de veiligheidsproblemen juist voortkomen uit de bezetting, in plaats van Ė zoals velen denken en IsraŽl de wereld wil doen geloven - de bezetting bedoeld is om veiligheid te scheppen.

Haar organisatie werd aanvankelijk als een vorm van landverraad gezien, maar toen er Joodse rechtsfundamentalisten werden gemarteld en de organisatie zich daarover ook roerde veranderde dat, in de krant stond toen de kop ďLinks staat achter rechts!Ē. De organisatie houdt zich nu ook bezig met martelingen begaan onder verantwoordelijkheid van de Palestijnse Nationale Autoriteit, ook bepaald niet gemakkelijk.

Militaire dienst

Er is formeel de mogelijkheid om dienst te weigeren en een vorm van alternatieve dienst te doen. Pas na het optreden en de terugtrekking van het IsraŽlische leger uit Libanon, en bij het loskomen van verhalen over het optreden aldaar, begint er een groter begrip voor dienstweigering te ontstaan. Een functie in het leger heeft daarna enkele voordelen in het maatschappelijk leven, voor overheidsbanen heb je aangetoond geen veiligheidsrisico te zijn, de opgedane ervaring wordt gewaardeerd, je krijgt gemakkelijker hypotheek enz. Ook al is het leger in de staat IsraŽl van grote betekenis, een derde van de mensen die in aanmerking zouden kunnen komen voor dienstplicht komt er onderuit vanwege religieuze redenen of omdat het leger zijn opleidingseisen heeft opgeschroefd. Waar vroeger het leger een integratie van de diverse bevolkingsgroepen bevorderde, zij het dat bepaalde groepen op voorhand werden uitgesloten, is dat nu steeds minder het geval.

Vrouwen in Palestina

Het ďWomen Centre for Legal Aid and CounselingĒ, met zijn werk begonnen in 1991 en nu met een personeelssterkte van 42 personen, is naar Palestijnse begrippen met zeer gevoelige themaís bezig. Geweld tegen vrouwen en incest worden gezien als aangelegenheden die niemand aangaan, het zijn familiezaken. De wetgeving op dit soort zaken is, zoals op veel terreinen, gebrekkig, men heeft te doen met oud recht uit Turkse, Britse en Jordaanse tijd. Men hoort er publiekelijk weinig over, maar de maatschappelijk werkers van het centrum kwamen gevallen van vrouwenmoord (femicide) tegen in hun werk en daarom is het centrum aan onderzoek hiernaar begonnen. Het is hen gebleken dat veel zaken verhuld worden, in proces verbaal wordt dan bijvoorbeeld een doodsoorzaak genoemd als zelfmoord of hartaanval, zelfs kwam men gevallen tegen waarin als doodsoorzaak ďgeloofĒ werd opgegeven. De angst voor ďere-moordĒ, voor vrouwenmoord, bepaald ook vaak het gedrag van vrouwen, de psychologische druk is hoog. Toch lukt het nu redelijk om met vrouwen over deze zaken in gesprek te komen. Het onderzoek spitst zich toe op een aantal categorieŽn. Behalve concrete gevallen van aan geweld onderworpen vrouwen, waaronder vrouwen die een poging tot moord overleefden, spreekt men ook met vrouwen die zijn bedreigd. Voorts onderzoekt met verdachte sterfgevallen en probeert daarover getuigen te horen.

De Intifada heeft voor vrouwen ook negatieve effecten, zo is het centrum voor veel vrouwen niet gemakkelijk meer te bereiken en is er een verhoogde druk om weer gesluierd te leven. Ook is er een soort prioriteitsverlaging ontstaan, nu is een einde aan de bezetting de eerste prioriteit, geen tijd voor onbelangrijke zaken als vrouwenrecht. Ook ervaart het centrum de kritiek dat ze westerse waarden wil introduceren, de eigen cultuur wordt niet serieus genomen en in de eigen cultuur zijn zaken als maagdelijkheid bij het huwelijk van groot gewicht. De situatie in Gaza is wat dit alles betreft nog moeilijker dan in de Westbank. Daar zit men als het ware in een gevangenis, in de Westbank kan, zij het met moeite in geval van incest nog wel ergens abortus geregeld worden, in Gaza kan dat zeker niet.

Barbara Schmutzler

Een van de personen waarmee we uitvoerig spreken is Barbara Schmutzler, een bijzondere vrouw Ė uitleg volgt Ė en zij begint met ons welkom te heten: ďWelcome in this horrible countryĒ. Ook zij, als joodse, vindt het nodig om zoveel mogelijk buitenlandse waarnemers naar IsraŽl en de bezette gebieden te halen. Ons land verloedert, de ethische normen zakken steeds verder. Luister eens naar de taal die in ons parlement wordt geuit, men spreekt elkaar aan als varken, een minister mag ronduit zeggen dat de ouders van zelfmoordterroristen geŽxecuteerd moeten worden. Als in onze hoogste organen, in een wetgevende vergadering, het niveau van beschaving zo gedaald is, wat valt er dan van politie en leger te verwachten?

Barbara is Joodse, maar zo begon haar leven niet. Ze werd geboren in Duitsland en was, als haar ouders, lid van de Evangelische Lutherse Kerk. Als tiener raakte ze gefascineerd, bij obsessie af, van de tweede oorlog en in het bijzonder van wat er met de Joden gebeurde, zij wilde eigenlijk geen Duitser meer zijn. Ze emigreerde met haar ouders naar de VS en besloot vervolgens Jood te worden en naar IsraŽl te gaan. Ze werd aanvankelijk ďreformĒ jood, maar dat was een te lichte vorm, daarmee kon ze nog geen vaste aanstelling krijgen. Daarom ging ze een tweede bekeringsproces in, ze werd orthodox jood, dat proces heeft ze als beledigend ervaren, ze ervoer belediging naar haar voor-joodse status, naar haar liberaal joodse status en naar haar vrouw zijn, toch heeft ze doorgezet.

Zij stelt Europa en in het bijzonder Duitsland verantwoordelijk voor wat er met de Joden is gebeurd en voor het IsraŽli-Palestijns conflict. Ze doet nu mee aan zaken als ďroadblockwatchingĒ, want ze weet dat dan het optreden van de militairen en politieagenten gematigder is, bovendien is gebleken dat Palestijnse getuigenissen tegen wangedrag absoluut geen waarde hebben, getuigenissen van buitenlanders en jaden daarentegen wel. Zij vindt dat IsraŽl zich tevreden moet stellen met de grens van de VN-resolutie. (Een deel van haar betoog is hierboven reeds opgenomen).

Politieke en publieke opinie

De politieke kaart van IsraŽl is nogal rijk geschakeerd, de grootste partijen zijn te klein om het zonder coalities te kunnen regeren, zo hebben de sociaal democraten (ik gebruik maar een Nederlands begrip), de grootste partij slechts 22 van de 120 zetels. Er zijn ook nogal wat partijen die je ďsingle issue partijĒ zou kunnen noemen. Bij de verkiezingen stem je op een partij, voorkeurstemmen op een kandidaat van die partij is niet mogelijk. De coalities om te regeren zijn gezien de omvang van de partijen uit een veelvoud van partijen samengesteld en dus fragiel, mede daarom zijn er veel (nu 28) ministers. Dit alles schept een grote afstand tussen regering en publiek, en een zekere gelatenheid bij de mensen. Steeds meer IsraŽli denken dat er een ander oplossing moet zijn dan de vicieuze cirkel van geweld, maar de IsraŽlische vredesorganisaties hebben geen duidelijk alternatief. Hetzelfde speelt aan de Palestijnse kant. In IsraŽl worden de grenzen van 1948 als onverdedigbaar beschouwd, niemand spreekt eigenlijk nog over die grenzen, hetzelfde geldt voor de grenzen van 1969. Alleen een rechte grens langs de Jordaan ziet men als verdedigbaar, maar dat gaat dan wel uit van ouderwets militair denken, na 11 september wordt hier en daar wat aan dat denken getwijfeld. Voor moderne oorlogen is geen enkele grens meer verdedigbaar. Toch ziet op basis van die verdedigbaarheid van grenzen 70 % van de bevolking de bezetting als noodzakelijk, en die is zich niet bewust van de internationale veroordeling van de bezetting en zo dat al het geval is dan wordt die genegeerd. Internationale relaties worden door IsraŽl en zijn bevolking alleen serieus genomen als het steunbetuigingen zijn, kritiek wordt niet gehoord. Jeff Halper gaf als zijn opinie dat het merendeel van de IsraŽli geen realistisch wereldbeeld heeft, geen notie heeft van wat er in de bezette gebieden gebeurt en wat de buitenwereld van de situatie vindt (een ďLagermentaliteitĒ) en de bezetting ziet als een noodzakelijke last, Volgens hem ontbreekt het aan leiderschap, een gevolg van de politieke verdeeldheid en van de houding van de politieke partijen, en voor zover er leiderschap is gaat die niet uit van het streven naar een win-win-oplossing maar naar een overwinningsvrede.

De staat IsraŽl is niet echt een Joodse staat. Van alle Joden bleef  de grote meerderheid buiten deze staat, zag geen reden om te emigreren. Van hen die in IsraŽl wonen is naar schatting 30% niet joods, nog afgezien van het definitieprobleem van ďJoodĒ zijn, waarmee zelfs menig Jood zelf moeite heeft. Zo zijn er veel Oost-Europeanen die naar dit land kwamen om het communisme te ontvluchten, waaronder christenen, het zou zelfs gaan om 300.000 ŗ 500.000 ďrussenĒ. Zo zijn er ook 300.000 gastarbeiders, die - net als in Europa - zullen blijven (niet inbegrepen de Palestijnse gastarbeiders die vanuit de bezette gebieden in IsraŽl werken. Er zijn al IsraŽli die al spreken van apartheid, ďhafradaĒ.

Geweldloos verzet

Het is vrijwel onmogelijk om nog geweldloos verzet te organiseren, de frustraties zijn zo groot dat bij het minste incident het geweld weer oplaait. Er worden dan ook weinig pogingen tot geweldloos verzet ondernomen. In oktober vorig jaar was een zeer duidelijk geval van provocatie, in Nazareth, dus in IsraŽl zelf, startte een politieofficier met het schieten op eigen politiestation om vervolgens ďterugĒ te kunnen schieten. Dit geval is gedocumenteerd, zo zijn er vele, maar lang niet altijd te bewijzen. Van een demonstratie bij het OriŽnt house werd een video opname gemaakt, daarop is te zien hoe een van de demonstranten met stenen begon te gooien, later doet dezelfde man mee met de arrestatie van de overige demonstranten! Een plan om een geweldloze ďblokkade van blokkadesĒ op te zetten werd door de organisatoren afgelast omdat het risico voor een gewelddadige afloop te groot werd geacht, de jongelui zijn niet te weerhouden van het stenengooien en het is hoogst waarschijnlijk dat er provocaties en sabotage van de geweldloosheid zal plaatsvinden. Het is vaak alsof men wacht op het minste incident om met grof geweld te reageren. Daarbij komt dat veel soldaten het ook in hun broek doen, met al hun overmacht zijn ze soms doodsbenauwd.

Donderdag 18 oktober

De Wereldomroep meldt dat Ė als reactie op de moord van minister Zeíevi Ė het IsraŽlische leger de West Bank is binnen gedrongen. Merkwaardig, ze waren er al! Dit is zoín voorbeeld van verkeerd taalgebruik, ook in Nederlandse media. Bedoeld is dat het leger opnieuw de A-zone, het gebied onder controle van de Palestijnse Nationale Autoriteit is binnen gedrongen, dat is zoín 15% van de West Bank, in de overige 85% heeft het leger al een prominente aanwezigheid. 

In de Herald Tribune wordt Shaíaron geciteerd: ďWe will wage all-out war on the terrorists, those who collaborate with them and those who send themĒ. In de Knesseth, het parlement heft hij na de moord op minister Zeíevi gezegd: ďHis legacy we will fulfill. May God avenge his bloodĒ. Bij die opmerking moet genoteerd worden dat Zeíevi voorstander was van wat de ďtransfer-politiekĒ wordt genoemd: deportatie van alle Palestijnen uit de Westbank, zeg maar de Joodse variant van Palestijns extremisme: Alle Joden de zee in. Overigens ik heb nog geen Palestijn ontmoet met die extreme stellingname en men zegt dat die er eigenlijk ook niet meer zijn.

Vrijdag 19 oktober , de oude stad Jeruzalem

We nemen de tijd voor een bezoek aan de oude stad. De winkeliers klagen over het gebrek aan handel, er zijn geen toeristen meer. Omdat het vrijdag is mogen we de tempelberg niet op, later blijkt dat we dat nu helemaal niet meer mogen, ongeacht welke dag het is. Er lopen sinds de gevechten in Bethlehem veel meer soldaten rond in de stad. We gaan naar de wijk Yemin Moshe, ook wel Moses Montefiore genoemd naar iemand die daar een molen heeft laten bouwen. Het contrast is groot, nergens politie en militairen te zien. Het is een oude wijk, gebouwd eind negentiende eeuw, mooi opgeknapt en een wijk waar zich veel kunstenaars hebben gevestigd al is dat verder aan de wijk niet te zien. We gaan verder West Jeruzalem in om naar de ďWomen in blackĒ te kijken. De bescheiden demonstratie begint om 13.00 uur met enkele vrouwen, maar breidt zich geleidelijk aan uit met jongeren, een gemÍleerd geselschap. Ze hebben borden bij zich in de vorm van een hand, zwart, met daarop een tekst in het Engels, Arabisch of Hebreeuws: Stop de bezetting! Vanuit passerende autoís worden scheldwoorden geuit, ik versta die niet, behalve het eenvoudigste scheldwoord ďArab!Ē. Er komen ook een drietal tegendemonstranten, met nogal extremistische teksten, zoals ďJordan = IsraŽlĒ en ďStop arab occupationĒ; het lijken me duidelijke demonstraties van wereldvreemdheid en geschiedvervalsing. Een van de opschriften roept op tot het gooien van de bom! Ik kan helaas niet alles lezen. De tegendemonstranten staan op 3 meter afstand van de demonstratie van de ďWomen in BlackĒ. Een aardige politieman gaat er voor de zekerheid tussenstaan, hij vraagt me wat ik ervan vind, en wat ik kom doen, na een voorzichtige uitleg vraag ik hem naar zijn opinie en hij reageert zoals het voor een politieman hoort: ďIk ben nu in functie en kan daarom mijn opinie niet geven, maar als ik buiten dienst ben kan ik dat welĒ. Ik voelde zijn sympathie voor de vrouwen, hij geneerde zich ervoor dat de rechts-extremist door TV Canal-Plus werd geÔnterviewd. Zijn vrouwelijke collega verstond geen engels en was duidelijk verbaasd over het gesprek dat ik met haar collega voerde, kennelijk niet gewend aan discussie.

Zaterdag 20 oktober

Eindelijk tijd om mijn dagboek te schrijven, we kunnen vanwege de troebelen nog steeds niet naar Bethlehem. Het valt me al moeilijk alles in herinnering te roepen voor dit dagboek, zoveel indrukken. Ook nog een artikel voor Friesch Dagblad schrijven, maar ik weet nog niet wat en hoe. We kregen in het LDC van de SOW kerken het verzoek vooral evenwichtig te zijn in onze aanpak en beoordeling, ik heb toen al gezegd dat dat niet mogelijk is in een situatie die per definitie onevenwichtig is: een erkende staat tegenover een bezet land, een zwaar bewapend leger tegenover stenengooiende jongeren. Ik heb toen gezegd dat ik vooral zal kijken, ook al ben ik op dat terrein niet geschoold, naar wat recht is; mensenrechten en internationaal recht zijn de maatstaf voor oordeelsvorming. Uit wat hierboven staat blijkt al dat op dit punt er heel veel mis is. Natuurlijk, er is Palestijns terrorisme, maar om alle verzet nu meteen terrorisme te noemen gaat te ver en is volgens het internationaal recht ook niet mogelijk. Verzet tegen een bezettingsmacht, zelfs gewapend verzet, is toegestaan. Het is de enige uitzondering op de algemene regel dat het monopolie van geweld berust bij de staat.

Ďs Avonds zijn we naar een demonstratie van ďVrede NuĒ geweest, tegen een oorlog gebaseerd op de stelling van Shaíaron dat de nalatenschap van de vermoorde Zeíevi zijn taak is, een oorlog die slechts steunt op de opinie van een extremistische minderheid, niet op een meerderheidsopinie van het volk, laat staan op consensus. Het was een rustige demonstratie, ca 200 mensen, wat spandoeken en wat borden, ook nog fakkels. De politie was op bescheiden wijze aanwezig, op de achtergrond een groep gemotoriseerde politie.

Zondag 21 oktober

We kunnen nog steeds niet naar Bethlehem, de berichten zijn slecht, er is nog steeds sprake van een oorlogssituatie en van wegblokkade. Het wordt dus een vrije dag. Mijn PC is stuk en dus kan ik niet verder werken aan mijn dagboek, mijn fotoís en eventuele artikeltjes voor publicatie, wel pruts ik wat op een PC in het leslokaal van de YWCA. We gaan nog wat van de stad bekijken en nemen ook echt wat rust.

Maandag, 22 oktober

Het is nu wat rustiger in Bethlehem dus inpakken en wegwezen. Voor de zekerheid niet over de korte hoofdweg, maar over een omweg, via Abu Dis en Dar Salah, langs die weg kom je de Bethlehem agglomeratie binnen bij Beit Sahour. Daarbij ga je Jeruzalem uit via de weg langs de olijfberg. Tot onze verbazing komen we zonder enige controle in Beit Sahour, voor 150 Shekel met een prive taxi voor 4 personen met bagage. We melden ons bij de YMCA en zien vanaf de weg de IsraŽlische tanks rijden en horen schieten vanuit Bethlehem. Op de TV zien we dat de tanks zich terugtrekken. Het zijn beelden van het lokale TV station, geschoten vanaf de heuvel waarop het Tv-station is gevestigd. Het wordt rustig, het schieten stopt.

We praten wat door met Nidal Abu Zuluf, adjunct directeur van YMCA Beit Sahour. Het werk van het centrum ligt stil, de leerlingen en de leerkrachten, zo maar genoemd al is het niet echt een school, kunnen niet naar het centrum komen. Het lijkt een wat vreemde situatie, hier is het rustig, maar daar werd nog net geschoten, waarbij bij het woord daar in verschillende richtingen wordt gewezen. Nidal meldt dat er sinds vrijdag 16 mensen gedood zijn aan Palestijnse kant, daaronder 4 politieagenten en 4 moeders. Er zijn in Intifada 2 nu door de IsraŽliís doelbewust 20 Palestijnen vermoord, omdat ze verdacht zouden zijn van terrorisme, onder hen de tweede man van de PLO, Abed Hamad. Nu er een IsraŽlische minister is vermoord, Zeťvi, de eerste moord van het type dat IsraŽl al vaker toepaste, is de argumentatie voor het binnenvallen van de gebieden, die onder de Palestijnse Nationale Autoriteit staan, wel wat wrang.

We ontmoeten ook Fuad Giacamn, van het Arab Educational Institute. Volgens hem is de tweede Intifada op een aantal punten anders dan de eerste. Er was bij de eerste intifada een veel grotere betrokkenheid van de bevolking, er zijn nu meer wapens aan Palestijnse kant, en er is grote frustratie, ook over wat de PLO inzake de Oslo akkoorden heeft bereikt, of beter niet heeft bereikt. Er is inzake het verzet eigenlijk geen centrale regie, er is wel een zekere leiding in de berichtgeving, in de vorm van vergaderingen en demonstraties, maar niet Ė voorzover hij weet en ervaart Ė in het gewapend verzet. Het is een beetje ďIeder doet wat goed is in zijn ogenĒ, ieder gaat zijn eigen gang (de volgende dag hoor ik iets wat toch op enige controle lijkt). Hij acht het preken van geweldloosheid zinloos onder de omstandigheden hier, hopelijk is geweldloosheid mogelijk, maar men is murfgeslagen door de bezetting, men ziet geen uitweg, anders dan gewapend verzet, terwijl men anderzijds weet hoe zwak dat verzet is ten opzichte van het leger van de bezetter. Hij wil uit gaan van Geloof, Hoop en Liefde en dat uitgangspunt vraagt om actie. Er is geen enkele vorm van verzet, met of zonder geweld, die ďalleenzaligmakendĒ is, zo leert de geschiedenis helaas, elk land, elke natie heeft een gewelddadig ontstaan. Er is een derde partij nodig, die de vrede afdwingt, desnoods met geweld.

We zien de lokale TV die in met herhaling van beelden van verzet, militair geweld, slachtoffers, begrafenissen en andere oorlogsbeelden, begeleid met liederen van verzet, rouw en manhaftigheid, kennelijk wil voldoen aan de lokale vraag; of is het een vorm van ophitserij? Fuad denkt dat de meerderheid van de Palestijnse bevolking de in Oslo Akkoorden een oplossing van de problemen zag, maar dat geloof is inmiddels verdwenen. De macht van geweldloosheid bleek niet te werken. Naar zijn oordeel is het deel van de Arabische cultuur om weerloosheid en dapperheid te combineren, de uiterste vorm is de zelfmoordactie. Zowel bij de joden als de Palestijnen zie je de bereidheid om voor het land je leven te geven. Maar dat is ook in de geschiedenis vaker vertoond, ook in Europa en de VS.

De eerste nacht in Bethlehem

Het leek allemaal erg rustig, maar aan het eind van de middag horen we toch een intensivering van het schieten. We gaan naar het winkeltje op de hoek, 50 meter van ons huis. We worden op het dak genodigd omdat er een granaat is terecht gekomen, die middag, de eerste in deze wijk. De materiele schade valt mee. Maar er is een andere schade, men waande zich tot nu toe veilig in deze wijk, en wil dat zo houden, het zal wel een afgedwaald projectiel geweest zijn. Maar de angst is er. Ďs Nacht wordt er flink geschoten, vlakbij. Soms waan ik me in de nieuwjaarsnacht, maar toch is dit wel wat anders. Ik weet nog niet te bepalen waarvandaan en waarheen geschoten wordt, maar dichtbij is het wel. En dan houdt het op. De nacht is helder, de halve maan belicht het landschap, en waarachtig, er staat een ster boven Bethlehem.

Dinsdag 23 oktober, kliniek en demonstratie

Kliniek

We gaan eerst naar de kliniek van Beit Sahour voor een gesprek mat de geneesheer-directeur, dokter Majed Nassar.  Het ziekenhuis heeft twee namen: Greek Convent Clinic en HWC, de eerste naam heeft alles te maken met de bezetting. Het ziekenhuis werd opgezet door een volkscomitť. De bezetter verbood die comitťs. Met medewerking van de Grieks Orthodoxe Kerk werd de kliniek toen opgezet, onder voorwaarden: vrijwaring van aansprakelijkheid en geen abortus. Nu het gebied onder Palestijns gezag staat is die constructie niet meer nodig, maar uit respect voor de geboden hulp wordt de naam gehandhaafd, al zijn op de gevel nu de letters HWC toegevoegd, die staan voor ďHealth Works CommitteeĒ Er is voor de medische zorg een noodcomitť gevormd met het ziekenhuis van Bethlehem, het grootste in de regio, deze kliniek, het op een na grootste ziekenhuis, de kraamkliniek en het Caritas ziekenhuis. Deze kliniek heeft ongeveer 70.000 gevallen per jaar, maar de werklast is sinds het begin van de tweede intifada gedaald tot de helft. De economische toestand verhindert de mensen de benodigde zorg in te schakelen. Met de inval van het IsraŽlische leger is er echter weer veel werk, overwerk.
Majed vertelt het verhaal van een gewonde jongen die onderweg naar de kliniek overleed. Hij had een schotwond onder de arm, de wond was klein. De inwendige verwondingen waren echter verschrikkelijk. De vraag is dan ook welke munitie er werd gebruikt.

Eergisteren begonnen twee jongen vanuit een positie bij de kliniek te schieten. Waren het gewoon domme jongens of collaborateurs die tegenvuur uitlokten? Majed is naar de burgemeester en de politie gegaan met het ultimatum: als dat nog eens gebeurd sluit ik de kliniek. Het ziekenhuis ligt namelijk in het zicht van het militaire kamp. Het is tot nu toe niet weer gebeurd.

Het heuvelachtige landschap biedt prachtige vergezichten, maar heeft dus ook zo zijn nadelen.   

Demonstratie in Bethlehem

We gaan naar een demonstratie, georganiseerd door kerkleiders in Jeruzalem en Bethlehem, van twee kanten naar het checkpoint bij de ingang van de stad, dan gezamenlijk naar de geboortekerk. Wij gaan mee vanuit het centrum van Bethlehem naar het checkpoint. Het is vooral een gezelschap van mannen, de verklaring luidt dat leiders van kerken en organisaties zijn uitgenodigd. De gewone weg gaat voor het graf van Rachel langs, maar daar is al tijden de weg geblokkeerd, dus dat wordt Ė zoals gebruikelijk Ė een omweg: rechts, links, links, rechts. De weg is kapot gereden door de tanks, trottoirbanden aan gruzelementen, lantaarnpalen omver en plat gewalst, hier en daar veel patroonhulzen. Het Paradise hotel is zwaar beschadigd, er zitten nog IsraŽlische soldaten in maar die laten zich niet zien. We naderen de controlepost en zien tot onze verbazing dat de betonblokken aan de kant geschoven zijn, dat er alleen 3 soldaten staan te filmen en fotograferen, en dat we zonder problemen door de controlepost kunnen. Aan de andere kant staan al veel demonstranten uit Jeruzalem te wachten, de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders uit Jeruzalem komen aan, de een na de ander. veel TV en ander pers ziet toe. We vertrekken, nu als veel groter gezelschap, terug naar Bethlehem, weer door de post. We kunnen zelfs de hoofdweg blijven volgen, voor het graf van Rachel langs. Toine van Teeffelen, die daar vlak bij woont zegt me dat het voor het eerst sinds tijden is dat hij daar weer langs kan. We lopen naar de geboortekerk. De demonstratie wordt steeds groter. We lopen langs een winkel waar bivakmutsachtige maskers, gebreid met 3 gaten voor ogen en mond, te koop zijn. Er verschijnen vlaggen van politieke partijen, maar kennelijk is er een grote discipline in de organisatie, bij en in de kerk zijn die verdwenen. In de kerk spreken enkele kerkleiders, wordt gebeden en een stilte gehouden ter nagedachtenis van de gevallenen. Na de dienst gaan de kerkleiders op condoleance bezoek naar de families van de gevallenen. Voor ons is dan de demonstratie te eind.

De tweede nacht in Bethlehem

De avond is nog maar kort als ik dit zit te tikken op de laptop van Louis, de mijne is ter reparatie. Maar het tikken wordt voortduren onderbroken, er wordt af en toe hevig geschoten. Aanvankelijk wordt er geschoten richting Bethlehem, vanuit het IsraŽlische militaire kamp, rechts van ons. We zitten in de wijk El Iskan. tussen dat kamp en Beit Sahour, in een vallei. Vanuit Beit Sahour loopt een weg slingerend het dal in en klimt dan weer iets omhoog naar Iskan. We wonen in het tweede huis van het dorp, dus aan beide kanten staan huizen, aan de andere kant van de straat staan ook huizen, weer iets hoger. Aan de achterkant van ons huis is een veranda, met een schitterend uitzicht op Bethlehem en op het dal, links zien we Beit Sahour en rechts een in aanbouw zijnd settlement, waar nog niemand woont en waar het ís avonds donker is, daaronder ligt het militaire kamp. We wanen ons veilig en gaan buiten op de veranda eten, er wordt ook vrijwel niet geschoten. Maar na het eten, als we weer binnen zitten, gaat het er ineens hevig aan toe, vanaf de veranda zien we uit het militair kamp lichtkogels tussen de onzichtbare schoten en zien de sporen richting Bethlehem. En dan ineens vlak voor ons langs, richting Beit Sahour. We kiezen positie bij een zijraam in huis, vanwaar we nog net iets van Beit Sahour kunnen zien. En dan zien we ineens dat er vanuit twee positie in de vallei op het militair kamp geschoten wordt. Je ziet alleen even een korte lichtflits, kennelijk ook voldoende voor de militairen in het kamp, want al snel volgt er een enorme schietpartij in die richting, met de lichtkogels zijn de sporen goed te volgen, die gaan vlak voor ons huis langs. En dan een harde klap, rook en stof, kennelijk een granaat op een van de huizen in de vallei. Merkwaardig dat men in die huizen het licht laat branden. Ook in het huis van waarnaast geschoten wordt. Dan valt toch het licht uit in een van die huizen, maar het gaat na enkele minuten weer aan. En weer wordt er vanaf dat huis geschoten. Een tweede harde klap, nu kennelijk echt raak want er is geen licht meer, het gaat ook niet meer aan en er wordt vandaar niet meer geschoten. We kunnen in het duister niet zien wat er gebeurd is, morgen komen we er langs en zullen we waarschijnlijk de schade kunnen opnemen. Ik bel Rifat, die iets verder de heuvel op woont. Hij concludeert uit mijn beschrijving dat het huis van zijn nicht is getroffen.

Woensdag 24 oktober

We gaan na een eenvoudig ontbijt eerst de schade opnemen. Het blijkt niet het huis van Rifatís familie te zijn dat getroffen is, maar een in aanbouw zijnd huis, gelukkig nog onbewoond. De bovenbouw is kapot geschoten, een voltreffer, we vinden grote zware munitiescherven. Verder veel kogelgaten in de buitenmuur en in de binnenmuren, door de ramen heen.

In het huis ernaast zit de eigenaar verslagen op een stoel, hij mompelt maar: hoe zo te leven? Hoe zo te leven?

Ook de oude Grieks-orthodoxe kerk, die al min of meer tot ruÔne was gemaakt, ziet er nog zwaarder beschadigd uit. Maar helaas hebben we geen foto voor en na de aanslag genomen.

We vertrekken naar Ramallah en gaan via de aanbevolen omweg, niet over Jeruzalem maar over Abu Dis, vlak bij BethaniŽ. We moeten daar overstappen op een andere taxi, gaan vervolgens naar Kalandia, waar we door het checkpoint moeten, en dan weer een taxi naar Ramallah. Voor menigeen is dat nu dagelijkse praktij. Een geweldige chaos van taxiís, vrachtautoís en tussen al die autoís de mensen die naar en van het checkpoint lopen. Voor ons is er geen wachtrij, wij Ė als herkenbare Europeanen gaan vrij door Ė op de terugweg zelfs langs - de controle, Palestijnen worden nogal eens opgehouden, soms zelfs gekoeioneerd.

NGO-briefing in Ramallah

In Ramallah is een vergadering van NGOís, een briefing over de situatie is de reden van ons bezoek. Er zijn ook een vertegenwoordigers van de Nederlandse en de Britse overheid aanwezig.
Het eerste verhaal wordt gehouden door Maha Abu Dayah, van de WCLAC (het vrouwen centrum voor juridische hulp en advies). We kregen al eerder een presentatie van deze organisatie dus houd ik het hier nu kort. Van haar kregen we een rapport over de sociaal-psychologische gevolgen van de tweede intifada voor de Palestijnse vrouwen.
Ze geeft aanvullend een persoonlijk politiek commentaar. De Palestijnse Nationale Autoriteit is geenszins opgewassen tegen de IsraŽlische regering, steeds wind de laatste. Het is duidelijk dat IsraŽl geen enkele regeling wil waarbij niet is voldaan aan de volgende voorwaarden, controle over de waterbronnen, behoud van de settlements en controle over de bevolking; dit alles zal nog tot veel geweld leiden. Ze zegt dat martelaarschap in de Arabische cultuur een manier is om met machteloosheid om te gaan.
Ismael Diaq, algemeen directeur van PARC, een landbouw onderzoekcentrum, geeft een beeld van de economische gevolgen van de intifada en de IsraŽlische reactie daarop. Er zijn in 1 jaar tijd 400.000 bomen ontworteld, 360.000 dunum (1 dunum is ca 0,1 ha) land vernield, dat is 5 ŗ 60 % van de landbouwgrond. Ongeveer 60% van de bevolking zit nu onder de armoedegrens. De landbouwverliezen belopen nu $ 400.000.000 over een jaar, vooral in de laatste maanden opgelopen. Nu wordt het oogsten van de olijven verhinderd bij settlements en langs de wegen. De export ligt stil, geblokkeerd door de bezetter, met allerlei bureaucratische regels. Zo moeten bij roadblocks goederen van Palestijnse vrachtautoís worden overgeladen op andere wagens, in voorkomende gevallen op IsraŽlische vrachtwagens, de back-to-back procedure, en dat in bepaalde situaties bij herhaling, en bij afstanden als die van Rotterdam naar Amsterdam. Het transportprobleem leidt tot grote regionale prijsverschillen. Rond Jericho zijn de prijzen voor landbouwproducten nu laag, terwijl in de steden de prijzen stijgen. In Ramallah komt nu een groot deel van het fruit uit IsraŽl in plaats van uit eigen gebied! Landbouwwegen zijn geblokkeerd, een reis van Jenin naar Ramallah duurt nu soms 6 uur.
De Boerenbond in IsraŽl heeft haar leden aangeschreven geen werk meer te bieden aan Palestijnse landarbeiders.

De meeste mensen zijn nu op zelfvoorziening aangewezen, dat levert met name in stedelijke gebieden problemen op. Bedrijven hebben bij gebrek aan exportmogelijkheden en aan orders hun mensen moeten ontslaan. Veel arbeiders proberen nu hun heil elders te zoeken, zo is nu de arbeidsmigratie naar de golfstaten sterk gegroeid.

Deze economische onderdrukking maakt mensen extremistisch. Ook leidt dit alles tot problemen in gezinnen en families, waaronder dan met name de vrouwen lijden. De agressiviteit jegens de bezetter, maar ook in algemene zin neemt toe.  

Een zekere Isac meldt dat de in PNGO verenigde NGOís  de terreuraanvallen op 11 september hebben veroordeeld. Hij ziet in de daardoor ontstane politieke situatie ook mogelijkheden, refererend naar de Amerikaanse en Europese uitspraken over een zelfstandige Palestijnse staat. Wel moet er meer duidelijkheid komen over een aantal zaken: hoe een levensvatbare en autonome staat te maken binnen de grenzen van 1967. Hij wijst ook op de economische relaties van de EU met de staat IsraŽl, waarbij het wel erg cynisch is dat producten uit de Westbank niet op de Europese markt kunnen komen behalve uitgerekend de producten uit de illegale settlements, waar de EU dat uitsluit blijkt diezelfde EU inactief als op dit punt het handelsakkoord door IsraŽl geschonden wordt. Hij maakt zich ook ernstig zorgen over het gebrek aan democratisch gehalte van de Palestijnse Nationale Autoriteit, de tweede intifada heeft daarop een verslechterend effect, de omstandigheden voor het bevorderen van de democratie worden steeds ongunstiger. Het ontbreekt aan Palestijnse kant ook aan een gezamenlijke strategie. Hij stelt, in verband ook met de aanwezigheid van Europese vertegenwoordigers, een aantal punten van Europese actie voor: herzie de handelsovereenkomst met IsraŽl, boycot producten uit de settlements, maak export van producten uit Westbank en Gaza mogelijk en eis de daarvoor benodigde medewerking van IsraŽl, lever geen wapens meer aan IsraŽl zolang die worden gebruikt tegen het Palestijnse volk.

Een vrouw, van wie ik de naam miste, meldt dat er nu al 3 keer iemand i de gevangenis van Gaza is omgekomen, zij maakt zich ernstig zorgen over de handhaving van mensenrechten onder de Palestijnse Nationale Autoriteit. Dat ook omdat er meer en meer groepen mensen in hechtenis worden genomen zonder de vereiste juridische voorzorgen, toegang van advocaten wordt soms geweigerd. De NPA geeft als excuus dat de USA en de EU zulke maatregelen van haar eisen. Zo zou de EU geŽist hebben dat de kantoren van bepaalde politieke partijen werden gesloten.

Mustafa Al-Barghouti van de Union for Medical Relief Committees (UMRC) komt met het laatste nieuws van de afgelopen nacht en van vanmorgen. Het IsraŽlische leger is weer een nieuw gebied binnengevallen met veel geweld, het betreft Bet Rima. Om 3 uur Ďs nachts waren er enkele zwaargewonden en werd medische hulp ingeroepen, maar de ambulances mochten het gebied niet in, later werd gemeld dat deze gewonden doodgebloed waren. Hij vindt dat de internationale reacties op wat er nu gebeurt veel te veel lijken op reacties op een of meer incidenten, het is veel meer dan een incident!

Er ontstaat enige discussie tussen twee deelnemers aan de briefing over het gebrek aan leidersschap aan Palestijnse kant, de een benadrukt sterk de benodigde basis voor dat leidersschap, een degelijke dialoog met de bevolking, de ander stelt dat een goede leider ook beslissingen moet durven nemen tegen de wil van het volk in, een volk kan door woede of andere gevoelens een verkeerde weg kiezen en een leider moet daartegen weerstand kunnen bieden. Op de vraag over welk leiderschap er nu wordt gesproken (bedoelt men Arafat?) wordt gesteld dat in het verband van PNGO, hier dus, vooral gesproken wordt over de burgermaatschappij, over de non-goevermentele organisaties.  

We zijn redelijk op tijd terug in Beit Sahour. Louis trekt zijn pij aan en gaat in vol ornaat, met wandelstok, naar het IsraŽlische legerkamp, om te melden dat wij hier in Iskaan zitten en met de vraag om niet weer zo te schieten. Aangekomen bij het kamp roept hij de wacht aan, die hem sommeert te blijven staan. Hij vraagt de commandant te spreken, dat lukt niet en hij mag niet verder lopen. Hij laat op en onder een steen zijn naamkaartje achter en gaat terug, het naamkaartje wordt door de wacht opgehaald zodra hij op enige afstand is. Die avond wordt er voor ons huis niet geschoten. Is er een oorzakelijk verband?

Donderdag 25 oktober, begrafenis in Bethlehem

We besluiten vandaag naar de begrafenis te gaan van een Bethlehemiet die gisteren is doodgeschoten, hij reed in zijn auto naar huis nadat hij boodschappen had gedaan voor zijn gezin. De overledene is familie van de directeur van het Arab Educational Institute waar Toine van Teeffelen werkt en waar ook Louis Bohtť, mijn kamergenoot gaat werken. Vanmorgen is bij het vluchtelingenkamp tegenover Paradisehotel nog een dode gevallen, een soldaat van de Palestijnse Nationale Autoriteit, een moslim, die ook vandaag begraven zal worden. De dode van gisteren was een christen. En zo gebeurt het dat in de moskee en in de geboortekerk, aan hetzelfde plein tegenover elkaar gelegen, gelijktijdig uitvaartdiensten plaatsvinden. Het plein staat vol met mensen, het is een grote demonstratie geworden. Naast veel geestelijken ook gemaskerde en bewapende jongens, er worden ereschoten gelost. We volgen de begrafenis van de christen, omdat het een relatie van ons betreft. Na de begrafenis gaan we naar het kantoor van het Arabic Educational Institute, ik wordt door KRO-radio 1 gebeld voor een interview.

Zaterdag zal ik door de IKON worden geÔnterviewd, een opname, zondagochtend uit te zenden, waarvoor ze willen dat ik naar een studio in Jeruzalem ga. Louis zal door radio Limburg worden geÔnterviewd.

We gaan Bethlehem uit als er weer geschoten wordt, we zien nu hoe het verzet, zich achter huizen in de stad verschuilend, op de bezettingsmacht schiet. Ik vraag aan onze begeleider waarom de buurt van deze jongens niet eist vanuit andere posities te schieten, want het stellig veel krachtiger vuur van de tegenpartij brengt de gehele buurt in gevaar. Het antwoord is dat het zinloos is dat aan deze jongens te vragen, ze hebben de dekking van de stad nodig omdat verzet vanuit het open land zeker hun dood betekent.

ís Avonds vindt er voor onze veranda weer een schietpartij plaats, minder erg dan eergisteren.

Vrijdag 26 oktober, Nederlandse vertegenwoordiging

Via een binnenweggetje gaan we van Beit Sahour naar Jeruzalem, de weg is op een tweetal plaatsen onderbroken door een diepe greppel, gemaakt om doorgang te verhinderen, maar de chauffeur weet er omheen te komen. Tot onze verbazing komen we zonder enige controle aan in West Jeruzalem.
We hebben een ontmoeting met de staf van de Nederlandse Vertegenwoordiging in de bezette gebieden. We bespreken onze werkzaamheden en ervaringen.
Een van de onderwerpen die ik aan de orde stel is het feit dat Rifat Kassis, houder van een Nederlands paspoort, geen toestemming kreeg van de IsraŽlische autoriteiten om het land te verlaten. Het blijkt dat dit soort zaken "normaal" is. Zodra een Nederlander een bijzondere relatie heeft met Palestijnen, bijvoorbeeld door huwelijk, wordt hij of zij anders behandeld dan een gewone Nederlander, de Nederlandse ambassade heeft daartegen regelmatig geprotesteerd, maar tevergeefs. Het advies is net zo te handelen als "toeristen", namelijk zorgen dat je een visum hebt - dat kan nu alleen voor periodes van 3 maanden - dus elk kwartaal het land uit en opnieuw binnenkomen met een nieuw visum.

Ik verneem dat ik voor mijn interview niet in een studio in Jeruzalem terecht kan, ik moet de volgende dag naar Ramat Hasharon, 12 km ten noorden van Tel Aviv zijn, ten huize van de journalist Salomon Bouwman, die heeft een ISDN-lijn waarmee studiokwaliteit geluid is over te dragen. Omdat het morgen sabbat is besluit ik dus te overnachten in het YWCA hotel. Ik zal dan ook per taxi moeten gaan, de bussen rijden niet.  

Zaterdag 27 oktober, interview, taxichauffeur

Ik ben de hele dag kwijt aan de reis heen, het interview en de reis terug.
Tijdens het interview verneem ik dat ICCO een publieke verklaring inzake het EU-associatieverdrag met IsraŽl heeft afgegeven, ICCO, dus niet de UCP-partners. Mijn opinie wordt gevraagd. Ik wordt door die vraag overvallen, het was elegant geweest als ik van te voren door ICCO op de hoogte was gesteld. Voorts wordt mijn mening gevraagd over het artikel in de concept SOW-kerkorde in zake de "onopgeefbare verbondenheid met IsraŽl". Ik geef als mijn mening dat ik me er weinig bij kan voorstellen zolang niet duidelijk is welk IsraŽl er bedoeld is: het oudtestamentische volk?, de huidige staat met de joodse of alle inwoners, of de verzameling joden over de hele wereld?

De taxichauffeur - op sabbat is er geen bus naar Ramat Hasharon (waar ik bij Salomon Bouwman thuis via een ISDN-lijn in verbinding met de studio stond) - vertelt mij dat hij civiel ingenieur is. Hij verloor zijn baan door fusie en kreeg geen nieuwe baan. Hij denkt dat dat komt omdat er onder de geÔmmigreerde russen veel goedopgeleide mensen zijn die kennelijk voorrang krijgen op de arbeidsmarkt. Hij is nu dus taxichauffeur en dat bevalt hem niet echt. Hij zegt dat hij alle belangstelling voor krant en nieuws op radio en TV heeft verloren, het is steeds weer hetzelfde. Alle politici, of ze nu IsraŽli of Palestijn zijn, zijn in zijn ogen onbetrouwbaar. Hij luister naar muziek en hoopt op betere tijden.

Zondag 28 oktober, kerk en klooster

ís morgens gaan we naar de lutherse kerk met de familie Kassis. De predikant is een broer van Rifat Kassis. De dienst is in het Arabisch. Rifat vertaalt fluisterend de preek, een politieke preek! Ik heb om een vertaling gevraagd, om naar de SOW-kerken te sturen, immers de Lutherse Kerk is daar deel van.

Op de terugweg nemen we een kijkje in het klooster Dir Mar Saba, dat er nogal zwaar gehavend bij staat. We ontmoeten de Grieks orthodoxe non, Marguerita, en met handen en voeten, wat engelse woorden en wat franse zinnetjes (zij spreekt Grieks en Arabisch) komen we toch wat te weten. Er zijn ook twee bouwlieden aanwezig die alleen Arabisch spreken, zij zijn kennelijk gekomen om provisorische reparaties te verrichten. Ze woont er al vele jaren alleen. Het klooster is eigenlijk een toren, van drie vertrekken boven elkaar, met aan een zijde binnenin een trappenhuis. De hele constructie is van steen, zeer dikke muren. Er is ook een buitentrap van staal. Het klooster staat op een plek waar al eeuwen een klooster heeft gestaan, men wijst ons op een put, die uit de Romeinse tijd zou zijn. Het huidige gebouw zou echter zoín honderd jaar oud zijn.
Zuster Marguerita maakt iconen, geschilderd op hout en linnen. De voorraad is inmiddels nogal groot want de handel ligt stil. Het klooster is de afgelopen tijd driemaal beschoten en nu bijna volledig vernield, alleen de onderste kamer is nog bruikbaar. Het is een wonder dat ze de beschieting die de kamer op de eerste verdieping volledig vernielde heeft overleefd, het was haar slaapkamer en zij heeft het er levend afgebracht omdat ze in de hoek stond waar de muur extra dik is. 
Ze waardeert kennelijk ons bezoek want we krijgen een klein icoon cadeau. (zie fotoís van klooster)

Maandag 29 oktober
Burgemeester van Beit Sahour en de schade in Bethlehem.

Het is vandaag rustig. De IsraŽlische troepen hebben zich uit Bethlehem terug getrokken. Het is dan ook ineens veel drukker op de wegen dan ik eerder zag. Veel kinderen gaan weer naar school en veel mensen weer naar hun werk. Bij de YMCA zijn ook de meeste stafleden weer op het werk verschenen, maar de gehandicapte leerlingen zie ik nog niet.

De burgemeester van Beit Sahour

Met Adnan Attayeh ga ik op bezoek bij de burgemeester van Beit Sahour. Hij is lid van de Fatah, de partij van Yasser Arafat. Van Rifat weet ik inmiddels dat Beit Sahour een hoofdzakelijk christelijke bevolking heeft met een relatief hoog opleidingsniveau. Ook heeft de stad ervaring met geweldloos verzet, in 1988 haalde de stad met een belastingboycot de internationale media en zelfs de veiligheidsraad. De boycot leidde tot confiscaties van huizen en inboedels en tot een volledige blokkade van de stad door de bezetter. De Verenigde Staten spraken in de veiligheidsraad een veto uit over een resolutie die IsraŽl inzake de reactie op de boycot veroordeelde.  
Fuad Kokaly, de burgemeester, neemt alle tijd voor een gesprek, terwijl de wachtkamer vol mensen zit, ik voel me daarom niet helemaal op mijn gemak. Eindelijk kunnen de mensen naar het stadhuis en nu zit ik ze in de weg. Fuad klaagt erover dat er in Europa onvoldoende kennis is van de situatie in bezet gebied en daarom is er ook onvoldoende begrip voor het handelen van de bezette bevolking. Het moet de wereld toch duidelijk zijn dat we vrede willen, waarom is Arafat anders hier gekomen, niet om oorlog te maken is hij in onderhandeling gegaan met de bezetter, niet om oorlog te maken heeft hij al zoveel ingeleverd in de onderhandelingen. Maar wat IsraŽl wil is niet duidelijk, ze zeggen vrede te willen maar maken oorlog, ze zijn niet tot enig compromis bereid, als ze al vrede willen dan is dat de vrede van de volledige overwinning, de vrede van geweld en niet van onderhandelingen. IsraŽl heeft zich niet aan de Oslo-akkoorden gehouden, ze zijn meer dan ooit nieuwe steden aan bouwen op bezet gebied, op andermans grond. Ze zijn wegen gaan aanleggen waar wij geen gebruik van mogen maken en die onze gebieden doorsnijden waardoor wij elkaar niet meer kunnen bereiken. We willen nu aan de VN-resoluties vasthouden, wat kunnen we anders? 

Ik stel een vraag over de schietpartijen. Naar aanleiding daarvan erkent hij dat het schieten met enkele geweren op een vele malen zwaarder bewapend leger zinloos is, maar geweldloze acties hebben tot gewelddadige reactie van het IsraŽlische leger geleid, in deze regio van Bethlehem is dat bij herhaling het geval geweest. Hoe wil je dan geweldloos verzet organiseren. Hoe kan je de jongelui dan weerhouden van andere acties. We proberen als overheid te doen wat we kunnen, bijvoorbeeld door de ďgunmenĒ te vragen bij de kliniek weg te blijven. Maar ze te vragen niet te schieten is te veel gevraagd. Hadden jullie geen gewapend verzet in de oorlog? Ik zeg voorzichtig gemeld dat ik weinig coŲrdinatie in het verzet zie, voorzover ik dat al kan bepalen. En hij erkent dat er te weinig organisatie in het verzet is. Een probleem is ook dat het optreden van het IsraŽlische leger kennelijk de bedoeling heeft verdeeldheid in de Palestijnse samenleving te veroorzaken, bijvoorbeeld tussen christenen en moslims. Maar gelukkig is dat hen niet gelukt. Het lijkt er op dat ze nu speciaal op de huizen van christenen schieten. Ook is het optreden in dit gebied nu veel harder dan in bijvoorbeeld Ramallah.
Het is al een probleem dat veel mensen zijn geŽmigreerd en daarbij gaat het om relatief veel christenen.

Een moeilijk onderwerp is de collaboratie. Hij vertelt het verhaal van een jongen die op collaboratie was betrapt. Hij kreeg van zijn makkers de kans zijn blazoen te zuiveren door bij de eerstvolgende ontmoeting met zijn IsraŽlische contactpersoon een einde aan diens leven te maken. Dat gebeurde inderdaad, de contactpersoon bleek een officier te zijn genaamd Mudi, die - naar later uit de pers bleek Ė belast was met buitengerechtelijke executie, politieke moorden. De jongen zuiverde zijn blazoen, maar het kostte ook zijn leven.

Een andere vraag die ik stel heeft betrekking op de rol van de Grieks orthodoxe kerk inzake grondbezit, er zouden leasecontracten met settlements zijn. De burgemeester bevestigt dit punt, overigens geldt dat in bepaalde gevallen ook voor moskeen (de Wakf). In feite hebben we van doen met een erfenis uit de Ottomaanse tijd. De overheid stelde toen een grondbelasting in waar kerken en moskeen vrij gesteld van waren. Veel mensen hebben hun grond toen afgestaan aan kerk of moskee, om onder de grondbelasting uit te komen en hadden stilzwijgend het gebruiksrecht van die grond. Daarom hebben de kerk en de moskee veel grond in hun bezit. Zelfs de Knesseth is op grond van de Grieks Orthodoxe Kerk gebouwd (25 % van de grond in West Jeruzalem zou van de Grieks Orthodoxe Kerk zijn, men spreekt trouwens liever van de Arabisch Orthodoxe Kerk). Niet altijd, meestal zelfs niet, is grond vrijwillig beschikbaar gesteld of in lease gegeven, maar er zijn met name in de Grieks orthodoxe kerk corruptiegevallen bekend rond grond. Er is dan ook een zekere distantie ontstaan tussen de patriarch en zijn kudde. Er is recent een nieuwe patriarch en er wordt nu aan nieuwe, verbeterde relaties gewerkt.

De burgemeester erkent dat het verzet tegen de bezetter, noodgedwongen, zwak is, maar stelt dat het Palestijnse volk voldoende eenheid heeft om zich niet uiteen te laten spelen. Hoe moeilijk dat ook voor de Palestijnse Autoriteit ook mag zijn, het volk is een in het verzet.

Er is onder de Palestijnen veel wrok richting Europa: wij betalen de rekening van het Europese antisemitisme! Er is ook veel wrok richting de VS: de steun aan IsraŽl is ongerechtvaardigd, ze mogen kennelijk zonder enige consequentie VN- en Veiligheidsraadresoluties aan hun laars lappen; waar elders er metten sanctie volgen Ė zie Afghanistan nu Ė gebeurt dat bij IsraŽl niet! We veroordelen zonder meer de terreuraanvallen op New York en Washington, maar de boodschap die er achter schuilt is toch ook onze boodschap: VS wijzig uw beleid inzake het Midden Oosten. De VS gedragen zich als God op aarde, laten ze dan op zijn minst een rechtvaardige God zijn!

De schade in Bethlehem

We nemen de schade op in Bethlehem. Enkele dagen eerder was ik er tijdens de demonstratie van de kerkleiders, toen heerste nog de hoop dat het ergste achter de rug was, die dag was het tamelijk rustig. Nu was ik er weer en kon dus de situatie vergelijke met enkele dagen ervoor. Er zijn nu veel huizen en winkels totaal vernield. Met opzet is op de brede invalsweg van een hele rij winkels de voorpui er uitgereden door tanks en bulldozers. Straatlantaarns zijn platgewalst. Huizen zijn gebombardeerd. Delen van de stad zijn doelbewust vernield.

We bezoeken een vluchtelingenkamp dat juist als wij er zijn bezoek krijgt van militaire en burgerlijke leiders van de Palestijnse Autoriteit. Er worden toespraken gehouden. De woorden van troost bestaan vooral uit het memoreren van de onderling betoonde solidariteit tijdens de belegering en van het vertellen van wat er gebeurd is, men lucht zijn hart. Een van de leiders in het vluchtelingen kamp vertelt mij dat hij er niet over gedacht heeft het kamp te verlaten toen hij dat kon, hij kon zijn mensen niet alleen laten. Een van de vertegenwoordigers van de Palestijnse Autoriteit meldt dat het terugtrekken van het leger niet zozeer het resultaat is van de onderhandelingen op hoogniveau, maar veeleer van de volharding betoond door hen die hier belegerd waren. (We ontmoeten o.a. de militaire commandant Ahmad Aid, de civiele PA-man Mohamed Medani, de kampleider Ezan Alazan en de PA-man die verantwoordelijk is voor vluchtelingenzaken Mohamad Alham.)

Voor zijn kapot gereden zaak zit een geldwisselaar, hij heeft voor de puinhoop een tafel en een stoel neer gezet en wisselt weer geld. Ik vraag: Business as usual? Hij reageert: Wat moet ik anders? (zie foto).
Helaas ben ik zelf niet in het zwaar beschadigde Paradise hotel geweest, een YMCA collega wel en zag daar Ė achtergelaten door de IsraŽlische soldaten Ė bordkartonnen soldatenfiguren, kennelijk bedoeld om achter de ramen zetten, als doel voor Palestijnse schutters.

Dinsdag 30 oktober, een normale werkdag

Het is de eerste normale werkdag. Althans voorzover mogelijk. Een van de YMCA-collegaís is vandaag in alle vroegte naar Duitsland vertrokken, via Amman, JordaniŽ. Hij laat zijn gezin als het ware met de brokken zitten, zijn huis is beschadigd, geen water Ė de reservoirs zijn lek geschoten Ė en geen elektra, de luchtleidingen zijn vernield.
Voor mij is een extra bureau neergezet, maar vandaag gebruik ik dat nog niet. We hebben een brainstormvergadering over de vraag hoe we een YMCA-campagne kunnen opzetten, internationaal, met als thema zoiets als ďStop de bezetting!Ē. De vraag is onder andere via welke relaties we gaan werken, met welke themaís en op welke wijze dat dan te doen, en vooral ook wat de specifieke invalshoek van de YMCA dan is.
Nu we min of meer gewoon werk gaan doen lijkt het me minder zinvol dat dagelijks in het dagboek bij te houden. Dat wordt vanaf nu wellicht meer een weekboek, als het tenminste rustig blijft en dat is het geval nu.

De zoon van Rifat Kassis, YMCA directeur, heeft een brief per email geschreven en die verspreidt zich als een lopend vuurtje. Hij heeft nu dagwerk aan de reacties. Ik geef hier de vertaling van zijn brief:

Brief van Dafer Kassis

Beste vrienden overal ter wereld,
6 dagen geleden kwamen de IsraŽli's het land binnen dat onder de Palestijnse Autoriteit valt: Bethlehem, Beit Jala, deel van Beit Sahour en andere plaatsen.
Ik zal alleen vertellen over Bethlehem en Beit Jala en Beit Sahour, waar ik bij mijn familie woon.
Ze gedragen zich zeer barbaars, bombarderen huizen, en in die huizen wonen kinderen, doden mensen, gaan hun huizen in, sluiten de mensen daarin op en schieten vanuit die huizen.
Er is natuurlijk een uitgaansverbod in Beit Jala en in een deel van Bethlehem en dat betekent dat je je huis niet uit kunt. En ze zijn er al sinds 6 dagen, stel je voor: mensen zonder eten, zonder brood en melk; stel je voor: kleine kinderen die niets te eten en te drinken hebben.
Ik heb dagelijks contact met mijn vrienden en klasgenoten in Beit Jala, ze vertelden mij hoe ze voedsel uitsparen omdat ze er niet zeker van zijn dat ze de volgende dag nog iets hebben.
Een van hen werd door een sluipschutter dood geschoten op het plein voor de Geboorte-Kerk, dit plein zou vrede moeten voorstellen, een plein voor gebed niet voor oorlog. Een ander werd gedood door de bombardement op het enige goed uitgeruste ziekenhuis in dit gebied. Ziekenhuis personeel begon mensen te waarschuwen om niemand naar het ziekenhuis te brengen, dus als je een gewonde hebt dan moet je die naar een kliniek brengen, een kliniek is natuurlijk niet zo uitgerust als een ziekenhuis, je zou dood kunnen gaan omdat ..
Ze gingen veel huizen in, sloten de mensen er op en begonnen te vernielen alles wat ze maar konden, en als dat niet ging dan vernielden ze iets anders....
Ze gingen een van de hotels in het gebied van Bethlehem in, maakten er hun kamp van, ze plaatsten er al hun wapens en tanks en eergisteren was er brand in dat hotel en je kunt je voorstellen wat er gebeurde, wapens, kogels en gas met vuur, stel je voor wat er met het hotel gebeurde, het werd gewoon een zwart ding.
Huizen zijn vernield door bommen, auto's vernield door tanks. Straten zijn vernield door de zware tanks.
Wat ons betreft, mijn jongste broer, Saif, is erg bang. Hij wil niet meer in zijn kamer slapen en blijft bij  ons in de woonkamer, dat is de veiligste plek in huis. Mijn ouders proberen hun best te doen om ons een gevoel van veiligheid te geven, maar ik weet, ik voel het in mijn hart, dat ze ook bang zijn. Naast ons huis (niet ver van onze wijk, Henk Zomer) is het Abu Ghuneim settlement en checkpoint (militair kamp, Henk Zomer). De meeste schade in de buurt werd vanaf dit checkpoint aangericht. Ze hebben tanks en zware machinegeweren. Als ze beginnen te schieten voelen we dat alsof ze vanuit ons huis schieten. Het is verschrikkelijk, gewoon verschrikkelijk. Ik voel me zo alleen en moe. Ik doe helemaal niets. Ik kan geen sport doen, dat doe ik het liefst. Ik kan niet naar de activiteiten van de kerk gaan, of naar het centrum van de stad. Ik zit maar TV te kijken als we stroom hebben.   
TV kijken en de dagelijkse begrafenissen zien. Waarom overkomt ons dit? Waarom is de wereld stil? Zijn wij anders dan anderen? Ze zeggen dat we terroristen zijn ...maar dat zijn we niet. Zij hebben moderne technologische wapens, tanks, vliegtuigen, geweren, kogels en granaten en onze mensen, zij hebben slechts van die kleine geweren en wij worden terroristen genoemd.... omdat we proberen onszelf te verdedigen zijn we terroristen geworden.
Stel je voor dat iemand je huis inkomt en jou er uit trapt, en als je dan probeert het huis terug te nemen dan wordt je terrorist.
Dus alles wat ik van jullie wil is deze boodschap naar zoveel mogelijk mensen te sturen, stuur de hele wereld rond zodat ze het weten .....
BID VOOR ONS
Dankjewel
Vrede op aarde
Dafer Kassis
PS: als je meer wilt weten stuur me dan een brief:
daferkassis@yahoo.com

Commotie in Utrecht

Ik verneem van het artikel in Trouw waarin op mijn IKON interview wordt gereageerd en maak me nogal kwaad over het daarin vermelde citaat van Bert Boer: Ik zou voor mijn beurt hebben gesproken en onverstandige dingen hebben gezegd. Ik vraag om opheldering maar krijg die niet.  beluister de passage over kerkorde in het nterview.
Wat is er aan de hand. In het interview werd ik geconfronteerd met de vraag wat ik vond van ICCOís stellingname inzake de opschorting van het associatieverdrag EU-IsraŽl. Ik word door die vraag wat overvallen, waarom werden we niet over die stellingname geÔnformeerd? Maar mijn antwoord is duidelijk, ik vind dat de artikelen in dat verdrag moeten werken, met name als het om de schending van mensenrechten gaat en om de regels inzake de oorsprong van de producten, de producten uit de settlements zijn uitgesloten maar IsraŽl lapt dat aan de laars.
Maar hierover maakt men zich in het LDC van de SOW-kerken niet druk. Nee dat is die andere vraag, of beter mijn antwoord daarop. De vraag wat ik vind van het artikel in de kerkorde inzake de ďonopgeefbare band met IsraŽlĒ. Voor hen die de zaak niet kennen: De SOW kerkorde is een concept kerkorde, aangeboden aan de kerkelijke gemeenten voor discussie, daarvoor is ruim de tijd genomen, een aantal jaren. Ik zeg dat in delen van de kerk dit een belangrijke zaak wordt gevonden. Dan is de vraag wat ik er persoonlijk van vind. Ik meld dat dit artikel mezelf weinig zegt zolang niet duidelijk is wat precies met IsraŽl bedoeld is, gaat het om het volk van Jakob, of van David, of van Salomo (let op, na Salomo werd het volk in twee volken gesplitst), of om de staat IsraŽl van nu, inclusief de IsraŽlische arabieren, of gaat het om de Joden, overal ter wereld? Vraag: Dus zonder die toelichting is het artikel volgens U zinloos, antwoord: Ja, vraag: Dan kan het er dus net zo goed uit, antwoord: Zo gezegd, ja. En daarmee zijn de poppen in Utrecht aan het dansen. Schandelijk hoe die discussie gevoerd wordt. De ďargumentenĒ zijn van laag niveau. De een spreekt over IKV als ďkaboutersĒ, de ander over ďonverstandige dingenĒ en ďvoor de beurt pratenĒ. Zo gaat dat als de SOW-kerken discussie over de kerkorde willen. Hoe zou dat toch zitten met die kerkverlating?  (PS eind 2006 stapt Kerkinactie uit UCP, zie artikel in Trouw)

Zaterdag en zondag, 3 en 4 november

Gaza, een openlucht gevangenis

We vertrekken in alle vroegte van Beit Sahour naar Jeruzalem en verzamelen ons, de volledige groep, inclusief een journalist van de VPRO, voor vertrek naar de Gazastrook. Het is sabbat en daarom erg rustig op de weg. Dat geldt ook voor de grensovergang bij Erez. Deze grensovergang bestaat uit twee afzonderlijke systemen, van elkaar door grote betonnen muren gescheiden. Het ene deel dat er uitziet als een overmatig grote parkeerplaats met een incheckbalie, is bestemd voor ďgewone mensenĒ. Omdat er verder geen mensen zijn gaat dat ďincheckenĒ redelijk snel. De balie is onderverdeeld in een aantal loketten, waarboven bordjes met de te onderscheiden categorieŽn, ik meld me natuurlijk bij het loket met het bordje VIP, en dat gaat goed Ė zo hoort het. Al met al moeten ook Vips een heel eind lopen, van het ene eind, waar de taxi niet verder mag, tot aan de andere kant, bij de Palestijnse grenspost, is haast 1000 meter. Bij de Palestijnse grenspost gaat de passage vlot.
Het hele terrein is zwaar bewaakt met militairen in zware betonnen bunkers. We kunnen op een plek even door de betonnen muur heen kijken, naar het deel dat bestemd is voor Palestijnse passanten. We zien vooral hekken, stevige metalen hekken, alsof het een veemarkt is. Er zijn nu geen mensen, immers het is sabbat, en bovendien is er is een blokkade voor gastarbeid uit Gaza. Direct na de grensovergang is er, opnieuw achter grote betonmuren, een industrieel centrum, IsraŽlische bedrijven hebben zich er gevestigd om gebruik te kunnen maken van Palestijnse gastarbeiders, die dan niet over de grens hoeven, maar alleen door een vereenvoudigde controle. Helaas kan ik alleen stiekem wat fotoís nemen, het is namelijk verboden dat te doen. Die fotoís zijn dan ook wat minder goed uitgevallen.

De Palestijnen moeten wel met heel goede redenen komen, te beoordelen door de IsraŽliís,  om de Gazastrook te kunnen verlaten. Velen spreken we die het gebied niet uit konden, niet op familiebezoek, zelfs niet begrafenissen, niet op bezoek bij kinderen die op de Westbank wonen, of omgekeerd. Het is een grote gevangenis! Het is schrijnend dat wij dan wel in en uit het gebied mogen.

De Gazastrook is een tamelijk volgebouwd gebied, tussen de stedelijke bebouwing is wat landbouwgebied: vooral cirrusplantages en tuinbouw, en veel gebieden met gewoon zand, wat duinachtig.
Geleidelijk aan krijgen we een beetje zicht op de merkwaardige structuur van het gebied, de IsraŽlische settlements, de verkeersproblemen die daardoor ontstaan en de veiligheidsproblemen. Als je de bevolkingscijfers bekijkt, die trouwens niet altijd even betrouwbaar zijn, dan kom je voor merkwaardige vragen te staan. Voor relatief kleine settlements wordt hier door de IsraŽlische bezettingsmacht een geweldig systeem aan bewaking opgezet, waarbij meer militairen betrokken zijn dan er kolonisten wonen. Verder worden er in dat verband dwaze investeringen gedaan. Zo is een van de wegen over grote lengte met betonblokken in twee delen verdeeld, het ene deel voor joodse kolonisten en het andere deel voor de Palestijnen, het ene deel is leeg, het ander deel te smal voor het drukke verkeer. We gaan op diverse plaatsen waar de settlements zijn een kijkje nemen. We kunnen er echter niet dichtbij komen, overal verschansingen, overal militairen, nauwelijks te zien want ze zitten in bunkers. En overal waar settlements aan Palestijns gebied grenzen zijn enorme verwoestingen aangericht. Bijna elke avond en nacht is het raak, wordt er flink op los geschoten en liggen de volgende dag weer wat huizen in puin. We spreken mensen die slachtoffer van deze vernietigingen zijn geworden en met hen bekijken we de resten van hun huizen. Op een van die plekken krijgen we via een luidspreker toegeroepen dat we snel weg moeten, anders wordt er geschoten! Dat gebeurt trouwens in het hebreeuws.

Twee bedrijven worden vernietigd

In de nacht worden twee bedrijven met raketten vanuit helikopters vernietigd, we horen via de Wereldomroep dat het zou gaan om bedrijven die wapens maken. We besluiten meteen naar die bedrijven te gaan, eindelijk een gelegenheid om de berichtgeving eens goed te verifiŽren! Het blijkt al snel dat het om gewone civiele bedrijven gaat, tamelijk eenvoudige industrie: een galvaniseringsbedrijf en een ijzergieterij. Ik bekijk alle hoeken en gaten om te zien of ik nergens iets kan ontwaren dat er wat verdacht uitziet, ik vind niets van dien aard en ook geen enkel spoor dat er op wijst dat er snel wat geruimd is. We besluiten een rapport te maken en dat vandaag nog naar iemand te sturen van het Algemeen Persbureau, met fotoís. Of het helpt, in die zin dat de berichtgeving wordt aangevuld of gecorrigeerd is de vraag, voor ons meteen een test of we met zeer actueel nieuws om kunnen gaan en of de media zich aan dit soort aanvullingen op hun berichtgeving wat gelegen laten liggen. We zijn noch over het een noch over het ander optimistisch.

Het bericht volgt hier:

ďSchaderapportĒ
Radio Nederland Wereldomroep wekt Nederlanders in den vreemde al wekenlang met berichten over doorgaande bombardementen van Afghaanse gebieden. Uitgerekend vanmorgen volgt er een mededeling over de vernietiging van een mortierfabriek in de Gazastrip.
Het UCP/team -United Civilians for Peace- voor haar eerste evaluatievergadering bijeen in Gaza, wijzigt onmiddellijk haar dagprogramma. Nu kon er met eigen ogen waargenomen worden of de berichtgeving gedekt wordt door feiten op de grond.
Sinds 12 oktober reizen de door zes organisaties uitgezonden waarnemers voornamelijk door de opnieuw door IsraŽl bezette gebieden, die ooit de staat Palestina moeten vormen. 
Taxiīs brengen de 8 waarnemers naar de noordelijkste stad van de strip, Jabilia. In een fabriek van stalen muurpluggen, onderdelen van gastoestellen en lampen, wordt de schade opgenomen. Om 04.00 uur trof een getoonde granaat, deze kleine werkplaats, afgevuurd vanuit een helikopter. Verdwaasd bericht de eigenaar over de schade en over zijn onverzekerd machinekapitaal. 17 werknemers kunnen na het opruimen van de schade thuisblijven.
In de Saladinstraat van hetzelfde stadje vertoont een ijzergieterij hetzelfde beeld. Hier trof een fragmentatiebom vol doel. De gaten in het dak zijn talrijk, de machines zijn vernield. Een hal verderop liggen de putdeksels en roosters van gietijzer te wachten op verder transport. Een nabijgelegen legbatterij met 8000 kippen werd niet geraakt. Woedend en met betraande ogen maakt de eigenaar van dit pand bekend dat hij vandaag nog lid zal worden van de Palestijnse verzetsorganisatie de Tanzim. Nooit liet hij zich in met politiek. Nu heeft hij geen keus meer. Ook hier zullen de 20 werknemers thuis kunnen blijven.
Het derde doel van de te bezoeken objecten, is de aardbeienkwekerij van Ismael Mansoer. Zijn velden zijn dit jaar al 3x vernield. Zijn laatste kans op een oogst is volgende week. Tenminste als de inwoners van de nabij gelegen Joodse settlements īs nachts niet opnieuw de planten met hun 4x4īs of tanks van het IsraŽlische leger, komen vernietigen.
De waarnemers reizen af met een herinnering, die wijst op een stelselmatige ontmoediging van de Palestijnen. Zijn het niet hun huizen, dan zijn het wel hun kleine werkplaatsen en boerenbedrijven die vernield worden.
Onzekerheid dwars door heel Gaza en haar 1,2 miljoen inwoners. De wanhoop lijkt nabij.

De boer die we spraken bij het aardbeienveld vertelt nog dat er een keer vanaf het terrein, toen het nog een cirrusboomgaard was, door Hamaz militie is geschoten op het settlement . Toen is door de IsraŽlische militairen de hele boomgaard vernietigd. Ze zijn toen met tuinbouw begonnen. Hij vertelt dat zijn tuinbouwproducten worden verkocht via een Palestijns bedrijf aan een IsraŽlisch bedrijf, die de producten vervolgens weer exporteert naar Europa. Zo staan we weer voor een contradictie: IsraŽlische settlers en militairen vernielen productievelden met de handel van IsraŽliís. En wat nu te zeggen over de Europese handelsregels, weer andere producten die een IsraŽlisch label krijgen terwijl dat niet terecht is, deze boer zou niet gebaat zijn bij een handelsboycot tegen IsraŽl. Hij zegt over de strijd tussen verzet en leger dat hij in dit spel niet meespeelt en wel de strafschoppen krijgt.

Op de terugweg duurt de passage bij de grensovergang wat langer. Een van de soldaten laat een foto in de krant zien, buitenlandse presentie bij een demonstratie, of wij daar bij waren? Nee dat was niet het geval, maar als het zo was uitgekomen had dat zeker het geval kunnen zijn.

De weg tussen Gaza\en Jeruzalem is voor een groot deel ook de verbindingsweg tussen Gaza en Westbank en zal in feite ook de corridor moeten zijn tussen deze gebieden als de Oslo Akkoorden eens werden uitgevoerd. Enkele jaren geleden was de bewegwijzering daarop ook afgestemd. Nu vind je op de wegwijzers Gaza niet meer terug.  

Nog even over Gaza, ik heb het water nog even geproefd, dat is niet te drinken, zout. Veel terreinen worden geÔrrigeerd met dit water, dat zal in de toekomst tot problemen leiden, de verzilting zal snel gaan.

Ook bezochten we de haven in aanbouw, met geld van Nederland en Frankrijk. De Nederlandse regering heeft zijn hevige verontwaardiging uitgesproken over de vernielingen aangericht door het IsraŽlische leger! Frankrijk heeft hetzelfde gedaan. Maar er gebeurt nu verder niets, het werk ligt stil en zo heeft IsraŽl weer met een voldongen feit de zaak naar haar hand gesteld.

Maandag, 5 november, YMCA Beit Sahour

Nog even over wat ik doe bij de YMCA in Beit Sahour. Ik zal daar kort over zijn.
Ik ben betrokken bij de gedachtevorming over een internationale campagne van YMCA en YWCA inzake het Palestijns - IsraŽlisch conflict.
Ik heb een nota met aandachtspunten voor Lobbywerk geschreven.
Ik ga een paar cursussen geven in het maken van websites.
Kortom we hebben wat te doen.
Om eerlijk te zijn, we hebben nog geen enkele vrije dag gehad, ook in de weekends zijn we druk en ís avonds zitten we achter de computer. Ik behelp me nu met een oud machientje, zonder spellingscontrole en met oude versies van Windows en Word.

Woensdag, 7 november, YMCA Beit Sahour

Vandaag krijg ik bezoek van Lilian Peters, zij was Ė toen ik nog directeur van SOH (Stichting Oecumenische Hulp) was Ė hoofd van de afdeling ďKinderen in de KnelĒ en is nu de vertegenwoordiger van de Amerikaanse Quakers in het Midden Oosten, standplaats Amman. Met haar en Rifat Kassis uitvoerig gesproken over de situatie hier, met name over de eventuele mogelijkheden om de/een Palestijnse vredesbeweging (beter) te organiseren. Rifat is over het een en ander niet optimistisch. De situatie is na Oslo en zeker met de tweede Intifada zoveel slechter geworden, de standpunten zijn zoveel verhard, dat het nu ďde nieuwe generatie op straatĒ is die de Palestijnse reactie bepalen. Het gezag van de Palestijnse Autoriteit is door het IsraŽlische optreden enorm verzwakt, het is nog een wonder dat ze in het algemeen de orde nog weten te handhaven als de IsraŽlische troepen hen het werk niet onmogelijk maken. Het is gruwelijk dat IsraŽl van de PA medewerking verwacht om eigen verzetsmensen te arresteren en uit te leveren. Hoe komt het toch dat de buitenwereld niet ziet dat we hier met verzet tegen bezetting te maken hebben en niet met terreur van het type dat de USA nu wil bestrijden?

ís Middags valt er in de buurt van het YMCA een schot, waarschijnlijk een Palestijnse schutter en in de richting van het tamelijk dichtbij gelegen militaire kamp. Iedereen wordt nerveus, vooral ook de Palestijnse politie die een tweemanspost bij het YMCA-terrein heeft. Men verwacht represaillevuur uit het kamp. Het YMCA-gebouw heeft al tweemaal forse beschadigingen bij dat soort gelegenheden opgelopen, op het dak wordt net vandaag de laatste hand aan de reparaties gelegd. Gelukkig kan de rust na een uur terugkeren, kan men weer aan de slag, het vuurgevecht blijft uit.
Echt aan het werk is het centrum nog niet. De gehandicapten uit de regio hebben nog te veel last van de bewegingsbeperkingen en kunnen nog niet naar het centrum komen. Ik heb echter ook de indruk dat men het niet durft te proberen, de intimidatie van de afgelopen maanden heeft gewerkt. Toine merkt op dat de IsraŽlische soldaten ineens wat vriendelijker zijn geworden bij het checkpoint aan de hoofdweg die Bethlehem ingaat, een houding die wat verwarring oproept na zoveel bruutheid, onbeschoft gedrag en intimidatie. Is het een ander bataljon? Of is het gewijzigd gedrag het gevolg van een intern legerrapport waarover de krant afgelopen zaterdag schreef? Over die krant maak ik een apart verhaal.

Donderdag, 8 november, cursus website

Vandaag geef ik mijn eerste cursus in het maken van websites, 5 cursisten op 2 computers. Het gaat leuk. Morgen gaan we verder. Volgende week ga ik dezelfde cursus voor een grotere groep doen bij de YMCA in Jeruzalem. Gewoon weer eens lekker aan een klus zonder kopzorgen, dat gaat leuk, ook omdat het heel plezierige en leergierige cursisten zijn, een afdelingshoofd, een systeembeheerder en administratieve staf van YMCA.

Maandag, 12 november, gehandicaptenzorg, Jericho

Gehandicaptenzorg

Op verzoek van Zuhair Zbun, een maatschappelijk werker, actief in gehandicaptenzorg, ga ik met hem mee naar Jericho. Al meer dan een jaar kon hij enkele "klanten" in Jericho niet bezoeken. Hij is beducht dat hij zonder begeleiding van een buitenlander er nog niet heen kan, daarom vroeg hij of ik mee wilde. Een relatie van "SOS-kinderdorpen" in Nederland had hem gebeld, die had een zekere meneer Winter voor de radio gehoord en die moest bij de YMCA in Beit Sahour zijn. Hij had er op gehoopt dat ik een auto tot mijn beschikking had maar dat viel dus tegen. Een kennis van hem heeft een auto, Fatima Dhweb, alias Im Magdolin (moeder van Magdolin, haar gehandicapte dochter), ook maatschappelijk werker, daarmee gingen we dus op stap.
De eerste stop is al direct in de buurt, bij Al Amal Center for Rehabilitation of Handicapped, in Al-Obaidya. Het centrum wordt fors uitgebreid met Italiaans geld, via de Palestijnse Autoriteit. De directrice, Suheir Abdo, is een jonge, energieke vrouw, 26 jaar oud, moeder van 3 kinderen. Er zijn nu 20 patiŽnten in het centrum, in de leeftijd van 6 tot 16 jaar. Na gereedkomen van de nieuwbouw, over een week of zes, zal de capaciteit uitgebreid zijn tot 100.
Er is veel inteelt in de Westbank en dat heeft een relatief hoog percentage geestelijk gehandicapten als gevolg. Daar komt bij dat het opleidingsniveau in de dorpen laag is en er een zekere mate van terughoudendheid is om externe hulp in te roepen voor verstandelijk gehandicapten. Waar het al niet vanzelfsprekend is dat normale kinderen een goede opleiding krijgen is het zoeken van opleidingsmogelijkheden voor gehandicapten al helemaal buiten beeld. Daarom is het van belang om maatschappelijk werkers in het veld te hebben die zulke, vaak trieste gevallen op het spoor kunnen komen en vervolgens hulp kunnen bieden.

Jericho

De normale weg van Beit Sahour naar Jericho is door het IsraŽlische leger met grote betonblokken versperd. We rijden dus om via Abu Dis. Vlak voor Abu Dis is een tijdelijk roadblock ingesteld, dat kost ons een half uur. Verder komen we Jericho binnen zonder controle. De controle post met een zware bunker en met een zigzag-slalom van grote betonblokken bij de toegangsweg naar de stad is er nog, inclusief een ogenschijnlijk kleine bemanning van het leger, maar er is geen controle. We rijden zonder enig oponthoud de stad in.

vakopleidingsschool van de YMCA

We brengen eerst een bezoek aan het YMCA-Vocational Training Centre, een technische school voor jongens en meisjes. 250 leerlingen waarvan de helft uit Jericho en omgeving; voor hen die van verre komen is er een internaat. Sinds de tweede Intifada begon heeft de school vrijwel stil gelegen, sinds de laatste week begint de school weer te draaien. De blokkade van Jericho heeft daar hard toegeslagen, de geÔsoleerde ligging van de stad maakte dat de economie volledig plat lag, er kwam ook niets meer de stad in. Het schoolgeld, $ 350 pppj ($ 480 voor intern) is voor veel families te veel. Er zijn enkele beurzen van het ministerie en van de UNRWA. Er is een grote achterstand in de betaling van schoolgeld. De school is redelijk goed uitgerust dankzij hulp van diverse donororganisaties. Er zijn diverse vakrichtingen: houtbewerking, metaalbewerking (ijzer en aluminium), autotechniek, elektrotechniek, installatietechniek, computersysteembeheer en computergebruik, dat laatste is bij meisjes erg populair.
De directeur, IsmaŽl Hamdon, heeft geen tijd voor ons, we komen ook onverwacht, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door zijn medewerkster, Nazar Halteh, een jongedame die ons met enthousiasme door de werkplaatsen leidt.
De school is voor leerlingen van 15 jaar en ouder, geeft een opleiding van 2 jaar en geeft daarna een stagebegeleiding. In de leerperiode wordt er voor gezorgd dat elke leerling met computers kan omgaan, er de nodige aandacht aan arbeidsethiek wordt gegeven en, niet bij elke technische school vanzelfsprekend, er aandacht wordt gegeven aan onderwerpen als gender, milieu, gezondheid, democratie en mensenrechten.

Center for Rehabilitation and Ability Development

We bezoeken dit centrum in het kamp Ain A Sultan, vooral om daar twee voormalige cliŽnten van Zuhair Zbun te bezoeken. (Overigens, bij de term kamp moet, na zovele jaren, eerder aan een stadswijk gedacht worden dan aan een echt vluchtelingenkamp.) In de jaren negentig zijn er een aantal uitbreidingen en verbeteringen tot stand gekomen met financiŽle steun van Japen en Duitsland. Interessant is dat de educatieve hulpmiddelen door een bedrijf in Ramallah worden gemaakt, mede op basis van de ervaringen van deze school; de directeur, Al-Natour Maher, laat dat trots zien. Er zijn nu 42 leerlingen, daarnaast is het centrum actief in een "Community Based Rehabilitation Programme". De school heeft nu een lokaal bestuur. De exploitatielasten worden voor het merendeel gedragen door de Palestijnse Rode Halvemaan Organisatie (Rode Kruis).
We gaan vervolgens bij de familie van een van de gehandicapte leerlingen thuis kijken. Een groot gezin, de vader is werkeloos thuis en zit er apathisch bij als we the drinken en de verlovingsfoto's bekijken van de oudste dochter, 15 jaar oud. Haar verloofde is 23 en heeft een baan als politieagent bij de Palestijnse Autoriteit. Fatima geeft me uitleg in het Duits, ze ziet de toekomst van de op de foto zo stralende aanstaande bruid somber in en wijt dat aan het gebrek aan opleiding van de moeder, een gebrek dat op deze manier min of meer erfelijk is. Ze ziet ook de toekomst van de agent somber in; wat stelt die Palestijnse Autoriteit nou voor, het is als een mens zonder oren, ogen, handen en voeten, geheel afhankelijk van de bezetter.

Abu Dis, House of Mercy

Op de terugweg vanuit Jericho bezoeken we een tehuis voor gehandicapten, opgezet door een Amerikaanse en in stand gehouden met bijdragen vanuit de Verenigde Staten. Het ziet er keurig uit, niet zomaar toegankelijk voor bezoekers, de te bezoeken persoon wordt gewaarschuwd en komt dan in de ontvangstruimte.

De geschiedenis van een Bedouin familie 

Mevrouw Fatima Dhweb, alias Im Magdolin (moeder van Magdolin, haar zwaar gehandicapte dochter) spreekt met mij in het Duits, niet echt gebruikelijk hier en zeker niet voor een Bedouine. Ze vertelt mij hoe dat zo komt, een verhaal over haar vader en grootvader. Haar vader is geboren uit het vierde huwelijk van haar grootvader. Die grootvader was in de tachtig, terwijl zijn vierde vrouw slechts 24 jaar was, en een jaar na de geboorte van Fatima's vader stierf de grootvader. Volgens de traditie moest grootmoeder opnieuw trouwen, maar dat weigerde zij en ze vlucht naar Beit Sahour. Ze werd schoonmaakster bij de Lutherse Kerk en zo kwam het dat Fatima's vader in die kring opgroeide en een goede opleiding kreeg. Toen de Westbank deel van JordaniŽ werd en er een plaats in het Parlement moest worden toegewezen aan een Bedouien was de keuze snel gemaakt, er was er maar een met een goede opleiding, Fatima's vader. Die vader heeft in zijn familieverband voor grote veranderingen gezorgd, hij bouwde een huis, het begin van een nieuw dorp waar nu meerdere Bedouine families wonen, die overigens het nomadische leven niet volledig hebben afgezworen, met hun kuddes trekken ze nog regelmatig het land in.
Fatima's verhaal gaat verder over haarzelf. Ze kreeg een dochter met spina bifida en dat had voor haar leven ingrijpende gevolgen. Die dochter is inmiddels 20 jaar en heeft dankzij grote inspanningen van haar moeder een goede opleiding gehad. Fatima is nu ervaringsdeskundige en brengt die deskundigheid in praktijk, mede met hulp van een Duitse organisatie voor gehandicaptenzorg. Al met al spreekt ze nu beter Duits dan engels. Volgens haar is de kern van veel problemen het gebrek aan scholing van de vrouwen, de moeders die vervolgens de noodzaak van goede scholing voor haar kinderen niet onderkennen. Zij vindt het vooral belangrijk om met moeders te praten, en zij heeft die mogelijkheid meer dan anderen, omdat ze een respectabele leeftijd heeft en Ė zeker bij moeders van gehandicapte kinderen Ė haar eigen ervaring kan inbrengen.
Uit eigen ervaring weet ze ook hoe woede ten opzichte van de bezetter kan ontaarden in geweld. Ze heeft begrip voor hen die tot geweld overgaan. We staan te wachten voor het roadblock als haar verhaal komt. We zien hoe lamlendig de controle gaat, twee soldaten handelen de file uiterst traag af, terwijl twee andere soldaten gewoon niets staan te doen. Gewoon pesterij is het, denigrerend voor hen die het moeten ondergaan. Fatima vertelt hoe zij haar gehandicapte dochter met rolstoel uit Beit Sahour naar huis haalt. En dan is er ineens dat roadblock, op de weg van Beit Sahour naar haar dorp. Ze mag niet verder, niet naar huis. Hoe ze ook bidt en smeekt. Woedend wordt ze bij dit gedrag van een stel soldaten die geen benul hebben van wat er aan de hand is. En dan zegt zij tegen die soldaten: Ik wou dat ik een bom bij me had dan zou ik die nu op jullie gooien. Hoeveel mensen worden door de bezetting niet in zo'n wanhoop gebracht dat alleen een dergelijk geweld nog als uitweg wordt gezien? Zij, een sociaal actieve vrouw, heeft er alle begrip voor.
Bij haar thuis praten we nog wat verder. Haar man is radiologisch medewerker in een ziekenhuis in Oost-Jeruzalem, hij heeft een speciaal pasje om naar de stad te kunnen. Merkwaardig is dat de politieke ontwikkelingen van zijn land hem een paar voordelen heeft gebracht: Hij ontvangt een Jordaans pensioen, want hij was in dezelfde functie destijds in Jordaanse overheidsdienst, hij ontvangt een IsraŽlisch pensioen, want na 1969 kwam hij in dienst van die overheid, en nu krijgt hij, nog steeds voor dezelfde functie salaris van de Palestijnse Autoriteit. Waar de meeste mensen bij dit soort omwentelingen tussen wal en schip vallen heeft hij geluk gehad. Een van de zonen des huizes werkt bij de Arab Bank. Ik vraag hem naar de inkomensniveaus in diverse sectoren van de maatschappij. Hij komt er ruiterlijk voor uit dat er volkomen scheve verhoudingen zijn, het land kent rijken en armen, en bij de laatste groep kan je nog onderscheid maken tossen arm en heel erg arm. Zelf hoort hij bij de eerste groep, de bank betaalt Ė zelfs naar Nederlandse begrippen Ė zeer goede salarissen, hij verdient zo'n $ 4000 per maand. Een ambtenaar bij de Palestijnse Autoriteit en mensen in dienst bij organisaties als de YMCA zitten op een salarisniveau van 1500 tot 2000 Sh per maand, hij verdient dus meer dan acht maal zo veel als een ambtenaar van hetzelfde niveau. De heel erg armen zijn de werkloze arbeiders, zoals we vandaag in Jericho hebben ontmoet.

13 en 14 november, cursus  in Jeruzalem

Over het geven van een cursus website maken zal ik hier maar kort zijn. Gewoon een leuke klus, te meer omdat ik met een groep zeer leergierige mensen werkte.

Donderdag 15 november, veldtrip naar gehandicapten  

Met een van de maatschappelijk werksters van de YMCA, Mariam Jeries Amwad, 24 jaar oud, ga ik vandaag op stap. Er staan drie bezoeken in de Bethlehem aglomoratie op de agenda.

De kantoorboekhandel

Het eerste bezoek is vlakbij, in Beit Sahour. We bezoeken een kleine zaak in school en kantoor behoeften. De winkelier heeft geen handen, die is hij door een handgranaat kwijt geraakt. Natuurlijk vraag ik, nadat we eerst uitvoerig kennis hebben gemaakt naar de achtergronden van dat ongeluk. Hij vertelt hoe hij op 17-jarige leeftijd, in 1989, met een groepje vrienden een grot inging en daar dingen vond die hun nieuwsgierigheid opriepen. Hij herinnert zich dat het ding dat hij vond een opschrift had: made in England. Later, toen hij zijn handen kwijt was, begreep hij dat het een handgranaat was. Een vriend verloor een oog, een andere vriend twee vingers en de vierde vriend had slechts wat lichte verwondingen. Waar de handgranaat vandaan kwam weet hij niet, de eigenaar heeft zich nooit gemeld, vermoedt wordt dat het een oude verborgen voorraadje was, zelfs daterend uit de Britse tijd. Maar het kan natuurlijk ook best van het Palestijns verzet geweest zijn, maar dat zal dan niet gemeld worden. De YMCA heeft de man geholpen met het opzetten van zijn winkel, een lening van 5000Shekel voor de voorraad en het nodige advies. De winkelruimte is van de Grieks-orthodoxe kerk, die huurt hij voor 40 Dinar, 240 Shekel; merkwaardig dat de oude Jordaanse geldeenheid nog gebruikt wordt.
Hij studeert ook nog, aan de universiteit van Bethlehem, hij werkt aan een scriptie over gehandicapten in Palestina. De aflossing van de lening stagneert, nu er een economische crisis is vallen zijn zaken ook tegen. Het is verbazingwekkend hoe de man kan schrijven en met zijn mobiele telefoon weet om te gaan. Het ziet er naar uit dat hij zich nu goed kan redden.  

De invalide bouwvakker

In het dorp Irtas, een buitenwijk van Bethlehem, op een steile helling, gaan we op bezoek bij Sameer Abu Sway, een bouwvakker. Op de weg van Hebron naar huis moest hij, zoals hij inmiddels al tijden gewend was, de wegversperring en pascontrole door. Op een slechte dag in oktober vorig jaar was er met stenen gegooid op de controlepost. Dat gebeurde vlak voor hij bij die post aankwam. En toen werd er geschoten! Vijftien gewonden. De soldaat die schoot kwam nota bene zelf kijken naar het resultaat. Sameer vroeg de soldaat nog waarom hij had geschoten en kreeg een reactie die, hoewel niet erg duidelijk, zoveel betekende als ďomdat ik dat wildeĒ. Hij werd naar het ziekenhuis in Oost-Jeruzalem gebracht en vandaar werd hij overgevlogen naar Duitsland, voor een specialistische behandeling, die ruim een maand heeft geduurd. Kennelijk is er een samenwerkingsverband met Duitsland. De Duitse consul had het vervoer via het vliegveld in Gaza geregeld. (Dat vliegveld is nu trouwens door IsraŽl gesloten). De verder nabehandeling kan in Jeruzalem plaats vinden. E verwondingen waren zeer ernstig, er was kennelijk dumdum gebruikt, n.b. verboden munitie. Zijn been is nu 5 cm korter, hij heeft van de YMCA een paar schoenen gekregen waarmee dat hoogte verschil wordt opgevangen. Hij krijgt nu nog een sociale uitkering, 800 Shekel (zeg 800 Euro) per maand en dat is voor zijn gezin met 3 kinderen niet voldoende. Hij kan zijn werk nooit meer doen en zal zijn leven lang krukken nodig hebben. De YMCA zal hem nu een steuntje in de rug geven. De wc in huis zal een aanpassing krijgen zodat hij zonder hulp zelf naar de WC kan. En verder is er na overleg met de buurt besloten een buurtwinkeltje te beginnen, daar kan hij dan zijn brood mee verdienen.

Nog een invalide bouwvakker

In Alghader, ook een dorpje dat eerder een buitenwijk van Bethlehem is dan een zelfstandig dorp, bezoeken we Adnan Atallah. Adnan, zijn vrouw en zoontje wonen in een garage. Hij was op 1 oktober 2000 in de buurt van een checkpoint toen er een demonstratie begon. Bang dat het uit de hand zou lopen zoekt hij zijn heil in een schoolgebouw. Maar de IsraŽlische soldaten gingen hun post uit en schoten wild in het rond, ook in de school. Er vallen 3 doden en 5 gewonden. Hij kreeg kogels in zijn rechter heup en in zijn linker bovenbeen. Vooral die laatste kogel heeft voor zeer zware verwondingen gezocht. Hij laat mij een videoband zien, een Tv-opname van een buitenlandse omroep, waarop te zien is hoe hij naar het ziekenhuis wordt vervoerd en hoe hij daar een eerste behandeling krijgt. Zijn overlevingskansen werden zeer laag ingeschat, toch werd besloten hem naar Duitsland te sturen. Al op 4 oktober is hij in Duitsland, waar hij 63 dagen opgenomen blijft. Hij loopt nu met krukken. Veel beter dan het nu gaat zal het niet worden. Hij heeft nog steeds munitieresten in zijn lijf en dat schijnt chemische werkingen te hebben die met medicijnen worden bestreden, wat dat precies is weet hij me niet uit te leggen. Zijn garage/woning ligt in een wijk met wat bedrijven. Dat heeft tot het idee geleid om een zaakje te beginnen in sandwiches en dergelijke, voor de middagmaaltijd van de arbeiders in de buurt. De YMCA zal hem met wat startkapitaal helpen. En ook hier zal een aangepaste WC worden gemaakt. Hij hoopt dat zijn zaakje spoedig van start kan gaan, want hem is al aangekondigd dat de sociale uitkering, 800 Shekel per maand, geleidelijk aan zal worden verminderd.

Rabiís for Human Rights, 16 november

We ontmoeten Erik Askerman, de algemeen secretaris van de organisatie waarin zich, sinds 1988, zoín 100 rabbiís hebben verenigd. In die tijd ontstonden er meer joodse organisaties die zich zorgen maakten over de ontwikkelingen in hun land. Een zekere rabbi Heschel was hun voorman. De bedoeling van de organisatie is te strijden tegen het schenden van mensenrechten, daarbij gaat het hen niet om politiek zoals het bouwen van nederzettingen, men beperkt zich tot de persoonlijke mensenrechten en dat betekent dat verzet tegen huisvernielingen wel op de agenda staat. Ook Ė en misschien juist om de kennelijke samenhang Ė verzet de organisatie zich tegen extreem nationalisme en particularisme, men wil een humanistische interpretatie van het JudaÔsme bevorderen. Daarmee is dan tevens de geringe aanhang onder rabbiís verklaard. Het zijn de liberaal ingestelde rabbiís die zich aansluiten. Als voorbeeld noemt hij zijn echtgenote, de eerste en enige vrouwelijke rabbi. Om toch ook de orthodoxe rabbiís aan te spreken past men een zeer smalle interpretatie van mensenrechten toe. Daarbij wordt dan gekeken naar de toepassing van mensenrechten in het JudaÔsme, in Joodse kring, vervolgens in de staat IsraŽl en ten slotte ook in de bezette gebieden.
Erik noemt een aantal visies die in de achterban van zijn organisatie voorkomen. Ten eerste is er ďangry leftĒ, actieve mensen die getraumatiseerd of verward zijn door de Palestijnse terreur. Verder is er een kleiner wordende groep die geweld categorisch afwijst. Dan is er een groep tamelijk radicalen die vinden dat de Oslo-Akkoorden slecht waren, een val voor de Palestijnen, en daarom het geweld van de Palestijnen gerechtvaardigd achten. Het ďcorrecteĒ standpunt van de organisatie met betrekking tot geweld is dat het moreel onaanvaardbaar en strategisch onverstandig is. We worden geconfronteerd met de vraag naar evenwichtigheid, symmetrie, maar dat schuiven we van ons af, immers IsraŽl heeft ďalle kaarten in handenĒ. Persoonlijk acht hij ďOsloĒ geen doodlopende weg, wel zijn er ingrijpende wijzigingen nodig, bijvoorbeeld inzake de settlements. In ieder geval bood ďOsloĒ de Palestijnen een alternatief voor geweld.

Hij denkt dat de gemiddelde IsraŽli van mening is dat er in de onderhandelingen door IsraŽl al veel is geboden, maar dat is een mythe die gretig aftrek vindt. Arafat maakte de fout door te erkennen dat er een goede basis voor onderhandeling was, dat had hij volgens Erik niet moeten doen. Overigens had volgens hem de tweede Intifada nauwelijks van doen met het onderhandelingsproces, maar vooral met de dagelijkse frustraties, en de consequenties daarvan voor het economisch leven.

De media in IsraŽl hebben naar zijn oordeel een bedenkelijke rol. Elke Palestijns incident wordt breed uitgemeten. Neem de kwestie van het bomen rooien om veiligheidsredenen, ga kijken en je ziet dat het onzin is, het is gewoon valse informatie. Men vertrouwt de informatie uit het leger zondermeer, er is ook nauwelijks een mogelijkheid om die informatie te verifiŽren, al begint men geleidelijk aan in te zien dat er onjuistheden worden gemeld en dat sommige Palestijnse bronnen niet a-priori onbetrouwbaar zijn.

Hij gaat nog wat verder met zijn eigen opinie als hij stelt dat de settlements onaanvaardbaar zijn, maar hij vindt ook dat het schieten op settlers daarmee nog niet gerechtvaardigd is. Volgens hem maakt het weinig verschil of je nu 2000 of 50 jaar geleden uit je land verdreven bent, het zijn dan ook twee gelijke rechten die tegenover elkaar staan. Dat betekent dat er een samenlevingsvorm moet worden gevonden, dat er een compromis nodig is. Aan beide zijden zijn de traumaís groot, geen enkel voorstel is voor beide partijen echt aanvaardbaar. Er is geen rationele benadering meer mogelijk. Het ging in IsraŽl om veiligheid, na de holocaust nationale veiligheid onafhankelijk van anderen, veiligheid ging dan ook boven mensenrechten. Nu verandert dat, er komt twijfel over dat concept. Meer en meer gelooft men nu in vrede als veiligheid. De idee van conservatieve settlers dat het door God gegeven land met alle middelen genomen mag worden is geen algemeen aanvaard idee meer. Veeleer ziet men nu in dat de settlements de veiligheid aantasten, dat gaat nu zo ver dat de settlers de schuld krijgen van de onveiligheid. Terwijl er tegelijkertijd zorg is over het schieten op settlers. Er is nu toch een groot deel van de bevolking dat een Palestijnse staat aanvaardt.

Hij geeft nog enkele redenen waarom de IsraŽlische bevolking zo weinig politiek verzet biedt. Ten eerste zijn de mensen slecht geÔnformeerd over wat er in de bezette gebieden gebeurt, men kan het weten maar sluit zich er ook voor af. Men heeft angst, het volk is getraumatiseerd, en dat leidt tot het wegdringen van onaangename informatie.

De organisatie doet een aantal concrete dingen: helpen bij het olijfplukken als bescherming tegen aanvallen van settlers; een fonds vormen voor de aanplant van nieuwe bomen; olijfolie opkopen om de afzet te garanderen, protest demonstraties o. a. bij roadblocks en het hulp bieden aan bedoeÔenen en holbewoners.

Kapitein IsraŽlisch leger

We ontmoeten de leraar en reserve kapitein Raphael (Ravi) Izbicai van het Israelisch leger (IDF = Israeli Defence Forces), geboren in Zwitserland en in IsraŽl wonend sinds 1982. Het gesprek gaat in het begin soepel als hij hoort dat 3 onzer ook reserve officier waren (Cees, Jan en ik). Maar nadat we wat moeilijke vragen stellen gaat het steeds moeilijker met het gesprek. Hij was ook van zijn stuk gebracht omdat hij een video wilde draaien, maar het videoapparaat kwam pas toen we dik door de tijd heen waren. Later heb ik alsnog een video gezien van het type dat hij ons wilde laten zien: een compilatie van acties en woorden van Palestijnse leiders die een leger wel in de hoogste staat van paraatheid moeten brengen. We worden nu zonder beelden herinnerd aan een aantal incidenten en uitspraken van Palestijnse leiders waar het leger wel op moest inspelen. Een zoín uitspraak is die van Ahmad Abu Alrhman (Palestijnse radio 20-8-2000) waarin hij zegt dat de IsraŽlische settlers beschouwd zullen worden als gijzelaars in Palestijnse handen en dat ze geÔsoleerd zullen worden en gevaar te duchten hebben. Een ander is van Altayeb Abd Alrahin, algemeen secretaris van Arafats bureau: We beginnen een wrede oorlog tegen IsraŽl. (In dit verslag staan ook citaten van Sharon die de vergelijking met deze citaten kunnen doorstaan als het om hardheid gaat).

Neem van ons aan zegt Ravi, dat we ook liever thuis zitten, voor de klas staan of wat dan ook dan in het leger dienst doen. Het is bij de Palestijnen een eer het leven te laten, getuige de zelfmoord aanvallen, bij ons ligt dat anders. Ook kennen wij zelfkritiek, we moeten elke kogel verantwoorden.

Op de vraag wat te denken van roadblocks als er een legerrapport is dat stelt dat ze niet effectief zijn prijst hij de inlichtingendienst: we weten wanneer we waar precies moeten zijn. Het lijkt dan niet altijd logisch wat we doen, maar daar zijn dan goede redenen voor. Waarom schieten we op stenengooiers? Omdat achter hen de schutters staan. We weten dat de familie van zelfmoordterroristen geld krijgt van de Palestijnse Autoriteiten. We weten dat de Tanziem mensen hun huis uit jaagt om vandaar uit te schieten. Daarom eisen we uitlevering van terroristen. Op de vraag wat de rol van het leger is als settlers schieten op Palestijnen, bijvoorbeeld als ze olijven oogsten reageert hij met een wel zeer eenvoudig antwoord: Het leger beschermt IsraŽlische burgers! Daarmee was de discussie dan ook afgelopen.

De Jordaanvallei en de Golanhoogte, 17 november.  

We gaan vandaag op reis naar de Golanhoogte, een door AIC (Alternative Information Centre) georganiseerde reis voor mensen die geÔnformeerd willen worden over de situatie daar, dus niet gewoon toerisme. We reizen via Jericho en dat betekent dat we langs Maíale Adummin, een groot settlement komen en door de Jordaanvallei reizen.

Nog even wat over Maíale Adummin: De burgemeester van Jeruzalem wil dat settlement toevoegen aan Jeruzalem omdat er toch vooral jonge gezinnen wonen met werk in Jeruzalem. In de ďvoorstadĒ wonen toch vooral ook het rijkere en actievere deel van de bevolking. Inderdaad wonen in Maíale Adummin heel andere settlers dan de fanatieke conservatieve joden die zich in de Jordaanvallei en op de Golanhoogte hebben gevestigd. De laatsten vestigen zich daar op basis van wat ik maar gemakshalve de ďlandbelofteĒ zal noemen, terwijl de settlers in Maíale Adummin zich daar vestigen om een goed huis tegen een redelijke prijs te hebben, min of meer gesubsidieerd, al weet ik van dat laatste nog niet de details.

De Jordaanvallei ziet er rustig uit, weinig bebouwing, hier en daar een settlement en vooral veel tuinbouw, waarin Palestijnen werken die niet met eigen vervoer over de weg in de Jordaanvallei mogen. Parallel aan de weg is een hekwerk en een tankweg daarachter en dan weer een hekwerk. De elektrische draden aan dat hekwerk zouden signaaldraden zijn, geen ďschrikdraadĒ. We passeren enkele roadblocks, maar kunnen zonder veel problemen doorrijden. We rijden op de heenweg langs de oostkant van het meer van Galilea, op de terugweg nemen we de westkant.

Op de Golanhoogte maken we diverse stops. Eerst bij een tweetal in de oorlog van 1967 vernietigde Palestijnse dorpen, Bet Shaen en Hushnin. Sommige van die dorpen worden nu als oefenterrein voor het leger gebruikt. Om een indruk te geven van de schaal van deze vernietiging: 2 steden, Quneitra en Afiq, en 130 dorpen en 112 boerderijen werden vernietigd in de oorlog van 1967. Na de oorlog van 1973 werd een deel van het bezette gebied, 100 km2 van de 1250 km2, aan SyriŽ teruggegeven, inclusief de ruÔnes van Quneitra.

We gaan natuurlijk kijken naar Quneitra, vanuit de hoogte is er een goed uitzicht op de vernielde stad in het laagland van SyriŽ, ďteruggegevenĒ aan SyriŽ zoals op het bord staat en waarop met grafiti is aangegeven dat dat ten onrechte was. Naast de voormalige stad is een VN-kamp opgericht.

Op de Golanhoogte hebben zich veel Joodse settlers gevestigd, er zijn nu 33 settlements (inclusief 10 kibbutzim, landbouwcollectieven en 19 moshavim, landbouwcoŲperaties).

We maken een wat langere stop in Majdal Shams, waar we een uitleg over de Golanhoogte en de Druzen krijgen van de directeur van The Arab Association for Development. Maar eerst bekijken we de mijnen die nota bene in de achtertuinen van de huizen liggen! Merkwaardig dat die er nu nog liggen en dat niemand ze weg haalt. Tijdens de oorlog in 1967 zijn alle arabieren, zoín 130.000 mensen, verjaagd naar de rest van SyriŽ op de Druzen na. Om een of andere reden zien de Joden de Druzen niet als Arabieren, in IsraŽl moeten ze - sinds 1956 al - ook in het leger al krijgen ze daar dan wel de functies die een geringer veiligheidsrisico zouden hebben. Hoe het ook zij, het zijn vooral de Druzen die op de Golanhoogte achter zijn gebleven en de Joden hebben zich vergist in deze Druzen. Hen werd, nadat de Knesset in 1981 besloot de Golanhoogte te annexeren, de IsraŽlische identiteit aangeboden maar die hebben ze geweigerd. De lokale bevolking is min of meer gedwongen om tot landbouw en tuinbouw over te gaan en de nomadische veeteelt op te geven. Dat komt door de vestiging van Joodse nederzettingen, die er van uitgingen dat niet bebouwd land vrij tot hun beschikking stond. Men heeft toen in hoog tempo het land voor land en tuinbouw geschikt gemaakt en vooral heel veel fruitbomen geplant. De Golanhoogte heeft weinig bewoners na 1967, toch is het IsraŽl niet gelukt die te ďintegrerenĒ. Er is veel geweldloos verzet tegen de bezetting, er zijn demonstraties, er worden eigen opleidingen georganiseerd en eigen organisaties opgericht. Dat lijkt voor de hand liggend, maar de Joodse tegenwerking is geraffineerd, altijd indirect. Bijvoorbeeld, als in een huis cursussen worden gegeven dan krijgt na enige tijd de huiseigenaar een forse belastingaanslag en boete omdat hij inkomsten zou hebben verzwegen. Een speciaal probleem is het onderwijs. Eigen leraren worden overgeplaatst naar IsraŽl en hier worden ďaangepasteĒ Druzen uit IsraŽl als leerkracht aangesteld. Zo zijn er ook speciale leerboekjes voor Druzen ontwikkeld, maar wie kan ons uitleggen dat er boekjes nodig zijn als ďwiskunde voor DruzenĒ of ďEngels voor DruzenĒ, zijn Druzen zo anders dat ze een andere wiskunde nodig hebben dan de Joden? Om de effecten van dat onderwijs tegen te gaan worden er eigen boekjes gemaakt en cursussen gegeven. De Druzen op de Golanhoogte voelen zich verbonden met SyriŽ al weten ze drommels goed dat ook daar niet alles koek en ei is, maar liever als gelijke in een minder democratisch land dan als mindere onder een bezettingsmacht. Ook de burgemeesters zijn door IsraŽl aangesteld, we beschouwen hen als collaborateurs. Met burgemeesters en leerkrachten die aan de verkeerde kant staan is het hooghouden van de eigen identiteit een groot probleem. We zijn als Golan-Druzen in alle opzichten ďandersĒ, zo heeft de premier een speciaal bureau voor de Golanhoogte, het hoofd daarvan is een veiligheidsofficier, we hebben dus een soort gouverneur. Alles is ďapartĒ geregeld, zo betalen we de elektrarekening niet aan het elektriciteitsbedrijf maar aan de burgemeester. De vrede die IsraŽl wil is de vrede van overwinning en van macht, niet van gelijkheid en democratie. In IsraŽl zal een Druus altijd in de eerste plaats een Druus zijn terwijl we in SyriŽ gewoon een SyriŽr zijn.  

Bezetting en Democratie kunnen gewoon niet samengaan. Gelukkig is er wat aan het veranderen in de verhouding tussen IsraŽl en SyriŽ. Zo is er recent weer telefooncontact mogelijk en is het schreeuwen met megafoons over het niemandsland niet meer zo nodig.

Op onze verdere tocht rijden we langs de Libanesche grens, het is inmiddels regenachtig weer geworden en daarom is ons uitzicht op de berg Nimrod niet zo goed. We komen bij een dorpje dat, ondanks het feit dat de bewoners wel voor de IsraŽlische identiteit kozen, als het ware een gevangenis is. Het dorp ligt op de grens tussen Libanon en IsraŽl, al weet niemand dat echt zeker. De plaats van de grens is al onder de Brits-Franse tijd een discussiepunt en ook de VN kon de vraag niet beantwoorden waar nu precies de grens ligt. Nu zijn de bewoners van Rajar de gevangene van die vraag. Men gaat er van uit dat de grens midden door het dorp loopt. Aan de Libanesche kant zwaait de Hesbollah de scepter en die hanteert het principe van de open grens. IsraŽl wil daarentegen, zeker met de Hesbollah aan de andere kant, toezicht houden op het grensverkeer en heeft als oplossing gekozen het dorp op ďniemandslandĒ te plaatsen. Er loopt een fors hek om het hele dorp, van hetzelfde type als langs de hele Libanesche grens, en wij mogen als bezoekers het dorp niet in. Een jaar geleden werden hier door de Hesbollah 3 IsraŽlische soldaten ontvoerd, juist een dezer dagen werden ze door de overheid dood verklaard. Er zou dus alle reden zijn voor een wat nerveuze opstelling van de soldaten, maar waar dat elders nauwelijks lukte kunnen we juist hier tamelijk open met de militairen praten.

De Golanhoogte is voor IsraŽl een belangrijk waterwingebied. Daarvan profiteren in de eerste plaats de Joodse settlers. De Palestijnen hebben eigen watertanks geÔnstalleerd om regenwater in op te vangen en worden nu met belastingaanslagen op dat water geconfronteerd. ďAls ze zouden kunnen krijgen we straks nog belastingaanslagen voor de lucht die we inademenĒ zegt een van de mensen die ik spreek. Volgens het AAD krijgt elke settler 700 m3 water per dunnam per jaar, tegen de 70 ŗ 100 m3 die de Syrische inwoners van de Golanhoogte krijgen.

De terugweg gaat door Quiryat Shemona (ďstad achtĒ, omdat er bij de vestiging van die stad acht doden vielen). Het is een stad van Marokkaanse Joden, die toen zij zich in IsraŽl vestigden mochten dienen als schild in het gevaarlijke noorden. Nu de bezetting van Libanon is opgeheven komen er geen beschietingen uit Libanon meer voor. Zou dat ook voor de Westbank en Gaza kunnen gaan gelden?

De terugweg in het donker door de Jordaan vallei geeft ineens een heel ander beeld van de overkant van de Jordaan. Op de heen weg zagen we alleen de bergen en de hellingen daarvan, het zicht was niet erg helder. Nu zien we een groot contrast tussen de Oost kant en de Westkant. Over vrijwel het gehele traject zien we aan de overkant licht, van huizen en van dorpen. De tegenstelling met de donker westkant is wel erg groot. Of het toeval is weet ik niet, maar feit is dat we achter een soort colonne rijden, met voor ons een militaire jeep die naar beide zijden van de weg met schijnwerpers naar onraad speurt. 

Intermezzo, 19-30 november 

In verband met een aantal vergaderingen van de YMCA in Nederland onderbreek ik mijn verblijf in Palestina. Helaas levert me dat enkele dagen verkoudheid op.

De terugreis gaat bepaald niet voorspoedig. Om te beginnen staat op mijn ticket 5,40u. als vertrektijd, ik kom tamelijk vroeg op het vliegveld, om 1 uur sĎnachts om te constateren dat mijn vliegtuig juist vertrekt! Het vluchtschema is al een maand geleden gewijzigd maar niemand heeft er aan gedacht mij dat mee te delen, zelfs niet het reisbureau waar ik twee weken eerder nog langs ging voor alle zekerheid. Ik had die dag de KLM nog gebeld maar kreeg geen gehoor, zaterdag dicht. De KLM maakte meteen een nieuwe reservering bij El-Al, 3 uur later dan ik dacht te vetrekken kon ik dat inderdaad doen. Ruim de tijd dus voor de veiligheidsdienst van het vliegveld om mij grondig onderhanden te nemen. Ik word achtereenvolgens door 5 mensen ondervraagd en mijn bagage wordt grondig onderzocht. Ik ben dan ook een groot risico, immers ik was o.a. in de Gazastrook, op de Westbank en op de Golanhoogte, kwam in een Palestijnse taxi op het vliegveld aan en heb een niet werkende computer bij me. Die computer mocht niet mee! Twee dagen later zou ik die nagestuurd krijgen, en inderdaad gebeurde dat.

Op 28 november kom ik terug in Bethlehem, geheel genezen van mijn verkoudheid krijg ik nu met een andere kwaal te maken: overgeven, buikpijn, hoofdpijn en veel slaap. Het is nu 1 december en ik ben net weer wat op de been.

Periode 1-14 December

Er komt wat routine in mijn verblijf hier. Al ontwikkelt de situatie hier zich bepaald niet in positieve richting, het ene na het andere geweldsincident haalt het nieuws, toch is het hier in de agglomeratie van Bethlehem tamelijk rustig. Het valt wel op dat het internationale nieuws vooral op de zelfmoord aanslagen is gericht en dat de daaraan ten grondslag liggende bezetting nauwelijks aandacht krijgt. Het zet hier veel kwaad bloed dat De USA - en de EU lijkt die te volgen Ė IsraŽl zoín beetje carte blanche geeft in wat eenvoudigweg de ďstrijd tegen terrorismeĒ wordt genoemd. In het algemeen veroordelen de Palestijnen de zelfmoord aanslagen ook, maar toch op een andere mannier. Zo was een van de zelfmoord aanslagen gepleegd door iemand die een maand eerder zijn broer was verloren in een schietpartij bij een wegversperring. De wanhoopsdaad was voor deze man een persoonlijke wraakactie. Andere vormen van verzet zijn vrijwel onmogelijk. Met andere woorden, bij de Palestijnen is er toch wat begrip voor de zelfmoordacties, al wordt er tegelijk bij gezegd dat het hun zaak geen goed doet, dat geweld geen oplossing is. Maar de grote frustratie is dat alleen Palestijns geweld veroordeeld wordt en het al zoveel jaren durende IsraŽlische geweld niet veroordeeld wordt, de schending van mensenrechten, de vernederingen bij de wegversperringen, de politieke moorden, en noem maar op, het gaat maar door! De schietpartijen in de Gazastrook zijn uiteindelijk zo ernstig dat Janny Beekman en Hans van der Kerke naar Jeruzalem gaan. Ze zitten daar te dicht op het vuur en hebben er inmiddels erg veel meegemaakt.
    We hadden als UCP graag rond Sinterklaas een ludieke actie gedaan, met Louis als Sinterklaas bij een checkpoint. Maar elke keer als het zover was belette een recente gruwelijke geweldsactie ons in de uitvoering. Uiteindelijk hebben we het speciaal gemaakte Sinterklaaspak alleen gebruikt in een Sinterklaasviering met het personeel van de YWCA.
   Bij de YMCA heb ik me bezig gehouden met factsheets en discussies over een advocacy project van de YMCA samen met de YWCA. Niet iets om in dit verslag nader op in te gaan.

Burgemeester Beit Sahour, 14 December  

Vandaag krijg ik weer een gelegenheid voor een gesprek met de burgermeester van Beit Sahour, Fuhad Kokaly, een ex-staflid van de YMCA. Ook Issa Qumseh doet mee aan het gesprek.
    Ik vraag hoe zij de toekomst zien, is de situatie niet hopeloos. Arafat buiten spel gezet, wie kan er nog voor hen opkomen? Maar het antwoord is bijna optimistisch. Natuurlijk is er hoop, al is het maar om te overleven en omdat we overleven. Ons leven, het bestaan van ons volk is de basis van onze hoop. We zijn hier nog, in ons eigen land. En ons krijgen ze niet weg. IsraŽl denkt te vechten tegen Arafat, maar het is het gehele Palestijnse volk waartegen ze strijden. We zullen eens het eind van de bezetting meemaken. Nog nooit heeft een bezetting eeuwenlang geduurd. En eens zal IsraŽl tot de conclusie komen dat het eind van de bezetting ook de eigen veiligheid dient. Het is onbegrijpelijk dat de USA en Europa de bezetting rechtvaardigen en IsraŽl niet tot rede brengen.
    In tegenstelling tot wat ik elders hoor zeggen mijn gesprekspartners dat het hier wel degelijk om een religieuze oorlog gaat. Kijk naar de fundamenten van de staat IsraŽl, met de landsbelofte, het JudaÔsme, de interne discriminatie in IsraŽl, de positie van de fundamentalistische religieuze leiders, de huwelijkswetgeving. Het fundamentalisme in dit gebied is er door de joden gebracht. Is het gek dat daar een fundamentalistische reactie op komt? IsraŽl houdt t.o.v. het westen de schijn op van democratie en secularisme, maar het is een faÁade. 
   Na de recente zelfmoordaanslagen is IsraŽl met zwaar geweld opgetreden in Gaza, Ramallah en diverse ander plaatsen in Palestina, waarom dit keer niet in de Bethlehem regio is mijn vraag. Het antwoord kunnen zij natuurlijk slechts vermoeden, vooral ook omdat het IsraŽlisch optreden vaak onvoorspelbaar en onlogisch is. Ze vermoeden dat het is vanwege de kersttijd. Bethlehem ligt dan gevoelig in het westen. Zelfs toen er onlangs werd geschoten op Gilo, ondanks de orders om dat niet te doen, werd er geen tegenvuur gegeven. In het algemeen hebben de gunmen zich goed aan de orders gehouden, althans in de Westbank, in Gaza lukt dat minder, de armoede en de onderdrukking zijn daar dan ook nog erger dan hier. Arafat krijgt de schuld van de zelfmoordacties, maar die komen voort uit kleine cellen van zelforganisatie, die niet onder controle van de PNA staan en ook niet onder controle te krijgen zijn omdat ze uit grote frustratie voortkomen. En ineens wordt er gelachen omdat het grote voorbeeld van een zelfmoordactie uit IsraŽl zelf komt: Simson, het oudst bekende voorbeeld van verzet met zelfmoord! En natuurlijk het voorbeeld van de Joodse arts Goldstein met zijn zelfmoordactie in de moskee van Hebron: 34 doden, ruim 50 gewonden. En wat is er daarna gebeurd: avondklok voor de Palestijnen, niet voor de Joden, wegversperringen en checkpoints voor de Palestijnen, niet voor de Joodse kolonisten.
    Het ziet er naar uit dat Shaíaron Arafat buiten spel zet en opnieuw Hamas en Jihad als tegenpartij wil, omdat die extremer zijn en hij dus harder kan toeslaan, meer rechtvaardiging heeft voor zijn gewelddadig optreden. Zo kan hij nieuwe voldongen feiten creŽren, meer en grotere settlements in bezet gebied, meer eigen wegen, verdere inperking van de bewegingsvrijheid van de Palestijnen. Weer komt de religie ter sprake: IsraŽl heeft het grote offer gebracht in de holocaust en zal nu de dank oogsten, het beloofde land terug krijgen. Het offer was zo groot dat er nu de grote afrekening komt. De heilige plaatsen van de Joden liggen vooral op de Westbank, daarom hoort dat bij het heilige land. Ook links, progressief IsraŽl wil die Joodse staat. Maar de rekening van de holocaust, van het Europees antisemitisme kan toch niet aan ons Palestijnen worden voorgelegd? Wij willen samenleven, in een seculiere staat, ook met de Joden, de geschiedenis laat zien dat dat mogelijk is. Het was mogelijk, waarom dan nu niet? Maar de Joden willen hun eigen Ghetto.
    Het is nu de kersttijd en daarom is, ondanks het IsraŽlische geweld in Gaza en de rest van de Westbank, het nu hier rustig. Maar ook hier gaat IsraŽl gewoon zijn gang. Nog deze week werd er weer door IsraŽlisch bulldozers landbouwgrond in dez gemeente platgewalst, zonder zelfs maar te waarschuwen. Als burgermeester sta ik machteloos. Er wordt hier nu niet geschoten. Maar lees dat niet als goed nieuws uit Bethlehem, dat was 2000 jaar geleden. Het wordt tijd dat er goed nieuws naar Bethlehem komt, uit Europa. Europa heeft een verantwoordelijkheid voor de situatie hier. Laat er in vredesnaam goed nieuws uit Europa komen, voor de Palestijnen en de IsraŽliís!

Checkpoint Bethlehem op eerste kerstdag geblokkeerd.

Jaarlijks is er op eerste Kerstdag een fakkeltocht in Beit Sahour, de voorstad ten oosten van Bethlehem, waar de herders 2000 jaar geleden het goede nieuws hoorden. Dit jaar zijn daar veel internationale gasten bij, deelnemers aan een internationaal initiatief voor vrede in Palestina, die hun kerstvakantie op een alternatieve wijze besteden. Na de gebruikelijke fakkeltocht gaan veel deelnemers naar Bethlehem voor een demonstratieve tocht naar het gehate checkpoint bij Bethlehem. Deze tocht begint bij het verwoeste Paradise hotel, dat in oktober tijdens de bezetting van Bethlehem als basis van het IsraŽlische leger werd gebruikt en er nu uitgebrand bijstaat. Vandaar gaat de mars, opnieuw met fakkels, naar het checkpoint. De organisatoren eisen geweldloosheid van de deelnemers en vragen de aanwezige buitenlanders om voorop en langszij te lopen om zo de Palestijnen te beschermen voor rechtstreekse confrontatie met IsraŽlische militairen.

Voor hen die de situatie niet kennen is het goed te vermelden dat Palestina verdeeld is in A, B en C-zones. Oost Jeruzalem is door de IsraŽlische bezetter fors uitgebreid, de grenzen zijn eenzijdig gewijzigd en veel nederzettingen op bezet gebied worden nu buitenwijken van Jeruzalem genoemd. De A-zones staan volledig onder controle van de Palestijnse Autoriteit, de B-zones staan voor civiele zaken onder Palestijnse controle maar voor de veiligheid onder controle van het IsraŽlische leger, de C-zones staan volledig onder het bewind van de bezettende macht, datzelfde geldt voor Oost-Jeruzalem. Daardoor is het Palestijnse volk verdeeld in vier categorieŽn Ė de Gaza-strook even buiten beschouwing gelaten Ė mensen met een pasje voor Jeruzalem en mensen met pasjes voor A, B of C-zone. De mensen die in de A-zones wonen, en Bethlehem hoort daarbij, mogen niet naar de C-zones, en niet naar Jeruzalem. Het checkpoint bij Bethlehem is de plek om die personen tegen te houden. Overigens, er zijn vele manieren om clandestien Jeruzalem binnen te komen, ik heb verscheidene daarvan zelf uitgeprobeerd. Ik kan me overigens als ďinternationalĒ vrijelijk bewegen van de ene zone naar de andere, al moet ik wel bij een checkpoint vaak te voet gaan en van taxi wisselen, ook is het me niet toegestaan de tempelberg op te komen.

De demonstratie vertrekt rond 18.00 h en komt een half uur later bij het checkpoint aan. Er worden spandoeken meegevoerd met teksten als ďVrij PalestinaĒ, ďGeef ons onze vrijheidĒ en ďJeruzalem is ook voor Palestijnen heiligĒ. Het verzoek om vrije doorgang wordt echter afgewezen en al snel staat er voor de demonstratie een rij soldaten. Er wordt nog geprobeerd langs de andere rijbaan door te lopen maar een twintigtal meter verder wordt een nieuwe militaire linie gevormd die voortgaan verhindert. Een aantal soldaten begint de demonstranten terug te dringen, sommige zelfs tamelijk agressief, maar de roep om geweldloosheid heeft effect. Niettemin kan de mars niet verder en daarom wordt besloten tot een zit-aktie. Het checkpoint wordt geblokkeerd door de zittende demonstranten. Het aantal demonstranten is rond de 1000, al gaan veel mensen, vooral vrouwen, terug omdat de situatie wat dreigend wordt. Een van de jongere demonstranten wordt kwaad, maar kan door andere demonstranten tot kalmte bewogen worden. Inmiddels neemt het aantal soldaten toe, verschijnen steeds meer militaire voortuigen, waaronder pantserwagens, die op de straat worden opgesteld. Op een gegeven moment, het is inmiddels ongeveer half acht, verschijnt een militair met een document dat aan de leiders van de demonstratie wordt getoond: het gebied wordt tot militaire zone verklaard. Met onmiddellijke ingang is ook het maken van fotoís en films verboden en een soldaat tracht meteen de camera van ťťn van de aanwezige persmensen in beslag te nemen hetgeen door de boze omstanders wordt verhinderd. Gezien de toenemende dreiging besluiten de organisatoren de demonstratie te laten terugkeren. Per megafoon wordt door de demonstratieleider in drie talen meegedeeld dat alleen ďinternationalsĒ door het checkpoint mochten en Palestijnen niet, dat de militairen zich op geweld aan het voorbereiden zijn en dat daarom wordt besloten samen terug te gaan, om geweld te voorkomen.

Zo eindigt de demonstratie geweldloos. Voor de aanwezige pers en de buitenlandse bezoekers wordt weer eens duidelijk dat de Palestijnen zich in eigen land niet vrij kunnen bewegen, en dat een geweldloze demonstratie zonder de discipline van de demonstranten gemakkelijk een gewelddadige afloop kan krijgen gezien het optreden van de IsraŽlische militairen. Dergelijke demonstraties worden dan ook zelden gehouden, de Palestijnen durven het zonder aanwezigheid van buitenlanders niet aan. Het is volgens de organisatoren dankzij de presentie van ďinternationalsĒ dat deze demonstratie zonder geweld is afgelopen.

Maandag 31 december, Checkpoint Bethlehem weer geblokkeerd.

De grote actie om vanuit Bethlehem naar Jeruzalem te gaan is uiteindelijk gepland voor oudejaarsdag. Rond de kerstdagen, het oorspronkelijke plan, zijn er al te veel activiteiten, en het was de organisatoren bekend dat er rond de jaarwisseling veel buitenlandse solidariteitsgroepen, o.a. uit ItaliŽ, Frankrijk, BelgiŽ en Canada, aanwezig zouden zijn. De bedoeling is om vanuit Bethlehem naar Jeruzalem te gaan, voor een gebedsdienst in de St. Anna-kerk en in de El-Aqsa moskee. We vertrekken van het zogenaamde Nissan-plein in Bethlehem. Uitvoerig worden de deelnemers geÔnformeerd over het geweldloze karakter van de mars en wordt uitgelegd dat de internationals als het ware rondom de Palestijnen moeten lopen, dus voorop, langs de zijkanten en in de achterhoede. Het is een fleurige tocht met gekleurde petjes, ballonnen, spandoeken en olijftakken. Al voor we de weg met het checkpoint bereiken is er, bij de omweg rond Rachels graf, de eerste IsraŽlische blokkade. De weg is afgezet door een rij soldaten en twee militaire voertuigen. Op het verzoek om doorgang is, na enige wachttijd, het antwoord dat er dertig mensen doormogen, een antwoord dat wordt afgewezen. Na een uur wachten mogen we door naar het echte checkpoint, maar daar mag de mars niet verder. De in Jeruzalem geplande gebedsdienst wordt dan ook maar op straat gehouden, voor de rij soldaten die ons tegenhouden. Alle kerkleiders en een moslimleider doen mee aan deze openlucht dienst. Met name de preek van de Anglicaanse Bisschop (voorzitter van de East Jerusalem YMCA) spreekt me aan, ik hoop dat ik de tekst nog op papier of per email te pakken kan krijgen. Er is veel media belangstelling, radio, TV en schrijvende pers. Hopelijk komt er ook wat nieuws over in Nederland terecht, Cordaid heeft namelijk financiŽle steun gegeven voor dit vredesinitiatief. Na de dienst wordt gevraagd om terug te gaan naar Bethlehem, hetgeen na enige aarzeling gebeurt. Voor velen was het een teleurstelling dat de tocht niet voortgezet kon worden richting Jeruzalem, maar de organisatoren verzekeren dat er toch sprake is van een geslaagde actie, geweldloos en veel media attentie. Ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat het IsraŽlische leger zo volhardend is in een blokkade die werkelijk niets met de veiligheid van IsraŽl te maken heeft, die de godsdienstvrijheid fundamenteel aantast en die politiek IsraŽl te schande zet. De minachting voor andere dan de Joodse godsdienst, voor de leiders van kerk en moskee vind ik schandalig. Jonge soldaatjes staan gerespecteerde kerkleiders in de weg alsof het de gewoonste zaak ter wereld is. 
Opvallend vond ik het verschil in gedrag van individuele soldaten. Er waren er die glimlachend de olijftakken die hen werden aangeboden aannamen en die vriendelijk lachten toen ik ze een goed nieuwjaar zonder bezetting wenste. Anderen waren ronduit bokkig, verhinderden mensen fotoís te maken, speelden stommetje als ze werden aangesproken. Kennelijk is er geen uniforme gedragslijn. Bij de blokkade hielden sommige soldaten elkaar bij de hand, terwijl aan de andere kant van de weg een veel meer ontspannende houding werd aangenomen. Hoe het ook zij, weer is aangetoond hoe de bezetting werkt en mensen verhinderd om te gaan waar ze willen.

Nieuwjaarsdag

Met Janny Beekman en een Canadese Jood, woonachtig in Praag, Joshua Budd, gaan we op de toeristische toer. Joshua gaat nu al een paar jaar rond kerst naar IsraŽl om te demonstreren tegen de bezetting. We hebben hem gisteren ontmoet in de demonstratie. Hij is sinds zijn jeugd niet bij de Dode Zee geweest en gaat gretig in op ons voorstel om de kosten van een taxi te delen. We gaan naar het klooster in Wadi Qelt, Qumran, Masada en we zullen natuurlijk ook even het water van de Dode zee in moeten.

Qumran
Qumran is bekend vanwege de vondst van de Dode Zee rollen. Bij Qumran zijn volop opgravingen aan de gang. We kunnen daarbij als toeschouwers aanwezig zijn. Joshua, als Jood, maakt ons er op attent dat wat hier gebeurd volgens de internationale verdragen niet mag: de vondsten gaan naar West Jeruzalem en dus het bezet gebied uit.

Masada
Masada is bekend van de laatste fase van de Joodse strijd tegen de Romeinen, vanwege het zelfmoorddrama: "liever dood dan onvrij onder Romeins bewind". Ik heb Palestijne horen zeggen dat de IsraŽli's niet verbaasd moeten zijn over zelfmoordaanslagen, de Joodse geschiedenis heeft de voorbeelden gegeven: Simson, Masad en dr. Goldstein in Hebron, 1994. Het Masada-voorbeeld gaat dan wat mank, immers dat was zelfdoding zonder slachtoffers bij de tegenpartij. Hoe dan ook, Masada is nu een soort "bedevaartsoord" voor IsraŽli's. Tot voor kort werden IsraŽlische officieren daar beŽdigd. Onze Joodse medereiziger ergert zich gruwelijk aan de verering van de Masada geschiedenis, hij spreekt van mythevorming en wijst erop dat zelfdoding op geen enkele manier in de Joodse religie te verdedigen is. We zien het een en ander van de blootgelegde geschiedenis en de restauraties geven een goed beeld van wat daar in het verleden is gebeurd.

We eindigen de dag met een poging om te zwemmen in de Dode Zee. Een aparte ervaring, maar niet echt fijn. Zwemmen is lastig in dat zware water, het zout prikkelt in de ogen en na afloop voel je een plakkerige huid om je heen.

Yad VaShem
We gaan naar het museum waarin de gebeurtenissen van voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog in herinnering worden geroepen. Er is behalve historisch materiaal ook veel kunst te zien dat op de holocaust is gericht. Eerlijk gezegd valt het indrukwekkende museum mij wat tegen. Dat komt wellicht door het feit dat ik na Westerbork en musea bij voormalige concentratiekampen in Duitsland en Oostenrijk verwacht had hier nog meer te zien, maar dat is eigenlijk een dwaze verwachting. Wat mij echter het meest stoot is de rondleiding van een Joods geestelijk leider die uitvoerig stil staat bij een foto van een ontmoeting tussen Hitler en de Moefti van Jeruzalem met de opmerking dat daaruit maar weer blijkt dat de Palestijnen niet te vertrouwen zijn. Zijn geselschap van Amerikaanse Joodse toeristen beaamt zijn stelling. Ik heb me ingehouden, maar stond op het punt te melden dat er ook dergelijk foto's zijn van bekende Nederlanders en dat ik op basis van zo'n foto geen oordeel wens over alle Nederlanders.
Op het terrein staan veel bomen met naambordjes erbij, ook veel Nederlandse namen. 
Terug nemen we een taxi, de chauffeur is een gids die zich ernstig beklaagd over het gebrek aan toeristen.

de laatste dagen
We doen het een en ander aan toerisme in West Jeruzalem, maar het blijft "waarnemen", je komt er niet los van. Het meest "los" kom je dan nog in het miniatuur Jeruzalem van rond het jaar nul, nagemaakt op een schaal vergelijkbaar met Madurodam. een goede uitleg met een draagbare geluidsdrager en koptelefoon brengt je terug in het Jeruzalem van 2000 jaar geleden.
We maken veel wandelingen, bezoeken de grote Synagoge, winkelcentra enz.
Daarbij doen we inzake veiligheid twee merkwaardige ervaringen op. We worden, als we een restaurant in gaan, uitvoerig gecontroleerd. Eenmaal binnen zie ik ineens bij het tafeltje naast me een gast met een pistool op zijn heup. Met zijn keppeltje op mag hij kennelijk wel bewapend binnen, niet dat ik dat graag ook gewild zou hebben, maar mijn gevoel voor veiligheid wordt door dit soort zaken niet erg gesterkt. Hetzelfde ervaren we ook in de bussen die vanaf Jafastraat vertrekken. Er zijn daar nogal wat politieagenten om het publiek in de gaten te houden, het is namelijk de straat waar een aantal zelfmoordaanslagen heeft plaatsgevonden. In de bus gezeten zie ik bij een staande passagier naast me een pistool in een schouderholster. Op de Westbank had ik al vaker gewapende burgers gezien, kolonisten, maar zo in de stad, in West Jeruzalem, schrik ik daar toch wat van.

Ik zou nog kunnen schrijven over het Knights Hotel, de Roemeense gastarbeiders, de problemen bij de YMCA, enzovoort, maar het verslag moet een keer af, dus ik stop er nu maar mee.
Henk Zomer

HOME