De geschiedenis van de gemeenschap
begon in 1940 toen broeder Roger (Roger Schutz) in het plaatsje
Taizé in de omgeving van Cluny aankwam. Hij kocht er een huis waar
hij mensen opving die het oorlogsgeweld trachtten te ontvluchten,
voornamelijk Joden. In 1942 moest hij vluchten, maar reeds in 1944
keerde hij in Taizé terug. In de tussentijd hadden de eerste
broeders zich bij hem aangesloten, waarmee de oecumenische
gemeenschap was geboren.
In de jaren na de oorlog bezochten de broeders geregeld gevangenen
uit een nabijgelegen krijgsgevangenenkamp, die ze ook in de zondagse
diensten mochten ontvangen. Ze namen weeskinderen op. Sinds 1949
wijden de broeders zich aan een leven in celibaat, gemeenschapsleven
en grote eenvoud. Op paaszondag 17 april 1949 legden de eerste zeven
broeders daarover geloften af. Anno 2007 waren er ruim 100 broeders
in de communiteit.
Vanaf het begin trokken veel theologen naar Taizé om kennis te maken
met deze oecumenische kloostergemeenschap. Vanaf het eind van de
jaren vijftig kwamen steeds meer jongeren op bezoek in Taizé.
Op 16 augustus 2005 werd broeder Roger tijdens de dienst
neergestoken door een verwarde Roemeense vrouw. Hij overleed aan
zijn verwondingen. Broeder Alois, die door broeder Roger tot zijn
opvolger was benoemd, heeft zijn plaats ingenomen. Op 14 mei 2006
ontving de gemeenschap in Middelburg één van de prestigieuze Four
Freedoms Awards (vrijheid van godsdienst). De prijs werd door
broeder Alois persoonlijk in ontvangst genomen.
De gemeenschap heeft inmiddels broeders uitgezonden naar een aantal
ontwikkelingslanden, waaronder Bangladesh.