49652 = 49556 Cornelis Andriesz van SCHUYLEN.
49653 = 49557 Aechte JACOBS.
49654 = 49558 Adriaen CRIJNSE.
49656 = 49464 Jacob BOONMAN.
49657 = 49465 Maria BROUWER.
49658 = 49466 Cornelis GILLISSEN.
49659 = 49467 Petronella Arbouts JANSSENS.
49776 = 49464 Jacob BOONMAN.
49777 = 49465 Maria BROUWER.
49778 = 49466 Cornelis GILLISSEN.
49779 = 49467 Petronella Arbouts JANSSENS.
Gandolff JANSZ.
Gehuwd met
Laureijs Anthonisz OSSEWAERDE (Lau Theune), overleden circa 1597 te Baarsdorp.
Gehuwd met
Catelijntje Cornelisse van SCHUYLEN, geboren
circa 1540, overleden
voor 1587 te
Baarsdorp, dochter van
Cornelis Andriesz van SCHUYLEN (zie
49556) en
Aechte JACOBS (zie
49557).
50772 = 49556 Cornelis Andriesz van SCHUYLEN.
50773 = 49557 Aechte JACOBS.
50774 = 49558 Adriaen CRIJNSE.
50776 = 49464 Jacob BOONMAN.
50777 = 49465 Maria BROUWER.
50778 = 49466 Cornelis GILLISSEN.
50779 = 49467 Petronella Arbouts JANSSENS.
50964 = 49556 Cornelis Andriesz van SCHUYLEN.
50965 = 49557 Aechte JACOBS.
50966 = 49558 Adriaen CRIJNSE.
50968 = 49464 Jacob BOONMAN.
50969 = 49465 Maria BROUWER.
50970 = 49466 Cornelis GILLISSEN.
50971 = 49467 Petronella Arbouts JANSSENS.
50976 = 49568 Jan Cornelisz van HOVE.
50977 = 49569 Balduinken ADRIAENS.
50978 = 49570 Jan Jansz van SCHULE ((Geseyt:) Backers).
50979 = 49571 Mayken Adriaan DANCKERTS.
51060 = 49556 Cornelis Andriesz van SCHUYLEN.
51061 = 49557 Aechte JACOBS.
51062 = 49558 Adriaen CRIJNSE.
51064 = 49464 Jacob BOONMAN.
51065 = 49465 Maria BROUWER.
51066 = 49466 Cornelis GILLISSEN.
51067 = 49467 Petronella Arbouts JANSSENS.
Poppe MATTHEUSSE, overleden
voor 1597.
Generatie XVII
Roelof Arends WANINGE, geboren
circa 1395, zoon van
Arend WANINGE (zie
135168) en
Grete van HAEREN (zie
135169).
Gehuwd met
Melbrech NN.
Frederick, geboren
circa 1420.
Willem PADDINGE (Willem Padekens), geboren
voor 1410, zoon van
Rolof PADEKENS (zie
135176).
Abel Eppens tho EQUART, geboren
circa 1485 te
Bolhuis, Eekwerd, zoon van
Eppo tho EQUART (zie
143360) en
N. N. (zie
143361).
Gehuwd (1)
voor 1510 met
onbekende vrouw, overleden
voor 1513.
Gehuwd (2)
circa 1513 te
Eekwerd met
Alith WERUMEÜS (Alith van Wierum) (zie
71681).
Alith WERUMEÜS (Alith van Wierum), dochter van
Hinric Lamberts van WIERUM (zie
143362) en
onbekende VROUW (zie
143363).
Sicco TAMMEN,
eigenerfde Bauckemaheer te Zeerijp, kerkvoogd.
Hij wordt in 1535 voormond van de kinderen van Focko Ebkens met voorbijgaan vann Uffke ten Damme, die oud en ziek is.`, zoon van
Tamme SICKENS (zie
143364).
Gehuwd met
Bauwe POPKENS tho MERUM, dochter van
Popko tho MERUM (zie
143366) en
Enneke (zie
143367).
Havick LOUWES,
eigenerfde landbouwer op Enselens, geboren
circa 1475 te
Ten Post, overleden, zoon van
Louwe HAVICKES (zie
143368) en
onbekende VROUW (zie
143369).
Gehuwd
voor 1506 met
Teteke ONNES, geboren
circa 1485 te
Enselens bij Loppersum, dochter van
Onno tho ENSELENS (zie
143370) en
onbekende VROUW (zie
143371).
Waalco Popco's ELAMA tho UYTHUYSEN (Waelcko Popkes), geboren
circa 1467 te
Uithuizen.
Hij werd geboren in huize "Elemaheerd". Overleden op
12‑05‑1541 te
Uithuizen, begraven te
Uithuizen.
Hij is in de kerk begraven naast zijn eigen bank. Hij was eigenerfde landbouer op Elamaweerd tho Uithuizen (te westen van Uithuizen). Zoon van
Popco Abels ELAMA tho UYTHUYSEN (Popco Ellema) (zie
143372) en
Froucke Focken van den DAMM (Vroucke ten Damm of van den Dam) (zie
143373).
Gehuwd op
24‑06‑1497 te
Uithuizen met
Tjalda bij de DIJCK (Tyalda), geboren
circa 1475 te
Loppersum, overleden op
19‑06‑1558 te
Loppersum, begraven te
Uithuizen.
Tjalde is begraven in de kerk te Uithuizen "bij haar zalige man Waelcke Elama neffens haar bank". De naam Tyalda/Tjalde is afgeleid van "Thiatildis" en betekent "Strijdster voor haar volk".
1.

Reneco ELAMA
Reneco Waelckes ELAMA (Renico Waelckos),
Eigenerfde op "Elamaheerd", geboren op
02‑02‑1510 te
Uithuizen, overleden op
01‑06‑1583 te
Wolthusen, oost-Friesland op 73-jarige leeftijd, begraven te
Emden.
Hij stierf in ballingschap en werd in de Gasthuiskerk te Emden begraven, naast de preekstoel. Renico komt met verschillende namen voor: Rintko, Ringe of Remko. Hijwas eigenerfde op Elamaheerd en gedeputeerde der Ommelanden. Hijoverleed in ballingschap. Renico was de schrijver van de familiekroniek Elama, Memoria, die begint in hetjaar 1596. De oudste gegevens zal hij waarschijnlijk van zijn moeder hebben gehoord die in 1588 overleed, hij was zelf toen al 48 jaren oud.De kroniek is later voortgezet door zijn zoon Sirp en diens tweede vrouw Hillegunde Swalue en vervolgens door Duurt Elama en Reneke Busch.
Renico was één van de eersten in de Groninger Ommelanden die overging tot het Protestantse geloof. Zijn oudste zoon Popco studeerde aan de universiteit van Geneve. Zijn derde zoon, Waalcko, overleed in Geneve en heeft daar vermoedelijk ook gestudeerd. Het kontakt met deze plaats zal wellicht hebben bijgedragen tot de religieuze veranderingen in het leven van Renico, die geboren is in een tijd dat er van een Reformatie nog niets bekend was.
In 1542 was hij volmacht van Uithuizen inzake het Redgerrecht, vallende op "Albrundahuis" aldaar en in 1563 volmacht van Aduarder Zijlen. Hij leefde in een veelbewogen tijd en had ook daardoor zelf een veelbewogen leven. Tijdens zijn leven brak in 1568 de 80-jarige vrijheidsoorlog tegen Spanje uit en maakte hij persoonlijk de voorbereidingen tot de Reformatie mee. Waren zijn voorouders Rooms Katholiek, hij leefde op de grens van twee tijdperken. Begrijpelijkerwijs was hij een groot tegenstander van Rennenberg, de stadhouder van Groningen. In 158O bracht Rennenberg de stad Groningen aan Spaanse zijde. Tijdens het jaar daarna werd Cornelis Kempis, een handlanger van Rennenberg, te Appingedam gevangen genomen en naar Winsum gevoerd, vermoedelijk op bevel van Renico Elama. Als tegenmaatregel bedreigde Rennenberg verschillende vooraanstaande personen in de Ommelanden met vervolging. Renico Elama was één van hen en hij vluchtte in allerijl naar Emden dat in die tijd "Der ballingen herberg" werd genoemd. Als gevolg daarvan werd Allersmaheerd op 27 april 1581 onaangenaam verrast door een bezoek van Rennenberg met een troep Spaanse soldaten. Anna Allersma, haar zoon Sirp en haar dochter Tjalde werden gevangen genomen en 5 weken lang op het slot te Middelstum opgesloten. De Elemaheerd te Uithuizen was door Kempis in beslag genomen, daarom hield Anna met haar kinderen waarschijnklijk verblijf bij haar broer Duurt op Allersmaheerd. Anna en de kinderen werden tenslotte tegen Kempis uitgewisseld en konden naar Allersmaheerd terugkeren. Vermoedelijk is Renico Elama daarbij tegenwoordig geweest. Zijn bezittingen, die van Abel Eppens in Eekwerd en nog anderen waren in beslag genomen en zij waren hun leven in de Ommelanden niet veilig. Maar het deel waar Reneko verbleef was door Wigbold van Ewsum, heer van Nienoord, weer aan de Spanjaarden ontrukt. Ewsum was door prins Willem van Oranje als stadhouder over de Ommelanden aangesteld. Via de Wadden- en Lauwerszee was hij het land binnen gedrongen en had Winsum en omstreken, waaronder Aduarderzijl,ingenomen. Vermoedelijk hebben de ballingen in Oost-Friesland zich bij hem aangesloten en Was Renico zodoende in de gelegenheid zijn vrouw te bezoeken.
Renico had met vele tegenspoeden te kampen; niet alleen moest hij op 71-jarige leeftijd zijn vaderland voor altijd verlaten, hij leed grote schade aan zijn vee, in 1540 brandde zijn huis af, in 1667 was er hierte lande een grote muizenplaag zodat er van het gezaaide weinig terecht kwam, in 1570 richtte de allerheiligenvloed grote schade aan.
(In de genealogie Elama vindt men op bl. 19 en verder de volledige kroniek van Renico en zijn opvolgers weergegeven. Vaak betreffen de aantekeningen data en namen van geboorte, huwelijk of overlijden. Voorzover van toepassing zijn die gegevens overgenomen en verwerkt. Daarom volgt hier niet een komplete weergave maar slechts een enkel fragment:
1557: acht daaghen na Meidagh golt een mudde rogge tot Groningen 16 Arents gulden ende een pond roggenbroot een Groninger stuiver; dat mudde garste op sommige plaatsen acht Arents guldens, op sommige 9 Arents guldens, volgen des Heeren hemelvaartsavont golt dat mudde rogge 20 Arents gulden, dat mudde garte 12 Arents gulden ende in West Vrieslandt heeft dat broot wegende 11 pond gegolden 9 stuiver Brabants volgens eerde afslach quam goldt tot Worcum en daar omtrent dat broot van 11 pond 28 Brabantsche stuiver des selven jaars voorschreven.
1570 Den 1 novembris sijnde allerheiligen des avonts omtrent 9 uiren verhieff sich de zee alhier over te loopen, alsoo starck, dat het soltewater aan mijn groepen stondt ende dat noch mijn achterdeur wilde inslaan, ende gantsch Groninger landt dijcken ende dammen ende stucken huisen ende menschen dreeven heen wech ende verdroncken overal; nergens was vrijheid dat niet beschadiget wierde; der verdronckenen wist men geen seeker getal, doch men seide 7000; jong ende olt; daar dreef een Jan Theens, was stom ende doof van Hornhuisen op een stuck van sijn huis her in Eemslandt in de kromme horne in een klooster, geheeten Bladhuis ende bracht schrifften weder, omdat hij daar sekerlijck geweest waar, sonst is niet al te beschrijven de schaden die daar sijn geschiedt, overall daar volgenden winter ende veel sneeuws, de lente was toonelijck. (Hier eindigt het handschrift van Renico, zijn zoon Sirp en zijn tweede vrouw hebben het schrijven in de kroniek van hem overgenomen).
Gehuwd (1)
circa 1532 met
Bijwe ITENS (Bywke), geboren
voor 1516, overleden op
11‑01‑1544 te
Uithuizen.
Zij stierf 5 dagen na de geboorte van haar dochter. Dochter van
Here Remkes ITENS en
Ye NN.
Gehuwd (2) op 34-jarige leeftijd op
25‑01‑1545 te
Uithuizen met

Anna ALLERSMA
Anna Sirps ALLERSMA, geboren
circa 1520 te
Ezinge.
Zij werd geboren op Allersmaheerd. Overleden op
12‑02‑1592 te
Uithuizen, begraven te
Uithuizen, dochter van
Sirp Duurts ALLERSMA,
landbouwer op Allersmaheerd te Ezinge, en
Tonnisje NN.
Aylcko Waelckos ELAMA, geboren
circa 1513.
Froucke Waelckos ELAMA (Vrouke), geboren
circa 1517 te
Elemaheert, overleden op
19‑06‑1558 te
Oldenzijl.
Bartolomeus (Bartel) WILLOUTS (Barthel), geboren
1515 te
Abbekinderen, Kloetinge, overleden
circa 1602.
In het rijksarchief Zeeland zijn diverse notariële stukken te vinden waarin Barthel Willoudsz genoemd wordt. Zo kunnen we het geboortejaar van hem vast stellen. Een van de stukken betreft een stuk grond waarop een hofstede stond die in de troebelen van 1572 verbrand werd. In 1593 vindt een onderzoek plaats naar het recht op uitrit naar Goes, waarbij de nieuwe eigenaar zich beroept op het recht dat aan de verbrande hoeve toekwam. Een van de getuigen is Barthel. In het document staat:
Op 8 mei 1600, Barthel Willouds, c. 85 jaar oud, geboren te Abbekinderen onder Kloetinge, lang gewoond hebbende te Kattendijke en nu inwoner van Goes. Hij had het stuk land en de boomgaard met de daarop staande hoeve goed gekend en wist dat daar Adriaen de Keijser gewoond had, die hij nog gekend had toen deze te Kloetinge "de papegaije afschoot". DDat later Adriaen Loudsz met diens weduwe getrouwd was en er was komen wonen. Vervolgens Wouther op de weije en Leijn Theune en tenslotte Christiaen Bastiaensz, die er tijdens het beleg van 1572, toen de hoeve afgebrand was, gewoond had. Hij wist dat er een uitrit geweest was die over het aan de noordkant gelegen cappellerieland gelopen had in de richting van Goes en uitgekomen was waar nu "thuijs genaemt den Voghelensangh staet" en waar eertijds een molen gestaan heeft. Zoon van
Willoudt BARTHELEMEUS (Barthelemeusz) (zie
197836) en
Margriete PIETERS (Pieterse) (zie
197837).
Gehuwd met
98919 = 49557 Aechte JACOBS.
Adriaen JANSZ.
Gehuwd met
99582 = 49556 Cornelis Andriesz van SCHUYLEN.
99583 = 49557 Aechte JACOBS.
101954 = 99138 Adriaen JANSZ.
101955 = 99139 Margriete NN.
Generatie XVIII
Arend WANINGE, geboren
circa 1375, zoon van
Rolof Arends WANINGE (Roelof) (zie
270336) en
NN NN (zie
270337).
Gehuwd met
Grete van HAEREN, geboren
circa 1378, dochter van
Johan van MENSINGHE van HAEREN (zie
270338) en
Jutte van den RUTENBERGE (zie
270339).
Rolof PADEKENS, geboren
voor 1370.
Eppo tho EQUART, geboren circa 1440, overleden circa 1496. Eppo is getrouwd geweest, doch de naam van zijn vrouw is onbekend. Uit hun huwelijk werd voor zover bekend één kind geboren.
Eppo Tho Equart bewoonde de edele heerd "Bolhuis" te Eekwerd. De buurtschap Eekwerd (voorheen Eekwert) ligt ten oosten van Wirdum rond de Eekwerderweg en de Bolhuislaan. In 1840 omvatte de buurtschap Eekwerd 8 huizen met 35 inwoners. De wierde waarnaar Eekwerd genoemd is, is bijna volledig afgegraven. Bij de wierde stond vroeger de boerderij (heerdstede) Bolhuis. Hiervan resteert nog het koetshuis en de tuinmanswoning.
Bron: Stamboom van der Noord (Gerrit van der Noord, Genealogie online).
Gehuwd met
N. N..
Abel Eppens, geboren
circa 1485 te
Bolhuis, Eekwerd (zie
71680).
Hinric Lamberts van WIERUM, zijlrichter, geboren circa 1450, overleden circa 1496.
Gehuwd met
Tamme SICKENS,
redger te 't Zandt.
Popko tho MERUM, zoon van
Anne tho MERUM (zie
286732) en
Bawe (zie
286733).
Gehuwd met
Louwe HAVICKES, geboren circa 1450, overleden 1481.
Gehuwd met
Onno tho ENSELENS.
Gehuwd met
onbekende VROUW.
Teteke ONNES, geboren
circa 1485 te
Enselens bij Loppersum (zie
71685).
Popco Abels ELAMA tho UYTHUYSEN (Popco Ellema),
eigenerfde op "Elamaheerd", overrechter, geboren
circa 1440 te
Elemaheerd, Uithuizen, overleden op
13‑10‑1476 te
Uithuizen.
Popco was eigenerfde landbouwer en overrechter. Zijn naam, de naam van zijn huis, wordt op diverse wijzen geschreven: Elama, Ellema, Elamaheerdt yho Uythuysen. Het familiewapen heeft vier gouden lelis op een blauw veld. Zoon van
Abel ELAMA (zie
286744).
Gehuwd
circa 1465 te
Uithuizen met
Froucke Focken van den DAMM (Vroucke ten Damm of van den Dam), geboren
circa 1440, overleden op
30‑10‑1496 te
Appingedam, dochter van
Focke Ewens ten DAMM (zie
286746).
Reneko Popkes (Ringe), geboren
circa 1470, overleden op
12‑05‑1541 te
Uithuizen.
Aylcko Popkes, geboren
circa 1470, overleden op
16‑03‑1497 te
Zandeweer.
Teteke Popkes (Teete), geboren
circa 1472.
Willoudt BARTHELEMEUS (Barthelemeusz), geboren circa 1483, overleden.
Gehuwd met
Margriete PIETERS (Pieterse).
Quirijn (Crijn) WILLOUTS, geboren
1521 te
Abbekinderen, Kloetinge, overleden
voor 1606.
In het rijksarchief Zeeland zijn diverse notariële stukken te vinden waarin Quirijn Willoudsz genoemd wordt. Zo kunnen we het geboortejaar van hem vast stellen. Een van de stukken betreft een stuk grond waarop een hofstede stond die in de troebelen van 1572 verbrand werd. In 1593 vindt een onderzoek plaats naar het recht op uitrit naar Goes, waarbij de nieuwe eigenaar zich beroept op het recht dat aan de verbrande hoeve toekwam. Getuigen zijn o.a. Quirijn en zijn broer Barthel. In het document staat:
Op 10 mei 1600, Quirijn Willoudsz, c. 79 jaar oud, geboren en gewoond hebbende te Abbekinderen en nu inwoner van Goes, heeft evenals de voorgaande personen het land, boomgaard en huis gekend en wist dat hierop Adriaen Jansz Verheulen gewoond had, die Adriaen de Keijser genoemd werd en een oom was van zijn eerste vrouw. Adriaen was getrouwd geweest met Mariken op de weije, waarbij hij een kind had. En dat na zijn overlijden Adriaen Loudsz met de weduwe getrouwd was en hij ook de hiervoor genoemde Wouther Leijns en Christiaen gekend had. Daarna vertelde hij dat hij eens met Adriaen Loudsz met een wagen van Blancxkinderen gereden was, woordelijk aldus: 'Eens metten voornoemden Adriaen Loudsz comende metten waeghen gereden van Blancxkinderen deur Abbekinderen, es hij deposant daer van den waeghen geghaen, segghende tot Adriaen: Nu meught ghjj achter tdorp van Cloetinghe omme rijden naer u huijs. Dan dat denzelven Adriaen daerop antwoordede: Ick en hebbe aldaer gheenen wegh, maer ic moet al ghaen rijden tot bijder Goes ende daer deur tlanghe weghelingh daer nu thuijs genaemt den Voghelensangh staet, naer mijn huijs rjjden, want ic anders gheen wegh en hebbe".
Gehuwd (1)
voor 1560 met
Crijnken CORNELIS HUGESDOCHTER, overleden
voor 1597.
Gehuwd (2)
voor 1590 met
Jacomijne MACHARIS, overleden
voor 1590.
Gehuwd (3) op
05‑04‑1598 met
Sara JOOSDOCHTER.
Marijcken WILLOUTS.
Gehuwd met
Ponze JANSZ.
Gheertruyt WILLOUTS, overleden
voor 1566 te
Kloetinge.
Gehuwd met
Wisse MATHEEUS, overleden
voor 1566 te
Kloetinge.
Generatie XIX
Rolof Arends WANINGE (Roelof),
Schout in Ruinen (1413-1426), geboren
circa 1350.
Huis en hofstee van Roelof Waninge stond in 1410 aan de Noorderstraat in Ruinen. In 1412 is er een ruiling geweest van hofstee Johan Ovinge en de Waninges. Roelof Waninge was schout in Ruinen van 1413 tot 1426. De Waninge is met de van Welvelde, Geuzinge en Lansinge een van de neventakken van de hoofdfamilietak Van Ruinen. Het wapen van de Waninges is van 16-08-1428. Het is een vijfpuntige ster in een zwart veld. Daaronder 3 zilveren rozen met gouden meeldraden in een blauw veld. Verklaring: een ster staat voor geluk of heil, ook wel het Maria symbool. Roos is jeugd, schoonheid of lieftalligheid. Een gouden roos staat voor roem. In 1363 was er in Pesse (Dr) het Landgoed Waninge. In 1412 bezit het landgoed Waninge het landgoed Entinge in Pesse. De landgoederen Olde Ludinge (1407) en Woerdinge-Mantinge (1408) waren verwant aan het landgoed Waninge en Entinge. Zoon van
Arnold LANSINGHE (Arnoldus, Arnd Lansenc de Runen) (zie
540672) en
NN van ANSEN (zie
540673).
Gehuwd met
NN NN.
Arend, geboren
circa 1375 (zie
135168).
Johan van MENSINGHE van HAEREN.
Gehuwd met
Jutte van den RUTENBERGE.
Anne tho MERUM, zoon van
Anna tho SJUXUM (zie
573464) en
Menneke (zie
573465).
Gehuwd met
Bawe, dochter van
Eppe INT HOFF (zie
573466) en
Menneke (zie
573465).
Abel ELAMA,
eigenerfde boer, geboren
circa 1415 te
Hefshysen, Uithuizen, overleden
circa 1458.
Hij is landbouwer en eigenerfde op Elamaheerd tho Uythuysen.
De familienaam werd omstreeks het jaar 1400 veelal geschreven als Ellama en Ellema, na 1500 ook als Eelama en Elama en in 1627 als Elema. Abel Elama wordt in de genealogie van het geslacht Elema, afkomstig van de "Elamaheerd" te Uithuizen genoemd als stamouder. Hij was eigenerfde op Elamaheerd in Uithuizen, welke zich in het Westeinde van het dorp Uithuizen bevindt aan de weg van Usquert; deze bestond al in 1470 en bestaat tegenwoordig nog, hoewel natuurlijk niet meer in de oorspronkelijke staat. De oudst bekende afbeelding van het familiewapen Elema komt voor op een document, ondertekend door Reneko Elama in het jaar 1570 en voorts op het in olieverf geschilderd portret van zijn jongste dochter Anna (Reneko's) Elama, geschilderd in 1598. Vermoedelijk zal ook Etgyn Elama (1515-1582) het wapen hebben gevoerd, daar het ook voorkomt op de grafsteen van haar zoon Havick Louwens, getrouwd met Meeuwer Loringa.
(bron: Gen.Elema, Ermelo, 11 maart 1965; deze bron is eveneens de basis voor vermelde data en feiten bij diverse nakomelingen van Abel Elama).
Generatie XX
Arnold LANSINGHE (Arnoldus, Arnd Lansenc de Runen), geboren
circa 1293, overleden
na 1325.
Uit een brief van 8 december 1325: Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder, -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus'-zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd. Zoon van
Mewekinus LANSINGHE van RUINEN (Mewekien Lansinghe van Ruinen) (zie
1081344) en
NN (zie
1081345).
Gehuwd met
Anna tho SJUXUM.
Gehuwd met
Menneke.
Gehuwd (1) met
Anna tho SJUXUM (zie
573464).
Gehuwd (2) met
Eppe INT HOFF (zie
573466).
Eppe INT HOFF, zoon van
Wabba tho OESINGEWEER (zie
1146932) en
Bawe (zie
1146933).
Gehuwd met
573467 = 573465 Menneke.
Generatie XXI
Mewekinus LANSINGHE van RUINEN (Mewekien Lansinghe van Ruinen), geboren
circa 1270 te
Ruinen, overleden
voor 1325.
Hij erft Lansing(h)e en noemt zich hiernaar.
8 december 1325: Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus'zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd.
A.J.M Arts promoveerde in 1945 in Nijmegen met een proefschrift getiteld "Het dubbelklooster Dikninge", waarin o.a. is beschreven dat de dochters van Mewekinus intreden in het klooster. Zoon van
Bartolomeus van RUINEN (Ridder Mewekinus van Ruinen) (zie
2162688) en
dochter van WELVELDE (zie
2162689).
Gehuwd met
NN, overleden
na 1325.
Johannes van RUINEN (Jan, Johan II van Runen), geboren
voor 1292, overleden
circa 1326.
Agnes LANSINGHE (Agnesa van Ruinen), geboren
voor 1325,
8 december 1325. Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder, -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus'-zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd.
Lysa LANSINGHE, geboren
voor 1325.
Wabba tho OESINGEWEER, geboren circa 1400 te Ozingeweer bij Loppersum.
Gehuwd met
Generatie XXII
Bartolomeus van RUINEN (Ridder Mewekinus van Ruinen), geboren
circa 1220, overleden
na 1277.
Mewekien of Mewekinus is zijn Friese naam.
27 februari 1261 of 1262: Hendrik van Borculo (drost van Coevorden) keurt goed de verkoop aan het klooster te Ruinen van tienden uit de hof te dickninge door Rudolf van Ansen, die daarvoor andere goederen in de plaats zal stellen. Heer Mewekinus (Bartolemeus) van Ruinen en Wicher staan borg voor Rudolf van Ansen.
1262: Henricus Papinc verklaart met vrouw en onder toestemming van zijn leenheer Otto van Bentheim aan het klooster te Ruinen een hof te Eemster verkocht te hebben. Getuigen: de priesters Wilhelm van Deventer, Thithart van Dwingelo, Johannes van Beilen. Verder de ridders Bartholomeus van Ruinen, Rudolf van Ansen, Folkert van Echten en Helprich van Vollenhove.
Bartolomeus / Mewekien van Ruinen, ridder, 27-02-1261 borg voor Rudolf van Ansen (Oork. boerk Gr. en Dr. I, 133, 134 en 143); In1263 (11 september), 1265 en 1273 vermeld als dominus, ridder en bisschoppelijk ministeriaal van bisschop Henrich van Vyanden (Hendrik van Vianden) (1250-1267) (Oork. boek Utr. III nrs. 1591, 1594, 1657 en IV nr. 1847).
Hij zegelt met het oudste wapen van het geslacht van Ruinen: drie rozen, 2 en 1 (Oork. boek Gr. en Dr. I nr. 143 en Oork. boek Utr. IV nr. 1847).
Komt in 1263 ook voor onder de borgen en magen van de burggraven van Coevorden, Gerrit en Roelof Clencke, Hacko Stevenszn van de Hardenberg en Nicolaas Boudekijnszn.
In 1277 komt hij voor als getuige van Sophia weduwe van Roelof van Ansen.
BARTOLOMEUS MEWEKIEN van RUINEN geb.ca.1220 verm.1261-1273 tr: (zie Nederl. Leeuw 1981 p.277,278).
Bij een overeenkomst tussen Gerrit Clencke en Hako van Hardenberg met de bisschop over de bewaring van het slot te Coevorden was hij onder de Drentse borgen. In de tekst was zijn voornaam Mewekien, in het zegelrandschrift Bartolomeus ("....m Bartolomei de Runen"), evenals 29 juni 1273, toen Sophia weduwe van Rodolf van Ansen, een jaarlijkse rente aan de Ruinense abt verkocht.
Behalve op zegels komt de Bartolomeus-vorm ook éénmaal voor in de letterlijke tekst van een charter, want in 1262 verkocht Hendric Papinc van Steenwijk met toestemming van zijn leenheer Otto van Bentheim aan het klooster te Ruinen een hof te Eemster; getuige daarbij waren de ridders Bartolomeus van Ruinen, Rodolf van Ansen, Volkier van Echten en Helprich van Vollenhove.
Doordat Mewekien/Bartolomeus van Ruinen in de charters van 1262, 1263, 1265 en 1273 wordt aangeduid als ridder, zal hij geboren zijn rond 1220. Hij moet dus een broer (en geen zoon) zijn geweest van Arnold III, die rond 1215 geboren was. En aangezien zij beiden heer van Ruinen zijn geweest, na elkaar, moeten we aannemen, dat Arnold III kinderloos was. Zoon van
Johan I van RUINEN (Johan de Runa) (zie
4325376) en
NN NN (zie
4325377).
Gehuwd met
dochter van WELVELDE.
Zij is geboren op het huis Weleveld bij Zenderen in Twenthe. Weleveld wordt al genoemd in 1206. Dochter van
Godfried van WELVELDE (zie
4325378).
Johan II, geboren
circa 1260 te
Ruinen, overleden
voor 1304.
Op 4 juli 1291 verkopen Johannes "domicellus" (jonkheer, nog geen ridder en bezitter van de heerlijkheid Ruinen) de Rune, met zijn vrouw Ermengarde en hun zoon Bartolomeus, 5 hoeven van Koekange aan de buren van Weerwille (Oork.boek Gr.en Dr.II suppl. nr. 1227); In de akte wordt ook als verkoper genoemd zijn broer Laurens en vrouw Elisabeth. Laurentius Godringa staat er geschreven, maar dit is dezelfde persoon als Laurens van Ruinen. die later het goed Godesinge of Geuzinge krijgt en dan wordt genoemd Laurens van Geuzinge.
21-03-1294, 04-06-1297 en 1299 wordt hij in oorkonden famulus (=knaap) genoemd (Oork.boek Utr. V nrs. 2622, 2820);
Oorkonde van 4 juni 1297, OGD 197; Ecbertus, Heer van Almelo, maakt een beschikking over de verdeling van zijn goederen over zijn voorkinderen en zijn vrouw. Getuigen: ridder Frederik Redinck, Johannes van Sulen, Johannes van Ruinen, Gosewijn van Gemen, Adolf van Groningen en Hendrik van Kuinre, dienstmannen.
Op 4 juni 1297 doet bisschop Willem van Mechelen (1296-1301) uitspraak in de geschillen tussen Egbert van Almelo, Haco van den Rutenberg, Wolter en Arend van Isselmuden, Adolf van Groningen, Hendrik van Kuinre, Gijsbert van Buchorst, Johan en Laurens van Ruinen (knapen) tegen Sweder van Voorst.
Gehuwd met
Ermengarde NN, geboren
circa 1266.
Ridder Otto van WELVELDE (Otto van Ruinen), geboren
circa 1261 te
Ruinen.
Hij erft Welvelde en noemt zich hiernaar.
Bernardus, geboren
circa 1263.
Hij bouwde in 1300 met zijn broers Johannus en Otto het huis Welvelde. Vermeld in een gevelsteen, gevonden na de sloop in 1565.
http://www.kasteleninoverijssel.nl/pages/weleveld.htm:
In 1244 wordt een Godfried van Weleveld genoemd en mogelijkerwijs huwde zijn erfdochter met de Heer van Ruinen. Deze was leenman van de Bisschop van Utrecht, die op zijn beurt weer leenman was van de Keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het bezit van Van Ruinen werd verdeeld onder zijn zonen waarbij de tweede zoon, Otto, het Twentse grondbezit verwierf, beter gezegd daarmede werd beleend door de Heer van Ruinen Deze belening zal nog vele eeuwen voortduren. Otto noemde zich voortaan Otto van Welvelde. Hij en zijn broer Bernardis bouwden het eerste huis in 1300 zoals moge blijken uit de volgende aantekening van een van de Van Hambroecks, eigenaars van Weleveld van 1715 tot 1819.
"Anno 1750 is de oude toorn zinde geboud Anno 1565 afgebrooken en terwijl deselve zeer vervallen en in gevaar stond van in te storten en dien hoek Weder nieus is opgemetselt. Waer wij booven de Deur hebben laeten setten het hier gevonden Waepen van de Besitteren Des huijses Welvelde, Waer in te sien is Dat eenen Bernardis, Johannis en Otto van Ruijnen de eerste stigters van dit Huijs geweest zijn, Dewelke hetselve hebben beginnen te Bouwen Anno 1300 welke Heeren van Ruijnen in Drente de Naem van Welvelde hebben aangenomen.".
Laurens GEUZINGE van RUINEN, geboren
circa 1265.
Hij erft Geuzinge en noemt zich hiernaar.
Generatie XXIII
Johan I van RUINEN (Johan de Runa),
Ridder Johan I, Heer van Ruinen van 1223 tot 1241, geboren
circa 1188 te
Ruinen.
Johan I van RUINEN, ridder, (Heer van Ruinen 1223-1241) genoemd als getuige van de bisschoppen Otto van Lippe (1205-1225), Wibrand van Oldenburg (1225-1233) en Otto van Holland (1233-1249).
In 1212 wordt Johan van Ruinen genoemd als getuige van Volker van Coevorden.
In 1236 beslechten Johannes en Laurencius, ridders, hun geschil met de abdij van Ruinen (oork. boek Gr. en Dr. I, nrs 67, 83 en 100).
Uit MD Teenstra; 1e deel breedvoerig tijdrekenkundige tafel:
Jaar 1036; Ruinen, een geheel op zichzelf staande heerlijkheid in Drenthe, toebehorend aan twee broeders, de ridders Johan en Laurens van Ruinen, behoort volgens de mening van de twee broeders niet tot Drenthe en zij willen zich evenmin onder de Drenthenaren gerangschikt zien, evenmin als de tegenwoordige bewoners van Zuidlaren.
(De datum van de oorkonde, 1036, kan niet juist zijn, moet 1236 zijn)
Tekst van die oorkonde (uit J S Magnin 1846; De voormalige kloosters in Drenthe geschiedkundig beschouwd):
"Ego Johannes, verbi Crucis Minister, Canonicus Osnabrugensis, scire volo universos ad quos presens scriptum pervenerit, quad cum contraversia fuisset inter Conventum de Runen ex una parte, et Johannem et Laurentium, fratres, milites, exaltera parte, super palude que vocatur Buddigwolt, que iacet inter Mickelhorst et Arneslot, causam predicte contraversie abbas et fratres sui, sub optentu officii, et Jo. et Lau. layci, sub pene excommunicacionis, michi et Domino Fretherico de Covordia et Johani de Pethe dederunt terminandam. Nos vero habito consilio ordinavimus, ut predictus Conventus Jus, quod habuerat in predicta pralude, predictis fratribus Jo. et Lau. libere conferret et absolute, et iam dicti fratres, in recompensacionem palludis, darent annuatim conventui septem modios siliginis et septem modios avene, groniensis mensure, de domo in Twinglo (Dwingelo). Ordinavimus preterea, ut omnis contraversia qui fuit inter partes de palludibus hinc inde excultis, per dictam composicionem finaliter esset sopita et amicabiliter ordinata, et neutra pars de cetero aliquatenus moverit de predictis questionem. Palus vero de Arneslot usque Runen eritam conventui quam aliis marchionibus communis. Et ne factum istud aliquatenus posset irritari, presenti scripto sigillorum B., Abbatis de Runen, Jo., verbi Crucis ex Legato, et F., Militis de Covordia, testimonio roborato fecimus innotari.
Acta sunt hec in Runen Ao MXXX sexto, in die sancti Galli".
Vertaling (tekst vermeld in Cartago dik019, Archief abdij Dickininge, met datum 16 oktober 1236):
"Johannes, verbi crucis minister, kanunnik te Osnaburge, bepaalt met Frethericus de Couordia en Johannes de Pethe, - in het geschil tusschen de abdij van Runen en de gebroeders Johannes en Laurencius, ridders, over het drassig land Buddigwolt tusschen Mickelhorst en Arneslot:
1- dat de abdij haar recht zal opdragen aan de gebroeders tegen eene jaarlijksche vergoeding van 7 mudden rogge en 7 mudden haver Groninger maat, uit het huis in Twinglo;
2- dat hiermede alle geschil opgelost zal zijn;
3- dat het drassig land tusschen Arneslot en Runen gemeen zal zijn aan de abdij en de overige markegenooten. Met bezegeling door B. abt van Runen, Johannes verbi crucis Ohristi legatus en Frethericus ridder De Couordia."
In een copie van de originele oorkonde in het Latijn staat als datum "A` XXX` sexto", geen duizend of honderdtal ervoor. De opstellers van het Oorkondenboek Groningen-Drenthe menen dat hier alleen maar het jaartal 1236 in aanmerking komt, gelet op de overige inhoud van de oorkonden en de vermelde personen. Zoon van
Arnold II van RUINEN (Arnold van Runen) (zie
8650752) en
NN NN (zie
8650753).
Gehuwd met
NN NN.
Arnold III, geboren
na 1210, overleden
na 1247,
4 april 1247: De bisschop van Utrecht verheft de A-kerk te Groningen tot een parochiale kerk. getuigen zijn Arnold van Ruinen, Albert en Sweder van Voorst, Gijsbert van Buchorst, Walter Radincg en Bartold Radincg.
Wicherus, overleden
na 1261.
Godfried van WELVELDE.
Het huis Weleveld, ooit één van de machtigste havezaten van Twente, bestond van 1300 tot de sloop in 1804. Het was strategisch gelegen bij de kruising van de grote handelsweg Utrecht-Deventer-Osnabrück met de Bornsche Beek in Zenderen. De wegtol en de watertol waren eeuwenlang belangrijke bronnen van inkomsten voor de eigenaren van Weleveld. Bij opgravingen in 1964 en 1985 kwam een deel van de havezate weer boven water. De grootte van het huis was vergelijkbaar met die van de havezate Herinckhave bij Fleringen. In 1994 werd de binnenste gracht hersteld, waardoor nu weer te zien is waar het huis heeft gestaan.
In de oudst bewaarde leenakte van 1353 bevestigt Johan (I) van Weleveld door zijn heer Johan (III) van Ruinen beleend te zijn met de Hof to Welvelde en zes andere goederen in Sindron (Zenderen), namelijk Luttik Hulscher, Storksel, Bekman, De Haar, Bartelink en Veldhuis. Hoe de heren van het Drentse Ruinen in het bezit van deze Twentse goederen kwamen, is niet met zekerheid bekend.
Godefridus de Welefelde, genoemd in 1244, is de eerste bekende bezitter van het goed. Misschien was zijn dochter getrouwd met Mewekien (Bartholomeus) van Ruinen. Rond 1300 verdeelden zij de Ruinense goederen onder hun vier zonen. De tweede zoon, Otto, kreeg in achterleen de Twentse bezittingen, waaronder het goed Weleveld. Zijn zonen Bernard en Otto bouwden daar in 1300 het eerste huis en noemden zich daarna naar het goed Van Weleveld. De zes generaties die hier woonden, speelden in de 14de en de 15de eeuw (de late Middeleeuwen) een voorname rol in Twente. Bernards zoon Johan I van Weleveld figureerde in het eerder genoemde document uit 1353. Otto III, zoon van Johan I, verwierf veel aanzien en bezit. Hij nam rond 1420 het initiatief het oude romaanse parochiekerkje van Borne te vervangen door de huidige Oude Kerk. Ook zijn zoon Johan II was een welgesteld man: in 1437 leende hij de bisschop van Utrecht een aanzienlijk bedrag en kreeg daarvoor de stad Enschede in onderpand. Hij was, met zijn zoon Gert, ook de belangrijkste financier van de voltooiing van de Oude Kerk, die rond 1482 werd ingewijd. Met het overlijden van Johan III in 1526 kwam er een einde aan erfopvolging door de Van Welevelds.
bron: https://www.canonvannederland.nl/nl/overijssel/twente/borne/weleveld.
Generatie XXIV
Arnold II van RUINEN (Arnold van Runen), geboren
circa 1165 te
Ruinen, overleden
na 1217.
Hij komt voor in een oorkonde van 1204 samen met Hendrik van Kuinre, Herman van Voorst, Bernard Benzinck, Arnold Wilde, Hugo en Wiecher Storm, Engelbert Merekinck.
In 1206 ruilt bisschop Derk met de abt Frederik van Ruinen de kerk van Beilen tegen de kerk van Steenwijk. Als getuigen in de akte worden genoemd Arnoldus en Otto van Ruinen. Arnoldus komt tevens voor in akten van de bisschop als getuige in de jaren 1207, 1209, 1210 en 1211. Als getuigen van bisschop Otto in de jaren 1215 en 1217. Zoon van
Otto II Arnoldusz van RUINEN (Otto de Runa) (zie
17301504) en
NN NN (zie
17301505).
Gehuwd met
NN NN.
Gerard(us), geboren
circa 1191, overleden
na 1230.
Hij komt voor in een oorkonde van 25 maart 1230, waarin Theodericus, kanunnik te Deventer, goederen schenkt aan de kerk van St Marie te Deventer.
Laurens, geboren
circa 1195.
Herman CLENCKE, geboren
voor 1200.
Mogelijk is hij een zoon van Arnold II van Ruinen.
Rudolf ROCKE, geboren
voor 1200, overleden
voor 1236.
Mogelijk is hij een zoon van Arnold II van Ruinen.
Ida, geboren
circa 1200.
Mogelijk is zij een dochter van Arnold II van Ruinen.
Sophia, geboren
1205 te
Ruinen.
Waarschijnlijk is zij een dochter van Arnold II van Ruinen.